Les 5 SOV-A

Sociale Vaardigheden
Les 5
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Sociale VaardighedenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Sociale Vaardigheden
Les 5

Slide 1 - Tekstslide

Lesopbouw
  1. Terugblik vorige les
  2. Oefening: Aandacht en luisteren
  3. Theorie paragraaf 7.4: verschillende niveaus
  4.  Oefening: samenvatten op 2 niveaus
  5. Theorie paragraaf 7.4: communiceren met collega's/ouder(s)
  6. Oefening: Schriftelijke/Mondelinge overdracht
  7. Zelfstandig werken
  8. Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het eind van de les kunnen/weten de studenten
LESDOELEN:
Aan het eind van de les kunnen/weten de studenten:
  • Hoe zij de gesprektechnieken samenvatten en actief luisteren moeten inzetten tijdens een gesprek met een ouder/kind. 
  • Betekenis geven aan de verschillende gespreksniveaus. 
  • Wat de verschillende vormen van communiceren zijn met collega's en ouder(s). 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Oefening: Aandacht en luisteren
  • Maak 2-tallen (A en B) en ga bij elkaar zitten. 
  • Alle B's gaan naar de gang en bedenken daar een hobby/onderwerp waar ze enthousiast over kunnen praten.
  • Docent haalt B's weer terug. 
  • De B's vertellen enthousiast hun verhaal aan A.   

  • Daarna rollen omwisselen (+ nabespreken) !

Slide 5 - Tekstslide

Theorie 7.4: Verschillende niveaus
Inhoudsniveau: 
Hetgeen waarover gesproken wordt. Oftewel de letterlijke boodschap. 

Bijvoorbeeld: 
"Ik zou graag willen dat jij het kind de fles gaat geven". 

Slide 6 - Tekstslide

Betrekkingsniveau:
De manier waarop iets gezegd wordt + de relatie die je met de ander hebt. 
Betrekkingsniveau:
De manier waarop iets gezegd wordt + de relatie die je met de ander hebt. 

Slide 7 - Tekstslide

Metacommunicatie: 
Praten over hoe de communicatie op dat moment verloopt. Praten over de manier waarop er met elkaar wordt gepraat en de toon waarop.

Bijvoorbeeld: 
"Ik merk dat ik de manier waarop jij tegen mij praat niet als prettig ervaar".

Slide 8 - Tekstslide

Oefening: Samenvatten op 2 niveaus
  • Maak 3 tallen (A, B en C). 
  • Persoon A vertelt aan B en C een verhaaltje en laat daarbij duidelijk een emotie zien. Zonder deze te benoemen. 
  • B vat de inhoud samen. 
  • C benoemt de emotie. 
  • Zorg ervoor dat de samenvatting beide niveaus bevat. 
  • Kaartje besproken? Wissel van rollen. 

Slide 9 - Tekstslide

Communiceren met collega's
Informele gesprekken: 
De meeste gesprekken met collega's zijn informeel en gebeuren tussendoor. Dit zijn voornamelijk open gesprekken. 

Bijvoorbeeld: 
"Hoe was jouw werkdag? Nog iets bijzonders meegemaakt?" 


Slide 10 - Tekstslide

Formele gesprekken met collega's
  • Overleg(gen)
  • Vergaderingen: 
Teamleider leidt de vergadering. 
Agenda
Aandachtig zijn
Mening geven
Notulist

Slide 11 - Tekstslide

Communiceren met ouder(s)

Slide 12 - Tekstslide

Wanneer heb je nog meer een mondeling contact moment met ouder(s)?

Slide 13 - Open vraag

Gescheiden ouders
Informatierecht 

Slide 14 - Tekstslide

Oefening: Schriftelijke opdracht
Lees de ontvangen casus goed door. 

Jij moet een schriftelijke overdracht schrijven van deze casus. Hoe geef jij dat vorm? 

Schrijf je schriftelijke overdracht op de volgende dia! 

Slide 15 - Tekstslide

Plaats hieronder jouw schriftelijke overdracht! (foto mag ook)

Slide 16 - Open vraag

Zelfstandig werken: Individuele opdracht
Ga aan de slag met de opdrachten van les 5. 

Teams ---> lesmateriaal ---> "les 5 paragraaf 7.4"

Slide 17 - Tekstslide

Klassikaal opdrachten nabespreken

Slide 18 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het eind van de les kunnen/weten de studenten
LESDOELEN:
Aan het eind van de les kunnen/weten de studenten:
  • Hoe zij de gesprektechnieken samenvatten en actief luisteren moeten inzetten tijdens een gesprek met een ouder/kind. 
  • Betekenis geven aan de verschillende gespreksniveaus. 
  • Wat de verschillende vormen van communiceren zijn met collega's en ouder(s). 

Slide 19 - Tekstslide

Heb je deze lesdoelen naar jouw mening bereikt?
Ja
Nee
Een aantal wel en een aantal niet

Slide 20 - Poll