Leerdoelen op stage
Leerdoelen op stage
Open met het idee dat stage niet alleen gaat om taken doen, maar ook om laten zien hoe je werkt. Houd de toon praktisch en herkenbaar.
Dit ga ik leren
Ik kan leerdoelen voor mijn stage herkennen en uitleggen met eenvoudige voorbeelden.
Deze slide heeft geen instructies
Welk stagegedrag vind jij belangrijk?
Gebruik de antwoorden als start: op tijd, luisteren, helpen, aardig zijn, doorwerken, vragen stellen. Koppel daarna terug aan leerdoelen en werknemersvaardigheden.
Wat is een leerdoel?
Een leerdoel is iets wat je wilt oefenen
Je werkt eraan tijdens je stage
Het gaat om gedrag op het werk
Je kunt later laten zien of het lukt
Gebruik eenvoudige voorbeelden zoals: op tijd komen, netjes praten, werk afmaken. Vermijd te moeilijke woorden als 'competentie' zonder uitleg.
Waarom zijn leerdoelen belangrijk?
Je weet waar je op moet letten
Je stagebegeleider ziet wat jij oefent
Je kunt stap voor stap beter worden
Je bereidt je voor op echt werk
Deze slide heeft geen instructies
Werknemersvaardigheden
Op stage leer je niet alleen een taak. Je leert ook hoe je je gedraagt als werknemer. Dat noem je werknemersvaardigheden.
Leg uit dat deze vaardigheden op veel stageplekken hetzelfde zijn, ook al is het werk anders.
Voorbeelden van leerdoelen
Op tijd komen
Overleggen met een collega of begeleider
Werk afmaken
Initiatief nemen
Luisteren naar afspraken
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een leerdoel op stage?
Een schoolvak
Iets om te oefenen
Een werkrooster
Een eindcijfer
Toetst de kern van slides 2-5: een leerdoel is iets wat je wilt oefenen tijdens stage, vaak in gedrag op het werk.
Vul de juiste woorden in
Een leerdoel is iets wat je wilt oefenen op stage. Vaak gaat het om werknemersvaardigheden, zoals op tijd komen of overleggen. Zo weet je waar je op moet letten.
De woorden komen letterlijk uit de eerste uitlegslides en helpen leerlingen de basisbegrippen vastzetten.
Op tijd komen
Je bent op de afgesproken tijd aanwezig
Je bent klaar om te starten
Je meldt het op tijd als er iets misgaat
Anderen kunnen dan op je rekenen
Benadruk het verschil tussen aanwezig zijn en echt startklaar zijn, bijvoorbeeld jas uit, spullen klaar, telefoon weg.
Hoe laat je dit zien?
Je vertrekt op tijd van huis
Je kent je werktijden
Je zet een wekker of herinnering
Je belt als je te laat dreigt te komen
Maak het concreet en praktisch. Leerdoelen worden sterker als leerlingen zien welk gedrag erbij hoort.
Wat laat zien dat je op tijd komt?
Rustig later starten
Op tijd melden
Eerst appen met vrienden
Wachten op iemand
Correct is op tijd melden als er iets misgaat. De andere opties botsen met startklaar en betrouwbaar zijn.
Vul de juiste woorden in
Als je op tijd wilt komen, moet je je werktijden kennen. Je vertrekt op tijd van huis en zet een wekker of herinnering. Als je te laat dreigt te komen, bel je.
Deze invuloefening sluit direct aan op het concrete gedrag uit slides 6 en 7.
Overleggen
Overleggen betekent dat je praat over het werk. Je stelt een vraag, vertelt iets belangrijks of bespreekt wat er moet gebeuren.
Deze slide heeft geen instructies
Goed overleggen is
Duidelijk praten
Goed luisteren
Vragen stellen als je iets niet weet
Afspraken onthouden of opschrijven
Noem dat niet praten óók een probleem kan zijn: als je iets niet begrijpt maar niets zegt, gaat werk sneller fout.
Werk afmaken
Je maakt een taak netjes af
Je stopt niet zomaar tussendoor
Je controleert of het klaar is
Je laat weten wanneer je klaar bent
Leg uit dat afmaken niet altijd betekent 'alles alleen doen'. Hulp vragen kan juist slim zijn als je daardoor het werk goed afrondt.
Waarom werk afmaken telt
Als jij werk afmaakt, kunnen anderen verder. Je laat zien dat je verantwoordelijk bent en dat mensen op je kunnen vertrouwen.
Deze slide heeft geen instructies
Wat hoort bij goed overleggen?
Niets zeggen
Duidelijk praten
Zelf gokken
Afspraken vergeten
Toetst begrip van slides 8-9. Goed overleggen betekent praten, luisteren, vragen stellen en afspraken onthouden.
Vul de juiste woorden in
Bij overleggen moet je luisteren en duidelijk praten. Als je iets niet weet, moet je een vraag stellen. Bij werk afmaken controleer je of de taak klaar is en laat je het weten.
Combineert de blokken over overleggen en werk afmaken in herkenbare taal.
Hoe maak jij werk netjes af op stage?
Bespreek antwoorden zoals: hulp vragen, doorwerken, controleren, melden dat het klaar is, niet zomaar stoppen. Laat leerlingen concrete voorbeelden uit stage noemen.
Initiatief nemen
Initiatief nemen betekent dat je zelf in actie komt. Je wacht niet altijd af, maar kijkt wat nodig is.
Geef voorbeelden die passen bij praktijkschoolstage: tafel opruimen, materiaal pakken, vragen wat de volgende taak is.
Zo ziet initiatief eruit
Je ziet werk liggen en pakt het op
Je vraagt: wat kan ik nu doen?
Je helpt als dat nodig is
Je wacht niet steeds op een opdracht
Maak ook het verschil duidelijk tussen initiatief nemen en zomaar iets doen zonder overleg. Eerst kijken, dan slim handelen.
Leerdoelen zijn duidelijk
Een goed leerdoel is kort en simpel
Je kunt het gedrag zien
Je weet wanneer het lukt
Voorbeeld: Ik kom deze week elke dag op tijd
Hier kun je kort benoemen dat vage doelen zoals 'ik wil beter werken' minder handig zijn dan zichtbaar gedrag.
Stap voor stap beter
Je hoeft niet alles meteen perfect te doen. Op stage oefen je. Met kleine stappen kun je groeien in werknemersvaardigheden.
Sluit positief af: fouten maken mag, zolang de leerling ervan leert en opnieuw probeert.
Wat betekent initiatief nemen?
Altijd afwachten
Zelf in actie komen
Zonder kijken beginnen
Steeds niks doen
Let op het verschil tussen initiatief nemen en zomaar iets doen zonder overleg.
Vul de juiste woorden in
Een goed leerdoel is kort en simpel. Je kunt het gedrag zien. Bij initiatief neem je zelf actie en wacht je niet steeds op een opdracht.
Verbindt initiatief nemen met duidelijke leerdoelen: zichtbaar en concreet gedrag.
Welk leerdoel past nu het beste bij jou?
Op tijd komen
Overleggen
Werk afmaken
Initiatief nemen
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb jij vandaag geleerd over stage?
Laat leerlingen één concreet inzicht noemen, bijvoorbeeld: op tijd melden, vragen stellen, werk controleren, of een leerdoel kort opschrijven.
Wat wil jij deze week oefenen op stage?
Stimuleer eerlijke reflectie. Mogelijke antwoorden: op tijd komen, initiatief nemen, overleggen, werk afmaken, leerdoelen bedenken.
Begrippen
leerdoel - iets wat je wilt oefenen en leren op stage
stage - een plek waar je leert door echt werk te doen
werknemersvaardigheden - gedrag dat belangrijk is op het werk
overleggen - samen praten over het werk
initiatief nemen - zelf in actie komen
verantwoordelijk - doen wat is afgesproken
op tijd komen - aanwezig zijn op het afgesproken moment
Deze slide heeft geen instructies