9.5 Bestuiving, bevruchting en verspreiding

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 9.5 blz. 48

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 9.5 blz. 48

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je kunt ongeslachtelijke voortplanting beschrijven en voorbeelden geven.

  • Je kunt geslachtelijke voortplanting beschrijven en voorbeelden geven.

  • Je kunt de delen van een bloem noemen met hun kenmerken en functies.

9.5 Bestuiving, bevruchting en verspreiding

Thema 9 planten

Voorkennis

Waar denk je aan bij bestuiving?

Leerdoelen vandaag

  • Je kunt omschrijven wat bestuiving is

  • Je kunt kenmerken van insectenbloemen en windbloemen noemen.

  • Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij zaadplanten verloopt

  • Je kunt beschrijven welke veranderingen er na bevruchting in het vruchtbeginsel plaatsvinden.

  • Je kunt uit afbeeldingen van planten afleiden hoe de zaden worden verspreid.

Bestuiving

Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van een meeldraad naar de stempel van een stamper.

  • Het stuifmeel moet terechtkomen op een bloem van dezelfde plantensoort.

  • Komt stuifmeel op een bloem van een andere soort terecht, dan vindt geen bestuiving plaats.

  • Bestuiving is een belangrijke stap vóór de bevruchting


Bestuiving kan plaatsvinden tussen bloemen van dezelfde plant (zelfbestuiving) en tussen bloemen van verschillende planten (kruisbestuiving).

Zelf oefenen

Wat is bestuiving?

Het overbrengen van stuifmeel van een meeldraad naar de stempel van een stamper.

Insectenbloemen

  • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de ene bloem naar de andere.

  • Insectenbloemen hebben vaak grote, opvallend gekleurde kroonbladeren.

  • Ze lokken insecten met geur en nectar.

  • Tijdens het zoeken naar nectar krijgen insecten stuifmeel op hun lichaam.

  • Bij een volgend bloembezoek komt het stuifmeel op de stempel terecht.

  • Zo zorgen insecten voor de bestuiving van bloemen.

Voordoen

Waarom hebben veel insectenbloemen opvallend gekleurde kroonbladeren?

Om insecten aan te trekken, zodat bestuiving kan plaatsvinden.

Zelf oefenen

Leg uit hoe een insect kan zorgen voor bestuiving zonder dat het insect dit zelf merkt.

Tijdens het zoeken naar nectar strijkt het insect langs de meeldraden. Stuifmeel blijft aan het insect kleven. Bij een volgend bloembezoek komt een deel van het stuifmeel op de stempel terecht, waardoor bestuiving plaatsvindt.

Windbloemen

  • Windbloemen worden bestoven door de wind.

  • Ze zijn vaak klein en onopvallend en hebben meestal groene kroonbladeren.

  • De wind blaast het stuifmeel van de meeldraden weg.

  • Windbloemen maken veel stuifmeel, omdat de kans op bestuiving klein is.

  • Het stuifmeel is licht en glad, zodat het gemakkelijk door de wind wordt vervoerd.

  • De helmknoppen en stempels steken vaak buiten de bloem uit, waardoor bestuiving makkelijker verloopt.

Voordoen

Noem twee kenmerken van een windbloem.

Windbloemen zijn vaak klein en onopvallend en produceren veel stuifmeel.

Zelf oefenen

Waarom produceren windbloemen veel meer stuifmeel dan insectenbloemen?

Omdat de kans klein is dat stuifmeel toevallig op de stempel van een bloem van dezelfde soort terechtkomt.

Bevruchting

  • Na de bestuiving groeit uit een stuifmeelkorrel een stuifmeelbuis.

  • De stuifmeelbuis groeit door de stijl naar een zaadbeginsel.

  • De kern van de stuifmeelkorrel gaat door de stuifmeelbuis naar de eicel.

  • Bij de bevruchting versmelt de kern van de stuifmeelkorrel met de eicelkern.

  • Hierdoor ontstaat een bevruchte eicel.

  • Uit elk bevrucht zaadbeginsel kan een zaad ontstaan.

  • In één vruchtbeginsel kunnen meerdere zaden ontstaan.

Na de bevruchting

  • Na de bevruchting veranderen verschillende delen van de bloem.

  • Uit de bevruchte eicel ontstaat een kiem.

  • Het zaadbeginsel groeit uit tot een zaad.

  • In het zaad zit de kiem, waaruit later een nieuwe plant kan groeien.

  • Zaadbeginsels zonder bevruchte eicel verschrompelen.

  • Het vruchtbeginsel groeit uit tot een vrucht.

  • Kroonbladeren, meeldraden en vaak ook kelkbladeren vallen af of verschrompelen.

Voordoen

Waarom is een stuifmeelbuis nodig voor de bevruchting?

De stuifmeelbuis zorgt ervoor dat de kern van de stuifmeelkorrel de eicel kan bereiken.

Zelf oefenen

Zet deze begrippen in de juiste volgorde:

bevruchte eicel – bestuiving – stuifmeelbuis – bevruchting

Antwoord: Bestuiving → stuifmeelbuis → bevruchting → bevruchte eicel

Verspreiding

  • Zaden worden verspreid zodat jonge planten niet met elkaar concurreren om licht, water en ruimte.

  • Dit noem je zaadverspreiding.

  • Verspreiding kan plaatsvinden door:

    • Wind: bijvoorbeeld met pluisjes of vleugels.

    • Dieren: zaden worden verspreid via uitwerpselen.

    • Vacht of kleding: zaden blijven hangen met haakjes.

    • Zelfverspreiding: vruchten springen open en schieten zaden weg.

  • Door zaadverspreiding kan een plantensoort zich over een groter gebied verspreiden.

Voordoen

Waarom is zaadverspreiding belangrijk voor planten?

Hierdoor is er minder concurrentie om licht, water en ruimte.

Zelf oefenen

Noem vier manieren waarop zaden verspreid kunnen worden.

Wind, dieren, vacht/kleding en zelfverspreiding.

Aan het werk!

Maken opdrachten 9.5: 1, 2, 3, 5, 6 en 7

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken test jezelf 9.5

Veel goed? -> Maken 8+ online extra 


 


10

minute

00

second

Leerdoelen checken

  • Je kunt omschrijven wat bestuiving is

  • Je kunt kenmerken van insectenbloemen en windbloemen noemen.

  • Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij zaadplanten verloopt

  • Je kunt beschrijven welke veranderingen er na bevruchting in het vruchtbeginsel plaatsvinden.

  • Je kunt uit afbeeldingen van planten afleiden hoe de zaden worden verspreid.