ACTB Les 3: Draaiboek

ACTB

Ondersteunen bij sociale en recreatieve activiteiten
Les 3
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ACTBMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

ACTB

Ondersteunen bij sociale en recreatieve activiteiten
Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkprocessen
Jullie krijgen ACTB alleen tijdens periode 1.
  

Ondersteunen bij sociale en recreatieve activiteiten. (Examenonderdeel C)

Werkprocessen:
  • P2-K1-W3 Assisteert bij uitvoering van sociale en recreatieve activiteiten;
  • B1-K1-W2 Maakt ruimtes gebruiksklaar;
  • B1-K1-W9 Evalueert de werkzaamheden.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • De student weet wat een draaiboek is;
  • De student weet wat de verschillende onderdelen van een draaiboek zijn;
  • De student kan de doelen van een draaiboek benoemen;
  • De student kan een dagdraaiboek lezen en gebruiken.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?
  1. Herhaling;
  2. Theorie;
  3. Samen spellen spelen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling: Samen of alleen
Individuele activiteiten:
Individuele activiteiten doe je samen met één cliënt. Bijvoorbeeld samen boodschappen doen, samen met de zorgvrager naar een film gaan, met de zorgvrager een puzzel maken, enzovoort. Je kunt dan je tijd en aandacht richten op een bepaalde cliënt.
Groepsactiviteiten:
Bij groepsactiviteiten kunnen cliënten elkaar leren kennen, elkaar leren helpen of leren samenwerken.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een groepsactiviteit?
A
Met een cliënt de was doen .
B
Met de afdeling naar de bioscoop gaan.
C
De krant voorlezen aan een cliënt .
D
Met een cliënt een spelletje doen.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voordeel van een groepsactiviteit is...
A
Je krijgt veel aandacht
B
Je leert van de begeleider
C
Je leert van elkaar
D
Je krijgt weinig aandacht

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een groepsactiviteit is succesvol als…
A
Er duidelijke afspraken zijn.
B
De juiste maatregelen worden genomen als er problemen zijn.
C
De zorgvrager aangeven dat ze tevreden zijn.
D
Antwoord A, B en C zijn juist

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling: Doelgroepen
  1. Baby.
  2. Peuter.
  3. Kleuter.
  4. Schoolkind.
  5. Jongeren.
  6. Volwassenen
  7. Ouderen. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste doelgroep naar de juiste levensfase
0 - 1,5 jaar
1,5 - 4 jaar
6 - 12 jaar
4 - 6 jaar
25 - 67 jaar
Vanaf 67 jaar
12 - 25 jaar
Kleuter
Baby
Peuter
Jongere
Ouderen
Volwassene
Schoolkind

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling: Activiteitenformulier

  • Hierin beschrijf je welke activiteit je gaat doen.
  • Waarom je hiervoor gekozen hebt, dus het doel.
  • Wat je nodig hebt om de activiteit uit te voren.
  • Een korte omschrijving van de activiteit.
  • De duur van de activiteit.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samen bespreken
Iedereen heeft vorige week een activiteitenplan geschreven. (Ingeleverd in TEAMS) Deze gaan we in groepjes met elkaar bespreken. De volgende punten bespreek je:
  1. Waarom heb je voor deze activiteit gekozen?
  2. Waar werk je als je deze activiteit doet?
  3. Waarom heb je deze doelgroep gekozen?
  4. Wat is het doel van jouw gekozen activiteit?
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Draaiboek
Een draaiboek is een boek waarin alles uitgebreid staat beschreven wanneer je een activiteit gaat doen.

Een draaiboek bestaat uit drie onderdelen draaiboek:
  • Voorbereidingsdraaiboek
  • Dagdraaiboek
  • fronding en evaluatie

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbereidingsdraaiboek
  1. Aanstellen coördinator;
  2. Organisatiecomité en werkgroep(en) aanstellen;
  3. Succescriteria in kaart brengen;
  4. Sterke en zwakke punten inventariseren;
  5. Grote lijnen vaststellen, de planning;
  6. Het team definitief samenstellen;
  7. Taken toewijzen aan personen;
  8. Plan van aanpak maken;
  9. Begroting maken.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dagdraaiboek
  1. Het programma;
  2. De planning;
  3. De materiaallijst;
  4. Eventueel: het wedstrijdschema;
  5. EHBO;
  6. Omschrijving programmaonderdelen;
  7. Plattegrond.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Draaiboek: Evaluatie
  • Proces evaluatie: beoordeling van de manier waarop het resultaat tot stand is gekomen;
  • Product evaluatie: beoordeling van het resultaat zelf.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor maak je een draaiboek?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

WAAROM IS EEN DRAAIBOEK
A
Om alleen de taken te verdelen
B
Voor tijdsafspraken, takenverdeling en todo's
C
Om functies te verdelen
D
Om situaties te omschrijven

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een draaiboek
A
Een draaiboek is een boek, waarin iedereen zijn aantekeningen in zet
B
Een draaiboek zorgt ervoor dat alles op rolletjes loopt
C
Een draaiboek is hetzelfde als een taakverdeling
D
Een draaiboek is een schema waarin staat welke personen voor welke onderdelen van het programma verantwoordelijk zijn.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een functie van een draaiboek?
A
Een overzicht waar precies in staat welke taken, wanneer en door wie uitgevoerd moeten worden
B
Het is een verantwoordingsdocument naar de inspectie
C
Het is een middel om reclame te maken
D
Daar staat in hoe je het evenement gaat voorbereiden

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
  1. Heb je de opdrachten af van de voorgaande weken?
  2. Spelletjes spelen met elkaar. 
  3. Heb je vragen? Stel ze!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Doelen gehaald?

Slide 23 - Tekstslide

Toelichting slide 20
Bespreek met de leerlingen of ze nog weten welke drie manieren je geluid kunt maken met een instrument (blazen, strijken en slaan). 
  • Welke nieuwe instrumenten hebben ze leren kennen? 
  • Welk instrument vonden ze het mooist? 
  • Zouden ze zelf ook een instrument willen spelen?