Verantwoord besteden (financiele educatie klas 2)

Verantwoord besteden
Ik besteed mijn inkomsten zodanig dat de bestedingen passen bij mijn persoonlijke voorkeuren en het beschikbare budget. 
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
ICTPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Verantwoord besteden
Ik besteed mijn inkomsten zodanig dat de bestedingen passen bij mijn persoonlijke voorkeuren en het beschikbare budget. 

Slide 1 - Tekstslide

Mijn doelen voor deze ochtend:
  • Ik kan een overzicht maken van inkomsten en uitgaven
  • Ik weet wanneer ik meer of minder te besteden heb (dure en goedkopere   maanden)
  • Ik begrijp de consequenties van een bestedingsbeslissing
  • Ik ken de verschillen tussen noodzakelijke en minder noodzakelijke  uitgaven
  • Ik weet om welke uitgaven ik niet heen kan
  • Ik kan bekijken of een bepaalde aankoop binnen mijn budget past


Slide 2 - Tekstslide

Uitleg
Een budget is een overzicht van hoeveel geld je elke maand hebt om uit te geven. Als je een budget maakt, zorg je ervoor dat je niet meer uitgeeft dan je hebt.

Slide 3 - Tekstslide

Waarom is een budget belangrijk?

Slide 4 - Open vraag

Wat is volgens jou een budget?
A
Een lijst van dingen die je wilt kopen
B
Een overzicht van je inkomsten en uitgaven
C
Geld dat je opzij legt voor vakantie

Slide 5 - Quizvraag

Opdracht 1:

                                                Geld over of geld tekort?

Maak je eigen overzicht op het papier:
Welke inkomsten heb jij elke maand? (denk aan zakgeld, kleedgeld, bijbaantje, klusjes etc)
Welke uitgaven heb jij elke maand? (denk aan snoep, drinken, kleding, make up, deo, bioscoop, games, telefoon, cadeaus, abonnement etc)

Slide 6 - Tekstslide

Dure en goedkopere maanden
 Soms zijn er maanden waarin je meer geld uitgeeft, bijvoorbeeld omdat het vakantie is, je cadeaus moet kopen of je andere bijzondere dingen hebt. In andere maanden geef je minder uit, zoals in januari, na de feestdagen.

Slide 7 - Tekstslide

Welke van de volgende maanden zijn volgens jou meestal duurder?
A
Januari
B
December
C
Juni
D
September

Slide 8 - Quizvraag

Welke maand is het duurst voor jou? Wat kun je doen om in die maand toch op je uitgaven te letten?

Slide 9 - Open vraag

Noodzakelijke en minder noodzakelijke uitgaven
Sommige uitgaven moet je altijd doen, zoals de huur of boodschappen. Dit zijn noodzakelijke uitgaven. Andere uitgaven, zoals uit eten gaan of nieuwe kleding kopen, zijn minder noodzakelijk. Die kun je soms even uitstellen.

Slide 10 - Tekstslide

Wat is een voorbeeld van een noodzakelijke uitgave?
A
Nieuwe schoenen
B
Huur van je huis
C
Uit eten gaan

Slide 11 - Quizvraag

Noodzakelijke uitgaven
Minder noodzakelijke uitgaven
Huur van een huis
Abonnement van je mobiele telefoon
Kleding
Uitgaan
Cadeautje voor een vriend/vriendin
Gadgets
Boodschappen

Slide 12 - Sleepvraag

Welke uitgaven kun je niet missen, zelfs als je weinig geld hebt?
A
Telefoonabonnement
B
Huur of hypotheek
C
Uit eten gaan
D
Nieuwe kleding

Slide 13 - Quizvraag

Welke kosten kun je niet vermijden? Wat kun je doen om deze kosten te verlagen (bijvoorbeeld goedkopere supermarkt, besparen op energie)?"

Slide 14 - Woordweb

Kan ik deze aankoop betalen?
Als je iets nieuws wilt kopen, moet je kijken of je genoeg geld hebt. Dit is belangrijk om te voorkomen dat je te veel uitgeeft. Als je nu geen geld hebt, kun je beter wachten met kopen totdat je weer geld hebt.

Slide 15 - Tekstslide

Stel, je hebt €50 over deze maand. Wil je een nieuwe trui kopen van €40. Kun je dit betalen?
A
Ja, je kunt het kopen en je hebt nog €10 over.
B
Nee, je hebt dan geen geld meer voor andere zaken.

Slide 16 - Quizvraag

Consequenties van teveel uitgeven
Als je meer geld uitgeeft dan je hebt, kun je in de problemen komen. Dit kan leiden tot schulden of dat je niet genoeg geld hebt voor belangrijke dingen zoals eten of huur.

Slide 17 - Tekstslide

Wat kan er gebeuren als je meer uitgeeft dan je hebt?
A
Je kunt geen nieuwe spullen kopen.
B
Je komt in schulden of kunt niet je rekeningen betalen.
C
Je krijgt een cadeau.

Slide 18 - Quizvraag

Wat zou je doen als je merkt dat je meer hebt uitgegeven dan je had moeten doen? Wat zijn de oplossingen

Slide 19 - Woordweb

Conclusie en samenvatting
Samenvatting:
-Een budget helpt je om te zien hoeveel geld je hebt en wat je kunt kopen.
-Sommige uitgaven moet je altijd doen (huur, eten), andere kun je af en toe uitstellen (kleding, uitjes).
-Je moet altijd zorgen dat je niet meer uitgeeft dan je hebt, anders kom je in de problemen.

Slide 20 - Tekstslide

Wat ga jij deze maand doen om je geld beter te beheren?
Gebruik tekst en plaatjes om dit duidelijk te maken.

Slide 21 - Open vraag