Par 1 - deel 2

Zuid-Afrika




Hoofdstuk 1 | paragraaf 1
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Zuid-Afrika




Hoofdstuk 1 | paragraaf 1

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Overhoren Koppe
Uitleg deel 2 paragraaf 1

Welke bevolkingsgroepen komen voor in Zuid-Afrika en waarom?

Slide 2 - Tekstslide

Welke temperatuur vormt de grens tussen het A en C-klimaat?

Slide 3 - Open vraag

Welke E-klimaten ken je? Letters + namen noemen

Slide 4 - Open vraag

Welke letters horen er bij het China-klimaat?

Slide 5 - Open vraag

Bevolkingsgroepen
Zuid-Afrika is een ‘regenboognatie’ met veel verschillende volken.


Slide 6 - Tekstslide

bevolkingsgroepen
  • Zuid-Afrika is een ‘regenboognatie’ met veel bevolkingsgroepen en talen.

  • Zwarte bevolking > oorspronkelijke bevolking
  • Blanken > koloniale tijd > Kaap de Goede Hoop
  • Kleurlingen > nakomelingen slaven
  • Aziaten > nakomelingen contractarbeiders > India

Slide 7 - Tekstslide

koloniën
  • overzeese gebieden in bezit van Europsese landen
  • begonnen vanaf 1400 (15e eeuw)
  • reden: grondstoffen/delfstoffen
dekolonisatie
  • het zelfstandig worden van landen
  • vanaf 1931, begonnen in Zuid-Afrika
  • veel Afrikaanse landen vanaf 1960
  • oorspronkelijke (rijke) bewoners voerden veel druk uit

Slide 8 - Tekstslide

soorten koloniën
soorten koloniën
Vestigingskoloniën
  • overzeese gebiedsdelen waar Europeanen zich blijvend gingen vestigen. 
  • Redenen: vanwege honger, armoede, werkloosheid, oorlog, gebrek aan vrijheid van godsdienst of meningsuiting.
  • vooral in: de V.S., Australië, Nieuw-Zeeland, Canada: immigranten van toen nu de grootste bevolkingsgroep.

Exploitatiekoloniën
  • leveren grondstoffen voor de industrie in Europa.exploiteren = uitbuiten (veel werken, bijna of geen beloning)
  • Aanleg grote mijnen en plantages. 
  • plantage = landbouwonderneming waar op grote schaal één gewas wordt verbouwd (monocultuur). 

Slide 9 - Tekstslide

Apartheid in Afrika
  • Zuid-Afrika was lage tijd een kolonie van Europeanen.  
  • Veel blanken kwamen er wonen.
  • Zwarte bevolking bleef in de meerderheid.

  • Minderheid van blanken was bang voor machtsovername zwarten --> invoer van de apartheid (rassen-scheiding):
  • zwarte bevolking in thuislanden en in townships bij ‘blanke’ steden
  •  - segregatie (=scheiding) van blank en zwart

Slide 10 - Tekstslide

Grote apartheid

  • Verdeling van het land onder blank en zwart

  • Blanke bevolking 'krijgt' 87% van het (beste) land

  • Zwarte bevolking 'krijgt' 13% van het (dikwijls slechtere) land

  • De zwarte bevolking krijgt 10 zelfstandige gebieden toegewezen: thuislanden (Bantoestan)

Slide 11 - Tekstslide

Kleine apartheid
  • Wetten moeten voorkomen dat de zwarte bevolking zich gaat mengen in de leefwereld van de blanken

  • Wet op verbod van gemengde huwelijken (1949)

  • Betere banen waren voor de blanken (bij wet vastgesteld)

Slide 12 - Tekstslide


Wet op aparte gerieven
1953

Verbod op het gebruiken van 
dezelfde openbare voorzieningen.

Slide 13 - Tekstslide



Strijd tegen apartheid

Vanuit binnenland:
Met en zonder geweld (ANC)

Vanuit buitenland:
Economische
boycot van Zuid-Afrika

Slide 14 - Tekstslide

Eind van apartheid
  • Steeds meer internationale druk op Zuid-Afrika eind jaren '80

  • Vrijlating van Nelson Mandela na 27 jaar gevangenschap (1990)

  • Eerste democratische verkiezingen maken Mandela president van Zuid-Afrika (1994)

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Exit-ticket
Noteer op je blaadje de juiste letters van Köppen

Slide 20 - Tekstslide

1
2
3
Max: 16
Min: 1

Max: 23
Min: 11
Max: 3
Min: -23

Slide 21 - Tekstslide