In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 50 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
wenkbrauw
traanklier
traanbuis
pupil
wimper
iris
ooglid
harde oogvlies
Slide 2 - Sleepvraag
opvangen van schokken
water uit het oog houden
fel licht filteren
bescherming tegen stof
bescherming tegen naderende voorwerpen
bescherming tegen uitdroging
bescherming tegen infecties
traanvocht produceren
afvoeren traanvocht naar neusholte
oogkas
wenkbrauwen
wimpers
oogleden
traanklieren
traankanaaltjes en traanzakjes
vetkussen
traanvocht
wimpers
wimpers
traanvocht
Slide 3 - Sleepvraag
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Video
Slide 6 - Tekstslide
Plaats de 3 verschillende lagen in de juiste volgorde (van buiten naar binnen)
A
netvlies/ vaatvlies/harde oogvlies
B
harde oogvlies/vaatvlies/netvlies
C
vaatvlies/harde oogvlies/netvlies
D
harde oogvlies/netvlies/vaatvlies
Slide 7 - Quizvraag
De buitenste laag van je oog heet
A
Vaatvlies
B
Harde oogvlies
C
Netvlies
D
Pupil
Slide 8 - Quizvraag
Welk gedeelte van het harde oogvlies is doorzichtig?
A
Hoornvlies
B
Pupil
C
Vaatvlies
D
Netvlies
Slide 9 - Quizvraag
Welke onderdeel beschermt het oog doordat het zo stevig is.
A
Pupil
B
Harde oogvlies
C
Iris
D
Netvlies
Slide 10 - Quizvraag
Wat is de functie van het vaatvlies?
A
Prikkels omzetten in impulsen.
B
Vorm en stevigheid geven aan het oog.
C
Aanvoeren van zuurstofgas en voedingsstoffen.
D
Licht doorlaten naar het netvlies.
Slide 11 - Quizvraag
In welke laag liggen de zintuigcellen of fotoreceptoren van een oog?
A
In het vaatvlies
B
In het netvlies
C
In het harde oogvlies
Slide 12 - Quizvraag
Harde oogvlies
Netvlies
Vaatvlies<div><br></div>
Vangt lichtprikkels op
beschermt alles wat binnenin het oog zit
Hierin zitten de bloedvaatjes die stoffen vervoeren die het oog nodig heeft
Slide 13 - Sleepvraag
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
De iris is een deel van het ...
A
netvlies
B
harde oogvlies
C
vaatvlies
D
hoornvlies
Slide 16 - Quizvraag
Op het netvlies bevinden zich twee bijzondere plaatsen: de blinde vlek en de gele vlek. Verklaar de naam: blinde vlek. Wees zo volledig mogelijk.
Slide 17 - Open vraag
Op het netvlies bevinden zich twee bijzondere plaatsen: de blinde vlek en de gele vlek. Wat is er bijzonder aan de gele vlek?
Slide 18 - Open vraag
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Waarom moeten de lens, hoornvlies en glasachtig lichaam doorzichtig zijn?
Slide 21 - Open vraag
Waarlangs gaat het licht doorheen het oog?
A
harde oogvlies en iris
B
Iris en pupil
C
pupil en hoornvlies
D
Iris en hoornvlies
Slide 22 - Quizvraag
Waarom mogen we de pupil geen doorzichtig onderdeel van het oog noemen?
Slide 23 - Open vraag
Door welke doorzichtige structuren gaan de lichtstralen achtereenvolgens voordat er impulsen in het oog kunnen ontstaan? Zet de woorden in de juiste volgorde.