1.3 Practicum

1.3 Practicum

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.3 Practicum

Leerdoelen

1.3.1 Je kunt practicummaterialen benoemen.
1.3.2 Je kunt van een aantal meetinstrumenten uitleggen waarvoor je ze gebruikt.
1.3.3 Je kunt het verschil uitleggen tussen digitale en analoge apparatuur.
1.3.4 Je kunt de veiligheidsregels en veiligheidsmiddelen bij practicum noemen.
1.3.5 Je kunt de werking van de brander uitleggen.
1.3.6 Je kunt de drie soorten vlammen van de brander met hun eigenschappen noemen.

Practicum

Materialen

            

         Spullen die 

         je bij practicum 

          (onderzoek)

            gebruikt.

Meetinstrumenten

Welk practicummateriaal is dit?

A

Bekerglas

B

Maatcilinder

C

Erlenmeyer

D

Reageerbuis

Welk practicummateriaal is dit?

A

Bekerglas

B

Maatcilinder

C

Erlenmeyer

D

Reageerbuis

Welk practicummateriaal is dit?

A

Bekerglas

B

Maatcilinder

C

Erlenmeyer

D

Reageerbuis

Veiligheidsregels

  1. Luister naar je leraar of TOA en doe wat je leraar of TOA zegt.

  2. Niet duwen, trekken of rennen in het lokaal.

  3. Niet eten of drinken in het lokaal.

  4. Leg geen tas of andere spullen waar mensen moeten lopen.

  5. Draag een veiligheidsbril als dat nodig is.

  6. Bind lang haar in een staart als je met vuur werkt.

  7. Werk altijd voorzichtig, vooral met scheikundige stoffen.

  8. Ruik alleen voorzichtig aan onbekende stoffen.

  9. Proef nooit van stoffen.

Als er iets fout gaat, dan moet je meteen je leraar of TOA waarschuwen!!!!!

Stappenplan voor de brander

De brander moet je altijd op dezelfde manier aansteken:

1 Doe de luchtschijf dicht.

2 Controleer of de gaskraan dicht is.

3 Draai de gaskraan op je tafel open.

4 Houd een brandende lucifer net boven de schoorsteen.

5 Draai de gaskraan een beetje open, zodat de brander met een geeloranje vlam gaat branden.

3 soorten vlammen

Pauze vlam

  • Gebruik je als je de brander even niet nodig hebt.

  • Een pauzevlam is geeloranje.

  • Voor een pauzevlam draai je de gaskraan een beetje open en blijft de luchtschijf dicht.




Stille blauwe vlam

  • Gebruik je als je iets warm moet houden of verwarmen.

  • Voor een stille blauwe vlam open je de gaskraan en de luchtschijf een beetje.



Ruizende blauwe vlam

  • Is heel heet. 

  • Een ruisende blauwe vlam gebruik je als je iets flink moet verwarmen.

  • Voor een ruisende blauwe vlam draai je de gaskraan en de luchtschijf ver open.


Stappenplan voor de brander

De brander moet je altijd op dezelfde manier aansteken:

1 Doe de luchtschijf dicht.

2 Controleer of de gaskraan dicht is.

3 Draai de gaskraan op je tafel open.

4 Houd een brandende lucifer net boven de schoorsteen.

5 Draai de gaskraan een beetje open, zodat de brander met een geeloranje vlam gaat branden.

3 soorten vlammen

Pauze vlam

  • Gebruik je als je de brander even niet nodig hebt.

  • Een pauzevlam is geeloranje.

  • Voor een pauzevlam draai je de gaskraan een beetje open en blijft de luchtschijf dicht.




De 'ruisende' vlam gebruik je om...

A

Iets sterk te verhitten (vaak een grote hoeveelheid vloeistof)

B

Iets rustig te verwarmen (een kleine hoeveelheid vloeistof)

C

Aan te geven dat de brander het doet

D

Te laten zien dat de brander aan staat

De 'kleurloze' ook wel stille blauwe vlam gebruik je om...

A

Iets sterk te verhitten (vaan een grote hoeveelheid vloeistof)

B

Iets rustig te verwarmen (een kleine hoeveelheid vloeistof)

C

Aan te geven dat de brander het doet

D

Te laten zien dat de brander aan staat

De 'pauzevlam' gebruik je...

A

Iets sterk te verhitten (vaan een grote hoeveelheid vloeistof)

B

Iets rustig te verwarmen (een kleine hoeveelheid vloeistof)

C

als je tijdens de proef de brander even niet gebruikt

D

als de bel voor de pauze gaat

Joki heeft allerlei practica gedaan en veel stoffen verwarmd, maar het is tijd voor een kopje thee. Wat doet ze met de brander?

A

Ze zet hem op "blauwe ruisende vlam"

B

Ze zet hem op "kleurloze vlam"

C

Ze zet hem op "pauzevlam"

D

Ze zet hem uit

Aan het werk

Doorlezen 1.3 Practicum

Maken 1 t/m 10


Klaar, ga je huiswerk maken voor ander vak

of je gaat lezen in je leesboek