Brugklas theorieblad1

Een motief is een
A
Muziekstuk
B
Refrein
C
Stukje muziek van een paar noten
D
Stuk muziek van 4 maten
1 / 13
volgende
Slide 1: Quizvraag
MuziekMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Een motief is een
A
Muziekstuk
B
Refrein
C
Stukje muziek van een paar noten
D
Stuk muziek van 4 maten

Slide 1 - Quizvraag

Een melodie bestaat altijd uit:
A
Korte en lange noten
B
Korte noten
C
Lage noten
D
Hoge en lage noten

Slide 2 - Quizvraag

Welk deel van een lied wordt herhaald met dezelfde muziek en tekst?
A
Couplet
B
Refrein
C
Bridge
D
Intro

Slide 3 - Quizvraag

Een couplet heeft:
A
Dezelfde tekst, andere muziek
B
Dezelfde muziek, andere tekst
C
Dezelfde tekst en muziek
D
Andere tekst en andere muziek

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Is deze melodie stijgend of dalend?
A
Stijgend
B
Dalend

Slide 6 - Quizvraag

Sleep de vier linker plaatjes naar toonduur of toonhoogte. 
Toonduur
Toonhoogte
Ritme
Melodie

Slide 7 - Sleepvraag

Een compositie is een ander woord voor
A
een soort instrument
B
een Frans gerecht
C
een muziekstuk
D
een hondensoort

Slide 8 - Quizvraag

Wat is waar?
A
Hoe meer de noot versierd is hoe korter hij duurt.
B
Hoe meer de noot versierd is hoe langer hij duurt.
C
Hoe minder de noot versierd is hoe langer hij duurt
D
Hoe minder de noot versierd is hoe korter hij duurt

Slide 9 - Quizvraag

Bij het speelstuk Trits zijn er drie partijen. Dat betekent dat er drie verschillende melodieen klinken.
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Wat zie je?

A
Twee kwartnoten, samen 1 tel
B
Twee achtste noten, samen 1 tel
C
Twee kwartnoten, samen 2 tellen
D
Twee achtste noten, samen 2 telklen

Slide 11 - Quizvraag

Hoeveel tellen is dit in totaal?
A
8 tellen
B
6 tellen
C
4 tellen
D
2 tellen

Slide 12 - Quizvraag

Dit is een 4/4 maat. Dat betekent dat er 4 tellen in de maat zitten.
Is dat correct bij dit voorbeeld?
A
ja
B
nee

Slide 13 - Quizvraag