13.3 In evenwicht

13.3 In evenwicht
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

13.3 In evenwicht

Slide 1 - Tekstslide

Deze les:
- Begrippencheck
- Huiswerk opgaven bespreken
- Oefentoets Longen
- 13.3 In evenwicht dl1: leerdoelen 9 en 10

Slide 2 - Tekstslide

Begrippencheck 13.1 + 13.2
Leerling 1
Leerling 2
Bronchiën
Trilharen
Vitale capaciteit
Restvolume
Middenrifspier
Buitenste tussenribspier
Diffussie
Dode ruimte
Ademcentrum
Chemische receptoren

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk opdr. 16
Opdr. 16 Klaplong
Leg uit dat een ingeklapte long niet meebeweegt met de borstkas.

Slide 4 - Tekstslide

Huiswerk opdr. 24
Het is jouw beurt om te waterskiën. Je ademhaling gaat sneller door adrenaline. Na een poosje skiën is de hoeveelheid CO2 in je bloed gestegen. Chemische receptoren nemen dit waar en sturen signalen naar het ademcentrum. Je ademt sneller en dieper.

Slide 5 - Tekstslide

Huiswerk opdr. 31
Astma: Ventilatie vermindert door samengetrokken spiertjes rond luchtwegen;
diffusieafstand blijft gelijk;
diffusieoppervlak blijft gelijk.

Chronische bronchitis: Ventilatie vermindert door slijm in de luchtpijp ;
diffusieafstand blijft gelijk;
diffusieoppervlak blijft gelijk.

Longemfyseem: Ventilatie blijft gelijk;
diffusieafstand blijft gelijk;
diffusieoppervlak vermindert door minder longblaasjes.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen 13.3
9. Je beschrijft de invloed van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel op de homeostase van het inwendige milieu. 
10. Je beschrijft de temperatuurregulatie van het lichaam. 
11. Je beschrijft hoe het lichaam de samenstelling van de weefselvloeistof constant houdt. 
12. Je benoemt de uitscheidingsorganen in het lichaam en beschrijft hun functie. 

Slide 9 - Tekstslide

Inwendig milieu - Homeostase
Je lichaam probeert je inwendige milieu zo constant mogelijk te houden zodat de omgeving van cellen zo optimaal mogelijk is (osmotische waarde, zuurgraad, aanwezigheid mineralen en brandstoffen, temperatuur).

Het vermogen van het lichaam om je inwendige milieu constant te houden heet homeostase.

Slide 10 - Tekstslide

Inwendig milieu - Homeostase
Hoe?
Lichaam meet continu de waardes (Ca2+, Na+, K+, CO2, O2, glucose, pH en temperatuur) met behulp van gespecialiseerde zintuigcellen (receptoren).

Ook heeft het lichaam een bepaalde normwaarden waar het naar streeft.

Slide 11 - Tekstslide

Regelkring
= effector

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Terugkoppeling
Negatieve terugkoppeling = product remt eigen aanmaak (schommeling rond een norm) (meestal het geval!)
Positieve terugkoppeling = product stimuleert eigen aanmaak (er komt meer en meer en meer...) (bijv. bevalling)

Slide 16 - Tekstslide

Dynamisch evenwicht
Door een regelkring met negatieve terugkoppeling gaan de waarden schommelen rondom de norm = dynamisch evenwicht.

Waarde boven de norm? effectoren zorgen dat de waarde verlaagt (en visa versa). 

Slide 17 - Tekstslide

Temperatuurregeling
Temperatuurregulatie

Slide 18 - Tekstslide

Doorbloeding huid, Rillen, Zweten, enz.
Interne zintuigen
Hypo-thalamus
37 oC

Slide 19 - Sleepvraag

Slide 20 - Tekstslide

Aan de slag!
- Maken 13.3 opdrachten bij leerdoelen 9 en 10
- Lezen 13.3 dl2 (blz. 173 + 174)


timer
15:00

Slide 21 - Tekstslide