krachten Kader 3

Krachten 
Weten welke veranderingen krachten veroorzaken
Krachten tekenen en meten
Netto kracht bepalen
Zwaartekracht berekenen
Hefboom regel
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Krachten 
Weten welke veranderingen krachten veroorzaken
Krachten tekenen en meten
Netto kracht bepalen
Zwaartekracht berekenen
Hefboom regel

Slide 1 - Tekstslide

Krachten
1
2
3

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde kun je antwoord geven op deze vragen:

Waarom gebruiken we hefbomen?
Hoe werkt de hefboomregel?
Wat zijn katrollen?
Wat is een takel?


Slide 3 - Tekstslide

Krachten
Wat is een kracht?
Krachten meten
Krachten bij elkaar optellen
Krachten in gereedschappen

Slide 4 - Tekstslide

Soorten krachten
  • Zwaartekracht
  • Spierkracht
  • Veerkracht
  • Spankracht
  • Magnetische kracht

Slide 5 - Tekstslide

Wat is de afkorting van kracht
A
f
B
S
C
F
D
K

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de eenheid van kracht?
A
Newton
B
Kilogram
C
Newton per vierkante meter
D
Watt

Slide 7 - Quizvraag

Welke kracht zorgt er voor dat je chromebook niet door de tafel heen zakt?
A
Spierkracht
B
Zwaartekracht
C
Veerkracht
D
Normaalkracht

Slide 8 - Quizvraag

Hoe groot is de normaalkracht op dit blokje van 350 g?
A
0,35 N
B
3,5 N
C
350 N
D
3500 N

Slide 9 - Quizvraag

Krachten kan je meten met een
A
weegschaal
B
veerunster
C
thermometer

Slide 10 - Quizvraag

Uit welke drie onderdelen bestaat een krachtpijl?
A
Richting, grootte, aangrijpingspunt
B
Richting, pijl, lengte
C
Lengte, schaal, aangrijpingspunt
D
richting, schaal, lengte

Slide 11 - Quizvraag

Krachten tekenen
A --> de richting van de pijl
B --> Het aangrijpingspunt
C --> De lengte van de pijl

F= kracht in Newton(N)
 Middelmassapunt bij Fz

Slide 12 - Tekstslide

Er werkt een zwaartekracht van 300N. De krachtenschaal is als volgt:

1cm = 50N

Hoe groot moet de pijl worden om een kracht van 300N weer te geven?
A
6,0 cm
B
6,5 cm
C
7,0 cm
D
7,5 cm

Slide 13 - Quizvraag

krachtenschaal 1 cm = 50 N
De krachtenpijl is 5 cm. Hoe groot is de kracht?
A
50 N
B
250 N
C
125 N
D
75 N

Slide 14 - Quizvraag

Nettokracht 
  • Je hebt pas verandering in beweging als er nettokracht wordt uitgeoefend.  
  • Bij stilstaande voorwerpen (of met een contstante snelheid) is nettokracht 0

Slide 15 - Tekstslide

Nettokracht

Nettokracht is de optelsom van alle krachten samen

Evenwicht: Nettokracht is 0 Newton

Slide 16 - Tekstslide

Nettokracht
Nettokracht vooruit - versnelling
Nettokracht achteruit - vertraging
Nettokracht is 0 - constante snelheid

Slide 17 - Tekstslide

De richting van de nettokracht is naar
A
links
B
rechts
C
boven
D
beneden

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de nettokracht bij een constante snelheid?
A
kleiner dan 0
B
gelijk aan 0
C
groter dan 0
D
dat weet je niet

Slide 19 - Quizvraag

Evenwicht
Bij hefboom in evenwicht geld momentenwet of hefboomregel 

Slide 20 - Tekstslide

Wat is de nettokracht?
A
Alle krachten bij elkaar opgeteld
B
als er geen krachten zijn, dat is de nettokracht
C
de sterkste kracht in de tekening

Slide 21 - Quizvraag

Wat is
de
nettokracht?
A
25N
B
225N
C
1,25N
D
12500N

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de opwaartse kracht
van het water
(zie figuur hiernaast)
A
7 N
B
5 N
C
3 N
D
2 N

Slide 23 - Quizvraag

Berekeningen uitvoeren met hefboomregel 

Slide 24 - Tekstslide

Bereken met de hefboomregel of de hefboom hiernaast in evenwicht is.
A
Er is evenwicht
B
Er is geen evenwicht
C
Er is een beetje evenwicht

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de hefboomregel
A
rL × rR = FL × FR
B
FL × rL = FL × rL
C
FL × rL = FR × rR
D
rR × FL = rL × FR

Slide 26 - Quizvraag

hefboom regel 
toon met een berekening aan dat de hefboom in evenwicht is? 

Gegeven: F1 = 200N l1 = 2 m
                   F2 = 400N l2 = 1 m 
Gevraagd: Is hefboom in evenwicht. 

Formule: F1 x l1 = F2 x l2 

Berekening:  
          200 x 2 = 400 x 1 
                400 = 400 
antwoord: 
De hefboom is in evenwicht. 


Slide 27 - Tekstslide

Als het volume van een voorwerp toeneemt terwijl de massa gelijk blijft, dan zal de opwaartse kracht....
A
Toenemen
B
Gelijk blijven
C
Afnemen
D
Eerst toenemen en dan afnemen

Slide 28 - Quizvraag

Wat bepaalt de grootte van de opwaartse kracht op een voorwerp?
A
De hoeveelheid water die verplaatst wordt.
B
De snelheid van het voorwerp.
C
De massa van het voorwerp.
D
De volume van het voorwerp.

Slide 29 - Quizvraag

bereken met de hefboom regel hoe groot de kracht is in punt s van de schaar?
Gegeven: l1 = 2,5 cm    F2 = 1,5 N  l2 = 6 cm

Gevraagd: F1 in punt S

Formule: F1 x l1 = F2 x l2 

Berekening:      F1 x l1 = F2 x l2
                                    F1 x 2,5 = 1,5 x 6
                              F1 x 2,5 = 9 
                              F1 = 9 : 2,5 = 3,6
Antwoord: De kracht in punt S is 3,6 N 





Slide 30 - Tekstslide

bereken met de hefboom regel hoe groot de kracht is in punt s van de schaar?
Gegeven: l1 = 2,5 cm    F2 = 1,5 N  l2 = 6 cm

Gevraagd: F1 in punt S

Formule: F1 x l1 = F2 x l1 

Berekening:      F1 x l1 = F2 x l2
                                    F1 x 2,5 = 1,5 x 6
                              F1 x 2,5 = 9 
                              F1 = 9 : 2,5 = 3,6
Antwoord: De kracht in punt S is 3,6 N 





Slide 31 - Tekstslide

Bereken de nettokracht bij afbeelding 1 en 2.
690N
310N
90N
510N

Slide 32 - Sleepvraag

Opdracht 8: De nettokracht kan positief zijn (in de richting van de beweging), negatief zijn (tegen de beweging in) of gelijk zijn aan 0. Sleep de situatie (links) naar de juiste nettokracht (rechts).
nettokracht is positief
nettokracht is 0
nettokracht is negatief
voorwerpen op lopende band
vallende steen
rijden met constante snelheid
raceauto komt naast de baan
je maakt een noodstop
een startende schaatser

Slide 33 - Sleepvraag

Gemiddelde snelheid berekenen
  • Gemiddelde snelheid  
     
  • Gemiddelde snelheid is de afstand gedeeld door de   tijd  
     

Slide 34 - Tekstslide

De gemiddelde snelheid
Afstand
meter
m
Tijd
seconde
s(sec)
Snelheid
meter per seconde
m/s
gemiddelde snelheid= afstand/tijd

Slide 35 - Tekstslide

 gemiddelde snelheid
formules: 
gemiddelde snelheid = afstand : tijd. 
afstand = gemiddelde snelheid x tijd. 
tijd = afstand : gemiddelde snelheid.

Slide 36 - Tekstslide

Versnellen en vertragen
  • versnellen
  • vertragen  
  • eenparig versnellen
  • constante snelheid
  • stilstand

Slide 37 - Tekstslide

versnelling en berekeningen. 
Versnelling, massa en nettokracht zijn afhankelijk van elkaar. 
Bijvoorbeeld: Een lichter voorwerp versnelt sneller dan een lichter voorwerp, bij dezelfde nettokracht.

Nettokracht = massa x versnelling                                               Fnetto = m x a 

Fnetto = Nettokracht in Newton (N)
M = de massa in kg
a = versnelling in m/s2
versnelling berekenen.

Slide 38 - Tekstslide

Welke kracht zorgt er voor dat je chromebook niet door de tafel heen zakt?
A
Spierkracht
B
Zwaartekracht
C
Normaalkracht
D
Veerkracht

Slide 39 - Quizvraag