Algemene rekenvaardigheden
Klas 3 en 4 deel 2
Algemene rekenvaardigheden
Klas 3 en 4 deel 2
Deze les is bedoeld om het rekenen op te frissen!
Deze les is niet bedoeld om alles in één keer weer te begrijpen en te onthouden.
In deze LessonUp komen veel opdrachten voor, weet je iets niet of heb je dat nog niet gehad. Niet erg! De komende tijd gaan wij hier nog aandacht aan besteden.
Doel van deze les
Je weet wat de teller en de noemer is van een breuk.
Je weet hoe je kunt rekenen met een breuk.
Je herkent de handige breuken en kan hiermee eenvoudige sommen oplossen.
Je weet hoe je een breuk kunt omzetten naar een decimaal getal.
Je weet voorbeelden te noemen van waar je procenten in het dagelijks leven gebruikt.
Je kunt een percentage uitrekenen.
Je kent de handige percentages en kunt daarmee rekenen.
Je herkent een verhoudingstabel.
Je weet waar verhoudingstabellen voor gebruikt worden.
De leerdoelen van deze les zijn:
Dit onderdeel gaat over het begrijpen en gebruiken van breuken, procenten en verhoudingen in verschillende situaties.
We gaan oefenen met procenten, breuken, handige percentages en verhoudingstabellen.
Afsluiting behalen leerdoelen
Planning deze les:
Vorige week hebben we geoefend met getalbegrip, de rekenvolgorde, wortels, kwadraten en afronden.
We starten met een paar vraagjes om deze leerdoelen te herhalen.
Weten we nog hoe we dat moesten doen?
Korte herhaling van vorige week
Schrijf het getal
Zevenenzestigduizend vierentwintig
Rond dit getal af op twee decimalen 12,9927
(24 - 2) x 10 =
De oplossing is
22
4
220
240
Breuken...
Waar hebben we het dan ook alweer over?
Uitspraak is
één vierde.
Begrippen teller en noemer komen vaker in opdrachten voor.
Startopdracht:
Sleep de breuk naar de juiste afbeeldingen
4/8
2/8
3/4
2/6
6/8
1/2
1/3
Breuken vereenvoudigen
Breuken vereenvoudigen betekent dat je de noemer van de breuk kleiner maakt.
De waarde van de breuk
verandert niet!
Twee voorbeelden zie je hier.
Koppel de breuken die hetzelfde zijn.
Dus boven en onder delen door hetzelfde getal.
3/12
6/36
7/70
12/24
Welke breuk is vereenvoudigd uit..
1/2
2/3
3/4
2/2
Hoe vereenvoudig je...
3/4
2/4
4/6
6/2
Welke breuk is het verst vereenvoudigd?
3/9
4/8
2/5
6/12
Deze breuken en bijbehorende percentages komen het vaakst voor en staan ook in de rekengids weergegeven in een tabel op blz 2.
Handig om te kennen!
Breuken, percentages
en decimale getallen.
Rekenen met breuken
Optellen en aftrekken van breuken kan alleen met één dezelfde noemer!
Dus dit kan wel:
Dit kan (nog) niet:
Je moet de breuken gelijknamig maken om ermee te kunnen rekenen.
Voorbeeld noemer gelijk maken
De noemers met elkaar vermenigvuldigen
Dit is de bekendste en snelste methode. Je vermenigvuldigt de noemers met elkaar om een nieuwe, gezamenlijke noemer te krijgen.
Voorbeeldsom:
Vind de nieuwe noemer: Vermenigvuldig de noemers met elkaar: 3 × 5 = 15.
Beide breuken krijgen nu 15 als noemer.
Pas de eerste breuk aan: De noemer ging van 3 naar 15 (dus keer 5).
Doe de teller ook keer 5 dus 2 × 5 = 10. De breuk wordt nu als volgt:
Pas de tweede breuk aan: De noemer ging van 5 naar 15 (dus keer 3).
Doe de teller ook keer 3 dus 1 × 3 = 3. De breuk wordt nu als volgt:
Nu zijn de noemers gelijk en kun je ze optellen:
Wat is ...
9 / 10
3 / 5
4 / 5
3 / 10
Oefenen met breuken vereenvoudigen
Deel van een hoeveelheid uitrekenen. Wat is van 35?
Stap 1. Deel het getal door de noemer.
Stap 2. Doe de uitkomst keer de teller.
Voorbeeld:
Stap 1. De noemer is 5 dus 35 : 5 = 7
Stap 2. De teller is 3 dus 7 x 3 = 21
Het antwoord is 21.
Deel uitrekenen van een geheel
Reken uit. Wat is van 120?
Reken uit. Wat is van 42?
Reken uit. Wat is van 40?
Reken uit. Wat is van 8100?
Het woord procent komt uit het Latijn en betekent per honderd.
Percentages zijn precies hetzelfde als een breuk met de noemer 100.
Voorbeeld:
5% is hetzelfde als
35% is hetzelfde als
Procenten %
Wist je dat?
Er ook een promilleteken bestaat?
Dat betekent per duizend.
Wie kent dit niet?
Procenten in het dagelijks leven
100 % is hetzelfde als het totaal.
Vaak is het handigst om eerst te rekenen naar 1 %.
Daarna reken je naar het gevraagde percentage.
Stap 1. Deel het totaal door 100, dan heb je 1 %.
Stap 2. Doe de uitkomst keer het gevraagde percentage.
Percentage uitrekenen
Voorbeeldsom
Reken 45 % van 500 uit.
Stap 1. Deel het totaal door 100.
500 : 100 = 5
Stap 2. Doe de uitkomst keer het gevraagde percentage.
5 x 45 = 225
Het antwoord is 45% van 500 is 225.
Pak voor de volgende opdrachten je rekenmachine erbij!
Wat is 35 % van 200?
35
70
20
350
Wat is 1 % van 46?
4
6
4,6
0,46
Wat is 2,5% van 900?
Wat is 6 % van 36,50
Wat is 39 % van 400
Wat is 3 % van 0,2
Reken met handige percentages
Ken deze uit je hoofd!
50% = deel het totaal door 2
33,3...% = deel het totaal door 3
25% = deel het totaal door 4
20% = deel het totaal door 5
10% = deel het totaal door 10
Voorbeeld:
10% van 78 =
78 : 10 = 7,8
Voorbeeld:
20% van 300 =
300 : 5 = 60
Voorbeeld:
75% van 200 =
25% is 200:4=50
50 x 3 = 150
Wat is 10 % van 752?
Hoeveel is 25% van 86?
8,6
16
21,5
43
Wat is 75 % van 260?
65
165
195
205
Handige percentages deel =
40 %
50%
12,5 %
25 %
Met behulp van een verhoudingstabel kun je aantallen omrekenen naar procenten of andersom!
Procenten in een verhoudingstabel
Belangrijk bij verhoudingstabellen is dat je altijd aan de boven- en onderkant van de tabel hetzelfde doet.
In het voorbeeld hiernaast zie je:
Eerst delen door 100
Daarna keer twaalf
Verhoudingstabellen
Bij verhoudingstabellen reken je via 1 om bij het gewenste aantal te komen.
Voorbeeld hiernaast:
25 auto's hoort bij 100%.
Je wilt weten wat 12% van de auto's is.
Reken eerst uit hoeveel 1%
Reken vanuit daar naar 12%.
Verhoudingstabellen rekenen via 1
Hoeveel is 15% in het onderstaande voorbeeld?
15
30
50
230
Noem één ding wat je geleerd hebt deze les.
Je weet wat de teller en de noemer is van een breuk.
Je weet hoe je kunt rekenen met een breuk.
Je herkent de handige breuken en kan hiermee eenvoudige sommen oplossen.
Je weet hoe je een breuk kunt omzetten naar een decimaal getal.
Je weet voorbeelden te noemen van waar je procenten in het dagelijks leven gebruikt.
Je kunt een percentage uitrekenen.
Je kent de handige percentages en kunt daarmee rekenen.
Je herkent een verhoudingstabel.
Je weet waar verhoudingstabellen voor gebruikt worden.
De leerdoelen van deze les waren:
Goed geoefend!!
Trots op jullie!