Quiz herhaling krachten 3de jaar

Quiz herhaling krachten 3de jaar
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Quiz herhaling krachten 3de jaar

Slide 1 - Tekstslide

1. Als het elastiek gespannen is, wordt Ralf afgeremd.
Hoe noem je de kracht in het elastiek?
A
Spankracht
B
Veerkracht
C
Zwaartekracht
D
Luchtweerstand

Slide 2 - Quizvraag

2. Waar is de zwaartekracht juist getekend
A: B: C: D:
A
Foto A
B
Foto B
C
Foto C
D
Foto D

Slide 3 - Quizvraag

3. Welke kracht werkt er altijd?
A
spierkracht
B
spankracht
C
zwaartekracht
D
veerkracht

Slide 4 - Quizvraag

4. Welke kracht grijpt aan in het massamiddelpunt?
A
Zwaartekracht
B
Normaalkracht
C
Wrijvingskracht
D
Spankracht

Slide 5 - Quizvraag

5. Het donkere deel van het voorwerp uit de afbeelding is gemaakt van lood (dichtheid 11,35g/cm^3) het lichte deel van aluminium (dichtheid 2,7g/cm^3) waar ligt het massamiddelpunt?
A
(Iets) links van het midden
B
In het midden
C
(Iets) rechts van het midden
D
Dat kun je niet zeggen

Slide 6 - Quizvraag

6. Fz = m x g
Hoe bereken je de massa?
A
m = Fz x g
B
m = Fz : g
C
m = g : Fz
D
m = Fz - g

Slide 7 - Quizvraag

7. Het blokje heeft een massa van 350 g. Hoe groot is de zwaartekracht?
A
0,35 N
B
3,5 N
C
35 N
D
3500 N

Slide 8 - Quizvraag

8. Een voorwerp hangt aan een veer. De veer trekt met een kracht van 2,5 kN aan het voorwerp. Wat is de massa van het voorwerp?
A
0,25 kg
B
250 kg
C
0,25 g
D
250 g

Slide 9 - Quizvraag

9. De lengte van de krachtenpijl
is 2,5 cm.
Hoe groot is de krachtenschaal?
A
1 cm ≙ 4,8 N
B
1 cm ≙ 9,5 N
C
1 cm ≙ 14,5 N
D
1 cm ≙ 30 N

Slide 10 - Quizvraag

10. Jaap tekent een krachtenpijl van 5 cm. Hij zet er bij: 1 cm ≙ 10 N.
Hoe groot is de kracht die Jaap met zijn pijl aangeeft?
A
1 N
B
5 N
C
10 N
D
50 N

Slide 11 - Quizvraag

11. Wat is de
nettokracht?
A
1,25 N naar rechts
B
25 N naar rechts
C
225 N naar rechts
D
125 000 N naar rechts

Slide 12 - Quizvraag

12. De grootte en richting van de nettokracht is:
A
15 N naar links
B
15 N naar rechts
C
49 N naar links
D
49 N naar rechts

Slide 13 - Quizvraag

13. De massa van de doos is 60 kg. Hoeveel spierkracht moet je gebruiken om de doos op te tillen?
F1 x l1 = F2 x l2
A
8 kg
B
8 N
C
80 kg
D
80 N

Slide 14 - Quizvraag

14. Wat is de eenheid van moment?
A
N
B
m
C
Nm
D
N/m

Slide 15 - Quizvraag

15. Het moment links is?
A
0,4 m
B
40N
C
60 Nm
D
167 Nm

Slide 16 - Quizvraag

16. Wat is de lengte van de rechterarm?
F1 x l1 = F2 x l2
A
0,0036 m
B
0,36 m
C
1 m
D
10 000 m

Slide 17 - Quizvraag

17. Een katrol verandert de richting van een kracht altijd
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quizvraag

18. In een takel zitten meerdere katrollen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

19. Uit hoeveel losse katrollen bestaat deze takel
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 20 - Quizvraag

20. De takel draagt een last van 1200 N.
Hoe groot is de trekkracht Fh bij de getekende takel?

A
400 N
B
600 N
C
1200 N
D
2400 N

Slide 21 - Quizvraag

Dit was de quiz
Nu volgen er 4 filmpjes, kies het onderwerp welke je lastig vond in de toets en bekijk desbetreffend filmpje(s)
  1. Krachten tekenen (9:30)
  2. Nettokracht (5:03)
  3. Momentenwet (16:21)
  4. Katrollen (7:46)

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video