Les 7: Spelling van de leestekens

Spelling van de leestekens
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Spelling van de leestekens

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Na deze les kan je …
- de juiste leestekens gebruiken (., ?, !, …, , , : , ; , — , ( ))
- uitleggen waarom interpunctie belangrijk is voor duidelijkheid
- aanhalingstekens correct gebruiken bij directe rede
- begin-, eind- en onderbroken aanhaling toepassen
- het verschil uitleggen tussen directe en indirecte rede
- zinnen omzetten van directe naar indirecte rede 

Slide 2 - Tekstslide

Het belang van leestekens

Slide 3 - Tekstslide

Het belang van leestekens
Leestekens hebben twee functies: 
-  verband tussen zinsdelen verduidelijken
- voorkomen verkeerde interpretatie

1. Pas op Jan!
2. Pas op, Jan!


Slide 4 - Tekstslide

Punt .
- einde van een mededelende zin;
- na een onrechtstreekse of indirecte vraag;
- na een vriendelijk verzoek.

Vb.  Mijn wekker haat mij echt.
Mama vroeg of ik ooit nog ga opruimen.
Zou je misschien willen stoppen met mijn chips opeten




Slide 5 - Tekstslide

Vraagteken ?
- na een directe vraag.

Vb.  Gaan we vandaag iets leuks doen in de les? Nee.
Moet ik dit echt kunnen voor de toets? Ja.




Slide 6 - Tekstslide

Uitroepteken !
- na een bevel
- na een uitroep
- na sommige wensen
- na een waarschuwing.

Vb. Stop met te eten tijdens de les! Dit is niet eerlijk!
Hopelijk komt mijn motivatie terug! Pas op voor de juf, ze bijt!


Vb.  Gaan we vandaag iets leuks doen in de les? Nee.
Moet ik dit echt kunnen voor de toets? Ja.




Slide 7 - Tekstslide

Beletselteken ...
- bij een onderbreking
- bij twijfel/aarzeling;
- bij een onafgewerkte opsomming.

Vb. Ik wilde net zeggen dat jelaat maar.
Misschien is dit tochgeen goed idee.
In mijn boekentas zitten pennen, snoep, losse papieren

Slide 8 - Tekstslide

Komma ,
- bij aanspreking;
- bij een tussenwerpsel;
- bij een opsomming;
- bij een bijstelling;

Vb. Leraar, ik was het echt niet.
Ach, dat had ik kunnen weten.
Ik nam mijn boeken, mijn excuses en mijn paniek mee.
Mijn broer, de koning van het uitstellen, begon eindelijk te werken.


Ik wilde studeren, maar mijn bed had andere plannen.

Tussen twee werkwoorden

Ik wou slapen, maar ik moest leren.

Slide 9 - Tekstslide

Komma ,
- bij een nevenschikking voor het voegwoord;
- tussen 2 vervoegde werkwoorden.

Vb. Ik wilde studeren, maar mijn bed had andere plannen.
Toen ze dat verteld had, begon iedereen te juichen. 

Slide 10 - Tekstslide

Dubbele punt :
- voor een opsomming;
- voor een verklaring;
- voor een eindaanhaling.

Vb. Ik had drie dingen nodig: moed, koffie en wifi.
Ik kwam te laat: mijn wekker had maandag.
De leraar zei: “Dit staat zeker op de toets.”

Slide 11 - Tekstslide

Aanhalingstekens " "
- bij letterlijke woorden / citaat;
- om een bijzondere betekenis te geven aan woorden.

Vb. Hij fluisterde: Ik heb honger.
Mijn korte taak duurde drie uur.

Slide 12 - Tekstslide

Puntkomma ;
- bij twee zinnen die inhoudelijk nauw met elkaar samenhangen 

Vb. Ik moest studeren; mijn telefoon had andere plannen.

Slide 13 - Tekstslide

Gedachtestreepjes — —
- als je een zin wil onderbreken met een andere gedachte 

Vb. Ik wou studeren — echt waar — maar Netflix riep.

Slide 14 - Tekstslide

Haakjes ( )
- om toelichting/verdere uitleg te geven

Vb. (Oud-)leerlingen zijn ook welkom.

Slide 15 - Tekstslide

Schrijf het juiste leesteken.
Ik vraag me af wanneer wij nu weer hebben afgesproken

Slide 16 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Nemar ik zou graag hebben dat je niet smakt wanneer je eet

Slide 17 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Hij is gierig maar hij geeft wel veel geld uit aan kleren

Slide 18 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Geef die sleutel terug

Slide 19 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Auw ik deed me pijn

Slide 20 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Let op

Slide 21 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
In de supermarkt koopt papa veel vis kabeljauw zalm en forel

Slide 22 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Meneer Vanden Bergh mijn klastitularis is jarig

Slide 23 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Wie het eerst over de eindmeet komt wint de wedstrijd

Slide 24 - Open vraag

Schrijf het juiste leesteken.
Manon is een influencer ze heeft haar eigen YouTubekanaal

Slide 25 - Open vraag

Auw, mijn voet!
A
Deze zin drukt een bevel uit.
B
Deze zin drukt een uitroep uit

Slide 26 - Quizvraag

Mijn zus is benieuwd of ik sneakers of laarzen kocht.
A
Dit is een verzoek.
B
Dit is een onrechtstreekse vraag.

Slide 27 - Quizvraag

Terwijl je met de bus reist kun je uit het raam kijken.
A
Dit zijn gelijkwaardige woorden.
B
Deze zin bevat een bijstelling.

Slide 28 - Quizvraag

Yoni mijn klasgenoot kan honderd keer pompen.
A
Dit is een samengestelde zin.
B
Deze zin bevat een bijstelling.

Slide 29 - Quizvraag

Oeps ik hoorde de bel niet.
A
Deze zin bevat een aanspreking.
B
Deze zin bevat een tussenwerpsel.

Slide 30 - Quizvraag

Maak de Bookwigets van leestekens op pagina 34.

Slide 31 - Tekstslide