h9.6 "een zout herkennen"

Hst 9.6 "een zout herkennen"
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hst 9.6 "een zout herkennen"

Slide 1 - Tekstslide

Planning:
  • Introductie
  • Instructie/Uitleg
  • Rode gemarkeerde overnemen in je schrift
  • Samen lezen
  • Opdrachten maken
  • Na controle
  • Huiswerk noteren in je schrift

Slide 2 - Tekstslide

leerdoelen
9.6.1 Je kunt een zout herkennen door onderzoek te doen naar het verschil in stofeigenschappen.
9.6.2 Je kunt van een aantal ionen opzoeken wat de bijbehorende vlamkleuring is.

Slide 3 - Tekstslide

Geef de formule van IJzer(III)chloride
timer
1:00

Slide 4 - Open vraag

Geef de formule van amoniumfosfaat
timer
1:00

Slide 5 - Open vraag

Is deze stof goed oplosbaar?
ZnI​2​​
A
ja
B
nee

Slide 6 - Quizvraag

Geef de oplosvergelijking van
ZnI​2​​

Slide 7 - Open vraag

Als je mini-oplosbaarheidstabel alleen maar g heeft. Wat krijg je dan?
A
Een heldere oplossing waarin alle ionen opgelost zijn
B
Een troebele suspensie waarin een slecht oplosbaar zout is ontstaan

Slide 8 - Quizvraag

Hoe zou je koperfosfaat uit een vloeistof kunnen halen?
A
indampen
B
extraheren
C
filtreren
D
adsorberen

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Zout herkennen
Soms niet duidelijk met welk soort zout (oplossing) je te maken hebt
Dit kun je onderzoeken
1. Oplosbaarheid onderzoeken
2. Kleur herkennen
3. Ionsoort herkennen mbv neerslagreactie

Slide 11 - Tekstslide

koperionen zijn blauw

Slide 12 - Tekstslide

ijzerionen zijn bruin

Slide 13 - Tekstslide

Verschil in oplosbaarheid
voorbeeld: natriumcarbonaat of calciumcarbonaat?

Slide 14 - Tekstslide

Verschil in oplosbaarheid
voorbeeld: natriumcarbonaat of calciumcarbonaat?

Doe een schepje in een reageerbuis, water erbij.
Troebel: calciumcarbonaat
Helder: natriumcarbonaat

Slide 15 - Tekstslide

Verschil in oplosbaarheid
voorbeeld: natriumfosfaat of natriumsulfaat?

Slide 16 - Tekstslide

Verschil in oplosbaarheid
voorbeeld: natriumfosfaat of natriumsulfaat?

Beide zouten goed oplosbaar, beide zouten Na-zouten.
Het verschil zit in het negatieve ion: PO43- of SO42-

Slide 17 - Tekstslide

Verschil in oplosbaarheid
voorbeeld: natriumfosfaat of natriumsulfaat?
Het verschil zit in het negatieve ion: PO43- of SO42-

Zoek een + ion dat met de ene wel en de ander niet een neerslag vormt

Slide 18 - Tekstslide

verschil in oplosbaarheid
voorbeeld: natriumfosfaat of natriumsulfaat?
Het verschil zit in het negatieve ion: PO43- of SO42-

Zoek een + ion dat met de ene wel en met de ander niet een neerslag vormt

Slide 19 - Tekstslide

PO43-
 SO42-

Slide 20 - Tekstslide

PO43-
 SO42-
Cu2+
g
s

Slide 21 - Tekstslide

Met Cu2+ kan je dus verschil zien.
De leverancier van de  Cu2+ zou CuCl2 kunnen zijn (of Cu(NO3)2 of CuSO4 of ...)

Slide 22 - Tekstslide

Positieve ionen die verhit worden gaan licht uitzenden. Ieder ion zijn eigen kleur. 
(zie BINAS 38)

Slide 23 - Tekstslide

Samengevat:
  1. met welk ion kan je verschil zien (s/g)?
  2. welk goed oplosbaar zout levert dat ion?

Slide 24 - Tekstslide

Vragen?
Maken 9.6: 1-10
Vragen voor volgende les voor jezelf scherp hebben

Slide 25 - Tekstslide