In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 90 min
Onderdelen in deze les
WKMA 12-2
Slide 1 - Tekstslide
Teams Code+
Team Jwana: Jwana en Tasnim, Fai en Moustafa -> Code+ deel 2, hoofdstuk 3, spreekoefeningen: vragen stellen en beantwoorden over gezond leven (taak 4)
Team Nathaniel: Selenia, Nathaniel, Hussein, Aran, Dzheren, Code + hoofdstuk 5: een route begrijpen en beschrijven
Team Mykyta + Atai ->Code+, deel 1, hoofdstuk 3: zeggen wat je (niet) lekker vindt, telefonisch eten bestellen (taak 4))
Team Jarina: Haneen, Solomiia, Yarina, Maysam, Yumer en Mohamed -> Code+ deel 1, hoofdstuk 1: groeten en formulieren invullen
Slide 2 - Tekstslide
Teams Code+
Team Jwana: Jwana en Tasnim -> Code+ deel 2, hoofdstuk 3, spreekoefeningen: vragen stellen en beantwoorden over gezond leven (taak 4), hoofdzin en bijzin (p. 70 en oefeningen)
Team Fai en Moustafa -> Code + deel 2, hoofdstuk 4: praten over koetjes en kalfjes
, taak 1, opdracht 8.2 en 9, taak 2 opdracht 7 en 8 (praten over problemen.
Team Nathaniel: Selenia, Nathaniel, Hussein, Aran, Dzheren, Code + hoofdstuk 5: een route begrijpen en beschrijven
Team Mykyta + Atai ->Code+, deel 1, hoofdstuk 3: zeggen wat je (niet) lekker vindt, telefonisch eten bestellen (taak 4))
Team Jarina: Haneen, Solomiia, Yarina, Maysam, Yumer en Mohamed -> Code+ deel 1, hoofdstuk 1: groeten en formulieren invullen
Slide 3 - Tekstslide
Teams Code+
Team Jwana: Jwana en Tasnim, Fai en Moustafa -> Code+ deel 2, hoofdstuk 3, spreekoefeningen: vragen stellen en beantwoorden over gezond leven (taak 4), hoofdzin en bijzin (p. 70 en oefeningen)
Team Nathaniel: Selenia, Nathaniel, Hussein, Aran, Dzheren, Code + hoofdstuk 5: een route begrijpen en beschrijven
Team Mykyta + Atai ->Code+, deel 1, hoofdstuk 3: zeggen wat je (niet) lekker vindt, telefonisch eten bestellen (taak 4))
Team Jarina: Haneen, Solomiia, Yarina, Maysam, Yumer en Mohamed -> Code+ deel 1, hoofdstuk 1: groeten en formulieren invullen
Slide 4 - Tekstslide
Je gaat van school naar huis. Beschrijf de route.
Slide 5 - Open vraag
Schrijf zoveel mogelijk woorden over het openbaar vervoer op.
Slide 6 - Woordweb
Teams Code+
Team Jwana: Jwana en Tasnim, Fai en Moustafa
-> Code+ deel 2, hoofdstuk 3, spreekoefeningen: vragen stellen en beantwoorden over gezond leven (taak 4),
hoofdzin en bijzin (lees p. 70 en maak de oefeningen)
Maak taak 4 helemaal af
Vertaal de woordenlijst 72
Zorg dat je online ook alle taken af hebt
Vrijdag toets over dit hoofdstuk!
Slide 7 - Tekstslide
Team Jwana (Code+)
Deel 2 hoofdstuk 3:
taak 1, 2 en 3 maken
spreekopdracht 3.2 (een gezondheidsadvies vragen), 3.3 (de antwoorden controleren),
Spreekopdracht 4.1, 4.2, 4,3 (informatie opzoeken in een bijsluiter, vragen stellen en bespreken. Pagina 58-59
Opdracht 1, 5, 6 en 7 (een klacht beschrijven bij de huisarts
Grammatica Klare Taal: les 47 ,50 en les 52 (dat-zinnen)
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
EN, MAAR, WANT, DUS, OF
Dit noemen we nevenschikkende voegwoorden......ze plakken een hoofdzin aan een hoofdzin
Even oefenen......
Slide 15 - Tekstslide
Maak deze zin af: Ik wil graag naar school maar.....
Slide 16 - Open vraag
Maak deze zin af: Ik wil graag naar school en.....
Slide 17 - Open vraag
Maak deze zin af: Ik wil graag naar school want.....
Slide 18 - Open vraag
Maak deze zin af: Ik wil graag naar school dus.....
Slide 19 - Open vraag
Slide 20 - Video
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Een bijzin is vaak het tweede deel van de zin:
Ik ga niet naar school, omdat het vandaag zondag is.
Maar een bijzin kan ook aan het begin van de zin staan:
Omdat het vandaag zondag is,ga ik niet naar school.
Let dus goed op of er een voegwoord in de zin staat, en kijk naar de plaats van de werkwoorden.
Slide 23 - Tekstslide
'Ik werk in een winkel en ......'
Maak de zin af
A
... ik loop stage in een restaurant
B
...ik stageloop in een restaurant.
Slide 24 - Quizvraag
'Ik ben ziek, maar ik voel me goed.'
Wat is het voegwoord (conjunctie)?
A
ik
B
maar
C
ben
D
niet
Slide 25 - Quizvraag
Ik kan niet werken, .......... ik ben ziek.
Welk voegwoord past in de zin?
A
want
B
en
C
dus
D
maar
Slide 26 - Quizvraag
Ik ben ziek, ........ ik ga niet werken.
A
want
B
dus
C
en
D
maar
Slide 27 - Quizvraag
Team Nathaniel Code+
Team Nathaniel: Deel 1 hoofdstuk 5: Selenia, Nathaniel, Hussein, Aran, Dzheren
hoofdstuk 5 taak 3 en 4 maken
Van taak 1: opdracht 5,1, 6 p. 108 en 109 (de weg vragen)
Van taak 2: opdracht 1, 5, 6, 7.1, 7. 2 p. 111 en 112p. 32
woordenlijst p. 132 vertalen
Klare Taal 73, p. 182 (modale werkwoorden)
Slide 28 - Tekstslide
Kunt u me helpen
Mag ik je/u iets vragen
Kunt u hem/haar helpen
Kun je ons helpen
Mag ik julie iets vragen
Kun je hen de weg wijzen
Ik --> me
Je --> je
u ---> u
hij --> hem
zij --> haar
wij --> ons
jullie --> jullie
zij --> hen
Slide 29 - Tekstslide
Slide 30 - Tekstslide
Slide 31 - Tekstslide
Slide 32 - Tekstslide
Slide 33 - Tekstslide
Team Mykyta Code+
Team Mykyta: Deel 1 hoofdstuk 3 (taak 1 en 2)
Taak 1: spreekopdracht blz. 62: praten over wat je wel/niet lekker vindt
Taak 2: spreekopdrachten blz. 68: eten kopen op de markt
Taak 3: Vragen wat iemand wil drinken blz. 71 (werkblad)
Taak 4 telefonisch eten bestellen, maak opdracht 1 tot en met 5
Slide 34 - Tekstslide
De vraagzin
Je lust appels ---> Lust je appels?
Je wil wat drinken --->Wil je wat drinken?
Je vindt kip lekker ---> Vind je kip lekker
Slide 35 - Tekstslide
Welke vraagzin is goed?
A
Ga je met de bus naar school?
B
Je gaat met de bus naar school?
C
Gaan je met de bus naar school?
D
Je ga naar school met bus
Slide 36 - Quizvraag
Welke vraagzin is goed?
A
Je taart lekker vindt?
B
Vind je taart lekker?
C
Taart lekker je vindt?
D
Ik niet lust taart
Slide 37 - Quizvraag
Team Yarina Code+
Team Mayssam: Deel 1 hoofdstuk 1 (taak 2, 3 en 4
Taak 2: leer de getallen op p. 13, vertel mij hoe je de volgende getallen uitspreekt: 8, 88, 888, 8888, 88888, 888888, 88888888. Maak de opdrachten bij taak 2
Taak 3: Groeten: 5,3 samen (groeten bij het weggaan)
Taak 4: Formulieren invullen. Maak 1, 2, 4 en 6
opdracht 5 samen: stel vragen om een formulier in te vullen (werkblad