In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
A4 WA H10 voorkennis
Slide 1 - Tekstslide
Planning van deze les
Terugblik naar de leerdoelen van de vorige les.
Uitleg leerdoelen deze les.
Werken aan je huiswerk en eventuele vragen stellen.
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen van de vorige les
Hoofdstuk 11, paragraaf 2
Ik kan proposities lezen en schrijven met de logische symbolen ⇒ en ¬.
Slide 3 - Tekstslide
A: Jack is moe. B: Jack gaat naar bed. Gegeven zijn de volgende twee beweringen. 1. A ⇒ B 2. ¬B
Dus...
Slide 4 - Open vraag
Leerdoelen van deze les
Hoofdstuk 11, paragraaf 2
Ik kan proposities lezen en schrijven met de logische symbolen ∧ en ∨.
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Heb je bij deze bewering te maken met het inclusieve of dan wel het exclusieve of.
Je mag door de douane als je een paspoort of een identiteitskaart hebt.
A
Inclusieve of
B
Exclusieve of
Slide 8 - Quizvraag
Heb je bij deze bewering te maken met het inclusieve of dan wel het exclusieve of.
Bij een driegangenmenu hoort als dessert tiramisu of chocolademousse.
A
Inclusieve of
B
Exclusieve of
Slide 9 - Quizvraag
Heb je bij deze bewering te maken met het inclusieve of dan wel het exclusieve of.
Dit jaar wordt Feyenoord, Ajax of NEC tweede.
A
Inclusieve of
B
Exclusieve of
Slide 10 - Quizvraag
Heb je bij deze bewering te maken met het inclusieve of dan wel het exclusieve of.
De betekenis van het woord propositie kun je opzoeken op je smartphone of op je tablet.
A
Inclusieve of
B
Exclusieve of
Slide 11 - Quizvraag
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Zie de waarheidstabel hiernaast. Waar in de tabel kun je zien dat je te maken hebt met een inclusieve of?
Slide 14 - Open vraag
Zowel in de laatste als in de een-na-laatste regel bij A ⇒ B staat een 1. Licht voor A=0 en B=1 met een voorbeeld toe dat er geen reden is om aan te nemen dat A ⇒ B niet waar is.
Slide 15 - Open vraag
Zowel in de laatste als in de een-na-laatste regel bij A ⇒ B staat een 1. Licht voor A=0 en B=0 met een voorbeeld toe dat er geen reden is om aan te nemen dat A ⇒ B niet waar is.
Slide 16 - Open vraag
Voeg in je schrift een kolom toe met enen en nullen die hoort bij ¬A v B en vergelijk deze kolom met de andere kolommen. Wat valt je op?
Slide 17 - Open vraag
Voeg in je schrift kolommen toe die horen bij ¬(A ∧ B) en ¬A v ¬B. Vergelijk deze kolommen. Wat valt je op aan de ingevulde nullen en enen?
Slide 18 - Open vraag
Huiswerk voor deze paragraaf
Zorg dat je vrijdag de volgende leerdoelen beheerst:
Ik kan proposities lezen en schrijven met de logische symbolen ∧ en ∨.
Maak hiervoor de opdrachten 22, 24, 25, 26, 27 van paragraaf 2 van hoofdstuk 11.