cross

Oefen-REP H4

Oefenen voor REP H4
Zorg er voor dat je voor de laatste vragen pen en papier naast je hebt liggen. Je kunt dan de atomen tellen om kloppend te maken. 


1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Oefenen voor REP H4
Zorg er voor dat je voor de laatste vragen pen en papier naast je hebt liggen. Je kunt dan de atomen tellen om kloppend te maken. 


Slide 1 - Tekstslide

Bij verbranding van een organische stof krijg je: (kies het meest volledige antwoord)
A
Vuur en rook
B
Witte rook, C en H2O
C
C en CO2
D
Witte rook en CO2

Slide 2 - Quizvraag

welke manieren van ontleden zijn er?
A
thermolyse - elektrolyse - destilleren
B
thermolyse - elektrolyse - fotolyse
C
thermolyse - fotolyse - extraheren
D
thermolyse - elektrolyse - indampen

Slide 3 - Quizvraag

Ontleding met hitte noem je:
A
fotolyse
B
elektrolyse
C
thermolyse

Slide 4 - Quizvraag

Ontleding m.b.v. gelijk stroom noem je:
A
fotolyse
B
elektrolyse
C
thermolyse

Slide 5 - Quizvraag

Welke van de volgende reactie is geen ontledingsreactie
A
Thermolyse
B
Verbranding
C
Electrolyse
D
Fotolyse

Slide 6 - Quizvraag

Het ontleden van water met stroom.
Welk type ontledingsreactie is dit?
A
Thermolyse
B
Verbranding
C
Elektrolyse
D
Fotolyse

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor niet-ontleedbare stof
A
atoom
B
element
C
verbinding
D
molecuul

Slide 8 - Quizvraag

Uit hoeveel atomen bestaat een water molecuul?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quizvraag

Hoeveel atomen zijn er aanwezig in

Let op: 6 hele moleculen H2SO4 dus,
6H2SO4
A
6H, 2S en 4O
B
2H, 1S en 4O
C
12H, 6S en 24O
D
12H, 1S en 4O

Slide 10 - Quizvraag

Het molecuul Fe2O3 is opgebouwd uit
A
5 moleculen
B
2 ijzer en 3 oxide atomen
C
2 ijzer en 3 zuurstof atomen
D
2 ferro en 3 zuurstof atomen

Slide 11 - Quizvraag

Welk symbool gebruik je voor de stof Natrium?

Slide 12 - Open vraag

Wat is een moleculaire stof?

Slide 13 - Open vraag

Vloeibaar, Gas en Vast....
Dat is met symbolen (in de juiste volgorde)
A
(s) - (g) - (l)
B
(s) - (l) - (g)
C
(l) - (g) - (s)
D
(l) - (s) - (g)

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het reactieschema bij een verbranding van aardgas?
A
aardgas (s)+ zuurstof (g) --> water (l) + koolstofdioxide (g)
B
aardgas (g) --> water (g) + koolstofdioxide (g)
C
aardgas (g)+ zuurstof (g) --> water (l) + koolstofdioxide (l)
D
aardgas (g)+ zuurstof (g) --> water (g) + koolstofdioxide (g)

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het coëfficiënt van 6 O2?
A
6
B
1
C
0
D
2

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de index van 6 O2?
A
6
B
1
C
0
D
2

Slide 17 - Quizvraag

water --> waterstof + zuurstof
A
ontledingsresactie
B
verbrandingsreactie

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het symbool voor stikstof?
A
Ni
B
N
C
Sn
D
Ti

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het symbool voor fosfor?
A
P
B
Pb
C
O
D
F

Slide 20 - Quizvraag

Waar staat het symbool C voor?
A
Calcium
B
Cadmium
C
Koolstof
D
Zuurstof

Slide 21 - Quizvraag

Wat is de molecuulformule van alcohol?
A
C2H6O(l)
B
NH3(g)
C
C6H12O6(s)
D
CH4(g)

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de chemische naam van de stof met de molecuulformule H2O2?

Slide 23 - Open vraag

De molecuulformule van water?
A
H2O(l)
B
H2O2(l)

Slide 24 - Quizvraag

benzine + zuurstof --> water + koolstofdioxide
A
ontledingsreactie
B
verbrandingsreactie

Slide 25 - Quizvraag

Hoeveel verschillende
moleculen
zijn er getekend?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 26 - Quizvraag

Hoeveel atoomsoorten
zie je in de tekening?
A
4
B
5
C
6
D
7

Slide 27 - Quizvraag

Geef de molecuulformules
van deze foto-->
A
NH3 - C2H4 - CO2 - H2O - N2
B
NH3 - 2C2H4 - 2CO2 - H2O - N2
C
NH3 - 2C2H4 - CO2 - H2O - N2

Slide 28 - Quizvraag

Maak deze vergelijking kloppend:
Mg(s) + O2(g) —> MgO

Slide 29 - Open vraag

Maak de volgende reactie kloppend:
N2(g) + H2(g) —> NH3(g)

Slide 30 - Open vraag

Maak de reactievergelijking kloppend.
CH4(g) + O2(g) —> H2O(l) + CO2(g)

Slide 31 - Open vraag