Les 17 - Interpunctie

Les 17 - Interpunctie
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 17 - Interpunctie

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Lesdoelen
  • Theorie over interpunctie
  • Interpunctie toepassen op tekst

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Na en/of tijdens deze les....

  • Kan je het verschil tussen de volgende leestekens uitleggen: vraagteken, uitroepteken, punt, komma, puntkomma, dubbele punt.
  • Kan je juist gebruik van een leesteken illustreren aan hand van een voorbeeldzin.

Slide 3 - Tekstslide

Wat is interpunctie?
  • Interpunctie is het gebruik van leestekens in je tekst, zoals een punt, komma en aanhalingstekens. 
  • Je voegt leestekens toe aan je tekst om de leesbaarheid van de tekst te vergroten.

Slide 4 - Tekstslide

Punt
  • Een punt zet je aan het eind van een zin. 
  • Gebruik je bij afkortingen: etc. – enz. – P.J. Pietersen. 
  • Niet alle afkortingen schrijf je met punten: CDA, VARA, mbo.

Slide 5 - Tekstslide

Komma [1]
  • Een komma staat op de plaats waar je bij het hardop lezen even een rust neemt.

  • In langere zinnen plaats je een komma voor de woorden waarmee een bijzin begint: 
    De 3D-printer, die verplaatst moest worden, is niet beschadigd.

Slide 6 - Tekstslide

Komma [2]
  • Tussen twee persoonsvormen zet je een komma:
    Toen ze verslaafd was, kocht ze wekelijks nieuwe games.

  • Een bijstelling zet je tussen komma’s:
    Thijs, de jongen met één arm, is kampioen armpje drukken.

  • Delen van opsommingen zet je tussen komma’s:
    Hij kreeg Call of Duty, Mario Kart, Animalcrossing en Minecraft  cadeau.

Slide 7 - Tekstslide

Bedenk een voorbeeld met een ','.

Slide 8 - Open vraag

Puntkomma
  • Een puntkomma geeft een scheiding aan binnen een zin. 
  • Je kunt hem vervangen door een punt.

Bijvoorbeeld: Van de zomer gaan we op vakantie naar Italië; daar hebben ze lekkere pizza's.

Slide 9 - Tekstslide

Bedenk een voorbeeld met een ';'.

Slide 10 - Open vraag

Dubbele punt
  • Een dubbele punt staat voor een opsomming, maar kan ook staan voor een verklaring of voor een zin die iemand gaat zeggen:
Jan heeft voor de volgende vakken een voldoende: Nederlands en Engels (=opsomming).

Ik wil van de zomer niet naar Tokio: het is me daar te warm (= verklaring).

Joost zei: ‘Kom van dat dak af!' (= iemand zegt iets)

Slide 11 - Tekstslide

Bedenk een voorbeeld met een ':'.

Slide 12 - Open vraag

Aanhalingstekens
  • Aanhalingstekens gebruik je als je citeert:
    'Voetbal is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen' – Johan Cruijff.  Deze zin gebruik ik vaak.

  • Als je een andere dan normale betekenis gebruikt:
    De 'aardige' jongen die iedereen uitscheldt.

Slide 13 - Tekstslide

Bedenk een voorbeeld met '.

Slide 14 - Open vraag

Uitroepteken
  • Aan het eind van een zin met een bevel of uitroep gebruik je een uitroepteken:

    Jonas, ruim je kamer op!

Slide 15 - Tekstslide

Bedenk een voorbeeld met een '!'.

Slide 16 - Open vraag

Vraagteken
  • Een vraagteken zet je aan het eind van een vraag:

    Wil je een koekje?

Slide 17 - Tekstslide

Lang streepje: – of —
  • Het gedachtestreepje wordt onder meer gebruikt om een nieuwe, onverwachte of zijdelingse gedachte binnen de zin te markeren: 

     Ik zwem graag in zee – behalve als het vriest natuurlijk.
  • Ook wordt het streepje geplaatst rond woordgroepen, zinsdelen of zinnen die los van het zinsverband staan maar wel een rol spelen in het verhaal:
Op dat moment kwam er een oude man – hij leek op mijn opa – op me aflopen.

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht (zie Canvas)
De tekst op Canvas bevat geen interpunctie. Voeg leestekens aan de tekst toe om de leesbaarheid te vergroten. Jij bepaalt welke leestekens je toevoegt aan de tekst. Tijdens de nabespreking zal duidelijk worden dat er soms meerdere opties mogelijk zijn.

Slide 19 - Tekstslide