Problematiek van milieuvervuiling

Wat weet je al over duurzaam leven?
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat weet je al over duurzaam leven?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak je startklaar
Jas uit
Boeken , schrift en pen op tafel
Telefoon op stil en in je tas
Kauwgom weg
Tas op de grond

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het ecosysteem Waddenzee zijn zowel abiotische als biotische factoren belangrijk. Dat geldt voor alle ecosystemen.
Welke uitspraak daarover is juist?
De abiotische en biotische factoren hebben invloed op elkaar.
A
De abiotische en biotische factoren hebben invloed op elkaar.
B
De abiotische factoren hebben wel invloed op de biotische factoren, maar de biotische niet op de abiotische.
C
De biotische factoren hebben wel invloed op de abiotische factoren, maar de abiotische niet op de biotische.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een begrensd gebied waarbinnen abiotische en biotische factoren een geheel vormen heet
A
Levensgemeenschap
B
Ecosysteem
C
Populatie
D
Biosfeer

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ken en begrijp je de begrippen: milieu, relaties, ecologie en abiotisch en biotische factoren?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese
Fotosynthese is de stofwisseling waarbij planten en enkele micro-organismen koolstofdioxide omzetten in zuurstof en suiker. De suiker is energiebron voor planten, dieren en mensen.

Slide 6 - Tekstslide

Vraag de klas wat andere stoffen die nodig zijn voor fotosynthese. Laat de klas tekeningen maken hoe fotosynthese plaatsvindt.
Verbranding
\Fotosynthese

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De formule van fotosynthese
Wat de plant nodig heeft voor fotosynthese.
Komt vrij na de fotosynthese.
Koolstofdioxide
Water
Glucose
Licht
Zuurstof

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

consument
producent
Reducent

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Consument
Producent
Reducent

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Producent
Consument
Reducent

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

R9
Producenten
Voedselketen
Reducenten
Voedselweb
Consumenten

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een producent?
Wat is een consument?
Wat is een reducent?

A
Producent=Plant Consument=Bacterie/Schimmel Reducent=Dier
B
Producent=Dier Consument=Plant Reducent=Bacterie/Schimmel
C
Producent=Bacterie/Schimmel Consument=Dier Reducent=Plant
D
Producent=Plant Consument=Dier Reducent=Bacterie/Schimmel

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Producenten, consumenten en reducenten
Producenten zijn organismen die zichzelf voeden met organische stoffen en maak eigen energie aan. Consumenten zijn organismen die voedsel van andere organismen eten. Reducenten zijn organismen die organische stoffen afbreken.

Slide 14 - Tekstslide

Breng de definities van producenten, consumenten en reducenten voor aan de klas. Laat de klas organische stoffen bedenken.
Producent, Consument of Reducent?
A
Producent
B
Consument
C
Reducent

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Producent, Consument of Reducent?
A
Producent
B
Consument
C
Reducent
D
Afvaleter

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De voedselketens beginnen bij autotrofe organismen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zie je hier 1
of meer voedselketens?
A
Één voedselketen
B
Meerdere voedselketens

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij dieren komen alleseters, planteneters en vleeseters voor. Welke van deze groepen behoren tot de consumenten
A
planteneters
B
alleseters en vleeseters
C
planteneters en vleeseters
D
alleseters, planteneters en vleeseters

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

12 Zijn wormen alleseters, planteneters of vleeseters?
A
Een alleseter.
B
Een planteneter.
C
Een vleeseter.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aanpassingen bij planten en dieren aan hun omgeving ontstaat door ........
A
biotische factoren
B
abiotische factoren
C
biotische en abiotische factoren

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is milieuvervuiling?
Milieuvervuiling is de verontreiniging van de lucht, het water of de bodem door schadelijke stoffen. Dit kan schadelijk zijn voor het leven (planten, dieren, mensen)

Slide 23 - Tekstslide

Leid de klas in gesprek over milieuvervuiling. Wat weten ze over milieuvervuiling? Wat zijn voorbeelden van milieuvervuiling?
timer
0:45
Welke plastic spullen heb jij vandaag gebruikt?

Geef zoveel mogelijk voorbeelden.

Slide 24 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kunnen we
het zwerfafval
verminderen?

Slide 25 - Woordweb

Denk nu met de klas na over oplossingen, n.a.v. jullie ervaringen tijdens de Trash Hunt. 
Welk afval kwam je veel tegen en hoe zou je die afvalsoort kunnen voorkomen?
Oorzaken van milieuvervuiling
De oorzaken van milieuvervuiling zijn verbranding van fossiele brandstoffen, industrie, landbouw, huishoudens en verkeer.

Slide 26 - Tekstslide

Vraag de klas naar andere oorzaken van milieuvervuiling en andere voorbeelden. Discussieer met elkaar over consequenties.
Wat kan een duurzame oplossing zijn voor milieuvervuiling in Nederland

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Duurzame oplossingen voor milieuvervuiling in Nederland
Duurzame oplossingen voor milieuvervuiling in Nederland zijn: het gebruik van schone energie, energiebesparing, afvalreductie en milieuvriendelijke technologieën.

Slide 28 - Tekstslide

Vraag de klas naar andere duurzame oplossingen voor milieuvervuiling in Nederland. Laat verschillende duurzame oplossingen in groepen uitwerken.
Biologische afbreekbaarheid
Biologisch afbreekbaar afval is afval dat node veel tijd afbreekbaar is door microbiologische activiteiten. Dit afval omvat groente- en fruitresten, papier, karton en ander organisch afval.

Slide 29 - Tekstslide

Vraag de klas naar voorbeelden van afval dat niet biologisch afbreekbaar is. Laat de klas brainstormen over manieren om afval te verminderen.
Zijn er vragen?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak opdracht 1 t/m 3 ,blz.170,171

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk 
Opd. 4 t/m 6, blz.171

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TOT ZIENS

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies