Ontwikkelingspsychologie hfdst 3 en hfdst 4

Hoofdstuk 3: Klassieke en recente ontwikkelingspsychologische theorieën
1 / 103
volgende
Slide 1: Tekstslide
GedragswetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 103 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3: Klassieke en recente ontwikkelingspsychologische theorieën

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht


Link de recente ontwikkelingspsychologische theorieën aan de klassieke ontwikkelingspsychologische theorieën (pagina 21)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht

Casus Annabel

Maak de link met de geziene theorie over de cognitieve ontwikkeling (pagina 22)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget 

  • Senso-motorisch handelen (0-2 jaar): objectpermanentie
  • Pre-operationeel denken (2-7 jaar): symbolisch denken, hun denken is nog steeds niet logisch
  • Concreet-operationeel denken (7-12 jaar): systematisch en logisch denken
  • Formeel-operationeel denken (vanaf 12 jaar): abstract denken en redeneren

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijking 1: Theorie van Piaget versus informatietheorie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget 
  • Discontinu (fasen): Formeel-operationeel denken (vanaf 12 jaar): abstract denken en redeneren
  • Vanaf nu kunnen ze hypothetisch deductief redeneren en propositioneel denken
  • Adolescenten bevinden zich pas volledig in het laatste stadium als ze 15 jaar zijn
  • Hiervoor is een combinatie nodig van fysieke rijping en omgevingservaringen

Slide 6 - Tekstslide

hypothetisch deductief redeneren = oorzaak -gevolg - complexe oplossingen

Propositioneel denken = vooruit denken voorbeeld paraplu / Conclusie moet juist zijn
Cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget 
  • Volgens verschillende onderzoeken zijn niet alle volwassenen in staat om formeel operationeel te denken of niet op alle vlakken blijk geven van formeel-operationeel denken
  • Cognitief lui, we vertrouwen vaak op onze intuïtie en mentale ezelsbruggetjes
  • Culturele invloeden spelen een rol bij het gebruikmaken van formele operaties

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Informatieverwerkingstheorie
Een recentere theorie is de informatieverwerkingstheorie. Het functioneren van de hersenen wordt daarbij vergeleken met een computer. Informatieverwerking verloopt volgens drie processen: opnemen, opslaan en terugzoeken. De binnengekomen informatie passeert drie stations: het sensorisch geheugen, het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het geheugenmodel van de informatieverwerkingstheorie
  • Sensorisch geheugen/zintuigelijk geheugen: Eerste korte opvang van zintuiglijke prikkels.
  • Kortetermijngeheugen/Werkgeheugen: Actieve verwerking van informatie. Heeft een beperkte capaciteit.
  • Langetermijngeheugen: Opslag van informatie voor de lange termijn.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Informatieverwerkingstheorie
  • De groei is continu, de groei verloopt geleidelijk
  • Verzameling van individuele vaardigheden
richt zich op individuele stukjes van de puzzel
  • Groei van de metacognitie = kennis van eigen denkprocessen
  • Voordeel metacognitie: Kunnen hun leerprocessen beter begrijpen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Informatieverwerkingstheorie
  • Nadeel metacognitie: adolescent trekt zich terug/ adolescent is bewust van zichzelf (egocentrisme)
  • Egocentrisme: eigen ik staat centraal - imaginair publiek - vervorming van het denken (Andrew Tate)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget 



Piaget is meester in het tonen van een totaalbeeld.
Informatieverwerkingstheorie




Preciezere meetmethodes, zoals  het meten van de verwerkingssnelheid of het oproepen van herinneringen.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijking 2: Morele ontwikkeling volgens Kohlberg versus morele ontwikkeling volgens Galligan

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Morele ontwikkeling - stadiumtheorie Lawrence Kohlberg
Hij deed vooral onderzoek naar de manier waarop mensen (vanaf 10 jaar) redeneren in morele probleemsituaties.  Hij gebruikte de methode van morele dilemma's (zoals het Heinz dilemma)

Kohlberg heeft drie niveaus gevonden in de ontwikkeling van wat wij moraal oké en niet oké vinden. Elk niveau heeft twee fases. 

  1.  Preconventioneel niveau: juist of fout wordt bepaald door straffen en beloningen. 
  2. Conventioneel niveau: Goed is wat de groep zegt, wat anderen denken
  3. Postconventioneel niveau: Goed doen wordt bepaald door hogere waarden en persoonlijk waardesysteem 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Carol Gilligan 

  • Assistente bij de beroemde moraalpsycholoog Lawrence Kohlberg
  • Ze stelde een alternatief model op voor de morele ontwikkeling van meisjes, omdat jongens en meisjes anders opgevoed worden
  • Jongens vertrekken vanuit de gevoelens rechtvaardigheid en eerlijkheid
  • Meisjes vertrekken vanuit de gevoelens verantwoordelijkheid en zelfopoffering
  • Sommige onderzoekers vinden haar model te drastisch

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Model van Kohlberg
Model van Gilligan

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijking 3: Recent onderzoek van Hattie's visie op schoolprestaties versus cognitieve ontwikkeling

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kritiek op het onderwijs
Sir Ken Robinson (1950–2020) was een wereldberoemde Britse auteur, spreker en onderwijsadviseur die bekend stond als een gepassioneerd pleitbezorger voor creativiteit, innovatie en het belang van kunstonderwijs.
 Hij pleitte voor een radicale hervorming van het onderwijs om de individuele talenten van kinderen te benutten.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Link

Deze slide heeft geen instructies

John Hattie


John Hattie (pedagoog) heeft een groot meta-onderzoek gedaan naar het kwantitatief meten van onderwijsresultaten. Visible learning is gebaseerd op meer dan 800 meta-analyses van meer dan 52.600 onderzoeken, met bij elkaar minstens 240 miljoen leerlingen. Hieraan zijn recent nog 100 meta-analyses toegevoegd, maar de kernboodschap is niet veranderd.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hattie's visie op schoolprestaties

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat valt je op?

Slide 24 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Laag effect op de leerling in het onderwijs
Positief effect op de leerling in het onderwijs

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 'De ideale school'

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 'De ideale school' 15p
Creëer jullie ideale school. Laat je inspireren door de verschillende fragmenten.
Wat zijn de voor-en nadelen van de verschillende onderwijstypes volgens jullie?
Wat neem je mee? Hou vooral rekening met de commentaren van Sir Ken Robinson en de onderzoeken van John Hattie.  Je verwerkt 5 wetenschappelijke onderzoeken.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fragmenten
Sudbury school
https://onderwijs.hetarchief.be/collecties/88e1e1e8-499b-4228-8358-32b7e8470d2f
Dalton
https://onderwijs.hetarchief.be/item/sx64461c8h
Confucius
https://onderwijs.hetarchief.be/item/bk16m3m024

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden 'De ideale school'

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 4: Soorten psychologie en therapieën

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten psychologie
  1. Biopsychologie (biologische processen van psychische aandoeningen)
  2. Klinische psychologie (diagnose en behandeling van psychische stoornissen)
  3. Cognitieve psychologie (begrijpen van mentale processen en hoe deze het denken beïnvloedt)
  4. Counseling psychologie (verbeteren van welzijn - stress)
  5. Ontwikkelingspsychologie (levensloopfasen)

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten psychologie
6. Onderwijspsychologie (leer- en gedragsstoornissen)
7. Experimentele psychologie (werken vaak in academische en onderzoeksinstellingen)
8. Forensische psychologie (doctoraat)
9. Industrieel-organische psychologie
10. Persoonlijkheidspsychologie (invloed van persoonlijkheidskenmerken: opvoeding)
11. Sociale psychologie (invloed van sociale contexten)
12. Sportpsychologie...

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van psychotherapie binnen de klinische psychologie

1. Cognitieve gedragstherapie
2. Relatie- en gezinstherapie (systeemtherapie)
3. Cliëntgerichte therapie
4. Psychoanalystische therapie
5. Integratieve therapie

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Psychedelica therapie

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slaaf van wat?
Om correct te oordelen over psychedelica in psychotherapie moeten we eerst de waarheid en cijfers kennen omtrent cocaïne en alcoholgebruik.   Ook het drugsbeleid in België moeten we van dichterbij bekijken.

Nadien zijn we pas in staat om te debatteren over het thema 'psychedelica in psychotherapie' - Debatteren over eigen en andermans verslavingsgedrag a.d.h.v. wetenschappelijke onderzoeken.


Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cocaïne en alcohol onder jongeren

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Snuiven we binnenkort allemaal coke?

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je over
cocaïne?

Slide 44 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is cocaïne?
  • Cocaïne is een stimulerend of opwekkend middel (oppeppende drug)
  • De bladeren van de cocastruik: Colombia - Bolivië
  • Na een eenvoudige chemische bewerking (cacaoplant - pasta - cocaïne hydrochloride)  verkrijgt men een fijn kristalachtig wit tot geelachtig poeder met een bittere smaak

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Chemische structuur - zwakke base 
Het wordt op de markt gebracht als zout of als vrije base

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoek Vlaanderen: maagzout of natrium bicarbonaat - ammoniak

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cocaïne vroeger
  • Reeds in de oude culturen van Midden- en Zuid-Amerika ‘gebruikte’ men cocabladeren (4000 jaar oud - plant werd als goddelijk beschouwd)
  • Tot op vandaag kauwen mensen op de bladeren om honger, pijn en vermoeidheid tegen te gaan, en tegen ademhalingsproblemen 
  • De stof cocaïne werd in Europa in 1859 voor het eerst op chemische wijze vrijgemaakt
  • Men gebruikte ze in de geneeskunde om patiënten plaatselijk te verdoven, en bij de behandeling van tbc en syfilis
  • De jonge Freud gebruikte cocaïne tegen depressies (vooral vrouwen)
  • In een militaire context werd het gebruikt om soldaten alert te houden

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cocaïne vroeger

  • Cocaïne werd ook verwerkt in thee, wijn, spuitwater, neuspoeders enzovoort 
  • Een bekende toepassing was de frisdrank Coca-Cola® (die sinds 1903 geen cocaïne meer bevat)
  • Toen in de jaren 1890 bekend raakte hoe schadelijk cocaïne is, kwamen er geleidelijk aan in veel landen verbodsbepalingen en namen het medisch en industrieel gebruik snel sterk af
  • Als drug werd cocaïne populair in de jaren 1920 en 1930, maar na de Tweede Wereldoorlog kreeg het concurrentie van synthetisch samengestelde amfetamines

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cocaïne nu...
  • Cocaïne werd in de jaren 1960-1970 opnieuw een (dure) modedrug
  • Door zijn hoge prijs circuleerde hij aanvankelijk vooral in kringen van kunstenaars, intellectuelen en de rijke jetset
  • Samen met het ervan afgeleide crack raakte de drug in de Verenigde Staten stilaan in alle lagen van de bevolking verspreid. Ook in West-Europa is het gebruik van cocaïne sinds eind de jaren negentig toegenomen
  • Door de hoge productie daalt de prijs en is cocaïne ook voor jongeren toegankelijk (2,5 euro per lijntje)

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

WAT DOET COCAÏNE MET HET LICHAAM?

  • De effecten van drugs verschillen naar gelang het individu: conditie, gewicht, geslacht, verwachtingen...
  • Cocaïne stimuleert het centraal zenuwstelsel, versnelt de hartslag en de ademhaling en verhoogt de bloeddruk
  • Het veroorzaakt psychisch en lichamelijk een oppeppend effect, zonder dat het aan het lichaam energie toevoegt 

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

WAT DOET COCAÏNE MET HET LICHAAM?
  • Gebruikers denken bijzonder ‘helder’ en zijn erg actief (productief) en alert, spraakzaam, euforisch en tegelijk kalm. Ze hebben alles ‘onder controle’ (= grote zelfzekerheid)
  • Ze voelen zich opgewonden, ook seksueel. Inspanningen houden ze langer vol zonder tekenen van vermoeidheid of honger 
  • Plaatselijk heeft cocaïne een verdovende werking/ pijn wordt minder snel gevoeld
  • Een onderdrukt hongergevoel en vermoeidheid

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

HOE LANG WERKT HET?
Bij snuiven: het effect is na enkele minuten voelbaar. Het
 piekeffect duurt 30 tot 45 minuten

• Bij spuiten: het effect is nog sneller voelbaar en duurt
 ongeveer 15 minuten

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Risico's
  • Uitputting
  • Het wegvallen van remmingen, de praatzucht, het gevoel van ‘verhevenheid’ en de heldere ‘inzichten in de wereld’ kunnen tot arrogant en agressief gedrag leiden
  • Bij zwaar gebruik komen hardnekkige jeuk en huidbeschadigingen frequent voor. Omdat men onderhuids ‘beestjes’ voelt, is er een onbedwingbare neiging om aan de huid te pulken en te krabben
  •  Ontstekingen en abcessen veroorzaken, en besmettingen: hepatitis B, C, HIV (aids) en andere infectieziekten
  • Grote hoeveelheden kunnen een cocaïne - vergiftiging veroorzaken. Dit kan resulteren in coma of de dood

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klasgesprek 'rangschikken'

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan volgens jou echt niet?

Slide 57 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan volgens jou wel?

Slide 58 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Klasgesprek 'Hoe kijk jij naar alcohol?'

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drink jij af en toe alcohol?
ja, wekelijks
ja, maandelijks
ja, bij speciale gelegenheden
nee

Slide 60 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens de feestdagen werd er alcohol bij mij thuis geserveerd?
ja
nee

Slide 61 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Een glaasje alcohol tijdens de feestdagen hoort erbij?
eens
oneens

Slide 62 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Een fuif (100-dagen) zonder alcohol zou ik minder leuk vinden.
eens
oneens

Slide 63 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Mag een leerkracht alcohol drinken op een schoolfeest?
ja
nee
nee

Slide 64 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

In een sportkantine zou men geen alcohol mogen serveren.
eens
oneens

Slide 65 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Zien drinken, doet drinken.
eens
oneens

Slide 66 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoek VAD Vlaanderen
 Slechts 7% van de Vlamingen zegt dat alcohol essentieel is voor een geslaagde avond.

Niet alleen onze houding tegenover alcohol is aan het veranderen, ook de hoeveelheid alcohol die we drinken gaat omlaag.

De studententijd buiten beschouwing gelaten, geldt: hoe jonger, hoe minder alcohol er gedronken wordt.

Daarnaast geeft 1 op 4 Vlamingen ook aan dat ze het voornemen hebben om het komende jaar minder te gaan drinken.

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En toch...


Alcohol is in onze maatschappij alomtegenwoordig, al is het geen ongevaarlijk product.

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Schol! Eentje op de gezondheid…” 
Het zijn woorden die vaak worden uitgesproken voordat we een glas alcohol drinken. Maar houdt dat eigenlijk wel steek? 

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is alcohol?
  • is een verdovend middel (net als slaappillen en cannabis)
  • ontstaat door de gisting van natuurlijke suikers in granen en fruit - natuurlijk product
  • We onderscheiden drie grote soorten alcoholhoudende dranken: bier, wijn en sterke drank
  • De concentratie alcohol in een drank wordt in België meestal uitgedrukt in graden
  • Oorspronkelijk medicinale doeleinden

Slide 70 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alcohol vroeger
  • Alcohol – het woord is van Arabische afkomst – voor het eerst geproduceerd en gebruikt in de Arabische wereld
  • is de oudste en meest verspreide drug
  • in het oude Egypte was bier een onderdeel van het voedingspatroon
  • De oudste geschreven wetgeving over alcohol dateert van ongeveer 2000 voor onze tijdrekening en komt uit Babylon. 
  • In de Middeleeuwen was bier hygiënischer dan water, dat vaak verontreinigd of besmet was

Slide 71 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alcohol vroeger
  • Het gebruik van alcohol beleefde in de geschiedenis hoogten en laagten
  • Een opstoot deed zich in het Europa van de 19de eeuw voor, toen grootschalige industrialisering gepaard gingen met toenemende alcoholproblemen
  • Die resulteerden begin 20ste eeuw in strenge regelgevingen om alcoholmisbruik tegen te gaan en de opkomst van matigingsbewegingen
  • De strenge wetgeving leidde dan weer tot illegale alcoholproductie op grote schaal en georganiseerde misdaad

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En nu...
  • De alcoholindustrie en -consumptie is in veel westerse landen een belangrijke economische sector
  • Alcohol is er een sociaal aanvaard – en intens gepromoot –fenomeen
  • Anderzijds is er ook regelgeving om misbruiken tegen te gaan en de consumptie te beperken, bijvoorbeeld in de vorm van hoge taksen, instellen van leeftijdsgrenzen, beperkingen op de publiciteit en verkeerswetgeving
  • De Islam van zijn kant verbiedt alcohol

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet alcohol met je lichaam?
  • De lever kan worden aangetast: ontsteking, vervetting, levensbedreigende cirrose
  • Ontstekingen van maag, slokdarm en pancreas, verhoogde bloeddruk, een verhoogd risico voor hart- en bloedvaten, spier- en hersenbeschadiging
  • Het zenuwstelsel kan worden aangetast
  • Onderzoek geeft een verband aan tussen alcoholgebruik en verschillende kankers (misschien ook borstkanker)


Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet alcohol met je lichaam?
  • Alcohol bevat nogal wat calorieën. Door de invloed op het metabolisme kan dat leiden tot vetopstapeling en gewichtstoename (cholesterol)
  • Alcohol helpt wel om in te slapen, maar veroorzaakt ook doorslaapstoornissen
  • Langdurig misbruik leidt tot geheugenstoornissen en op termijn een vorm van dementie

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet alcohol met je lichaam?
  • De controle op emoties en gedragingen vermindert, met als mogelijke gevolgen: agressie, angsten, hallucinaties, achtervolgingswaanzin en depressies… termijn zijn karakterveranderingen mogelijk
  • Los van zijn verslavende werking bestaat er een oorzakelijk verband tussen alcohol en een zestigtal verschillende ziekten en aandoeningen
  • Vruchtbaarheid: door alcoholgebruik wordt de zin om te vrijen groter, maar de ‘prestaties’ nemen af. Op den duur kunnen er potentieproblemen ontstaan

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cijfers in Vlaanderen

Slide 77 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cijfers in Vlaanderen

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beleid en Preventie

Slide 79 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

NICC - drugscommissaris Ine Van Wymersch
(2min.30 - 6min.24)

Het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie of kortweg het NICC is een federale wetenschappelijke instelling binnen de FOD Justitie. Op vraag van de gerechtelijke overheden verrichten ze onafhankelijk onderzoek:

  • De directie Criminalistiek identificeert en analyseert sporen van verdachten. Zo helpen ze daders van misdrijven op te sporen en bewijslast op te bouwen.
  • De directie Criminologie onderzoekt hoe het strafrechtelijke systeem functioneert en hoe ze het kunnen verbeteren.

Slide 80 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 81 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Succesvol alcohol- en drugsbeleid
Voor een succesvol alcohol- en drugsbeleid is 

  • steun van een groot deel van de bevolking noodzakelijk als van de overheid, daarvoor is er een groter bewustzijn nodig over de risico’s en gevolgen van alcoholgebruik
  • effectieve aanpak is een overkoepelende aanpak waarin universele strategieën die de
betaalbaarheid, beschikbaarheid en aantrekkelijkheid van alcohol en drugs verminderen, naast gerichte
strategieën worden toegepast
  •  afstemming tussen buurlanden is eveneens aangewezen

Slide 82 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cruciale vraag voor het voeren van een goed beleid: 
Op basis waarvan wordt bepaald hoe gevaarlijk een drug is?
(10min30 - 17 min)

Slide 83 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 84 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Gluren bij de buren omtrent preventie

Slide 85 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 86 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Merendeel van het budget gaat naar preventie - hulpverlening 
(geen geldboete voor drugsverslaafden)
30% van het budget gaat naar hulpverlening en 3 à 4% naar  preventie

Slide 87 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Piltesten (testdorp) in België
Iets legaliseren die illegaal is...

(26 min. - 29min07)


Slide 88 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 89 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat vinden jullie van de gebruikersruimte in België?


(34 min. - 40min.20)

Slide 90 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 91 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat vinden jullie van piltesten en gebruikersruimte in België?
Ik ben voor
Ik ben tegen

Slide 92 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Gluren bij de buren

Slide 93 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht

Bekijk de reportage omtrent strafrecht en alcoholgebruik in Moldavië. En beantwoord de vragen via het vak 'slaaf van wat?'.
(vanaf 28 min.)
https://onderwijs.hetarchief.be/item/542j69dj5m

Slide 94 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 95 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Geschiedenis van psychedelica
  • Al in de jaren ‘50 en ‘60 werd er onderzoek naar gedaan (vooral LSD)
  • Halverwege de jaren ‘60 werd LSD steeds populairder als drug. Daarom werd dit middel verboden. Al het lopende onderzoek werd hierdoor stopgezet. 
  • Hetzelfde gebeurde met MDMA eind jaren ‘70
  • Toch is er altijd interesse gebleven in therapeutische toepassingen van psychedelica. Therapeuten gingen zelf, illegaal, experimenteren met het gebruik van bijvoorbeeld LSD of MDMA als onderdeel van hun therapie

Slide 96 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geschiedenis van psychedelica
  • Vanaf de jaren ‘90 werd kleinschalig onderzoek weer steeds vaker mogelijk. Waarbij er de laatste jaren zeer grootschalige onderzoeken hebben plaatsgevonden met veelbelovende resultaten. 
  • Dit heeft er onder andere toe geleid dat ketamine nu officieel voorgeschreven kan worden bij mensen met een therapieresistente depressie. 
  • En dat MDMA geassisteerde therapie in 2023 in Amerika is ingediend als officiële behandeling bij PTSS.


Slide 97 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Het gebruik van psychedelica is de laatste jaren veel in het nieuws.
Vorm groepjes van drie.
Elke leerling krijgt een artikel. Leg het artikel uit aan elkaar en beantwoord de vragen in de cursus.

Slide 98 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet triptherapie eruit?


Bekijk het fragment ‘Brain man’. (vanaf 38 min.)

https://onderwijs.hetarchief.be/item/ng4gn05v8t

Slide 99 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geen reguliere (officiële) behandeling


Bekijk het fragment ‘De afspraak: psychedelica en mentaal welzijn’

https://onderwijs.hetarchief.be/item/x921c5jr2c


Slide 100 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luisteropdracht



Bendegeweld in Marseille 
18 punten

Slide 101 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klasgesprek

Bendegeweld in Marseille: Macron belooft beterschap, in de vorm van een "ongeziene operatie" om de drugshandel aan te pakken.
5 punten

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/03/19/frankrijk-marseille-drugsoorlog-macron-emmanuel-ongeziene-operat/

 Zijn jullie voorstander van deze ongeziene operaties? Wat zou jij doen als politieker? 
Gebruik je notities en je cursus. Je zal de leerstof moeten toepassen op de actualiteit. 

Slide 102 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag...

Slide 103 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies