Een torpedovorm:
Grootste en breedste deel ligt achter de kop, neemt daarna af, krachtige staart. Uitstekende zwemmers. Forel, zalm, neon tetra.
De pijlvorm:
Spitse kop, rug- en aarsvin liggen ver achter. Snoek en halfsnavelbekje.
De slangvorm:
Zwemt met hele lichaam, bodemvis, modder of tussen de planten. Paling en de Indische modderkruiper.
De schijfvorm:
Horizontale en verticale stand, zand of modderbodem of rijke plantengroei en hangende boonwortels. Rustige zwemmers. Bij de horizontal vorm schol en rog en bij de verticale leefwijze de maanvis en de discusvis.