Paragraaf 6 Bruto en netto

Programma
Herhaling paragraaf 5.5 met een aantal vragen
Huiswerk gemaakt paragraaf 5.5
Uitleg en maken paragraaf 5.6
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Programma
Herhaling paragraaf 5.5 met een aantal vragen
Huiswerk gemaakt paragraaf 5.5
Uitleg en maken paragraaf 5.6

Slide 1 - Tekstslide

herhaling paragraaf 5

Slide 2 - Tekstslide

Wie zijn de 'actieven'?
A
De ondernemers
B
De mensen met betaald werk
C
De ambtenaren
D
De mensen met betaald werk + vrijwilligers

Slide 3 - Quizvraag

Door het verhogen van de AOW-leeftijd
A
neemt het aantal actieven toe
B
neemt het aantal inactieven toe
C
wordt vergrijzing tegen gegaan
D
wordt de AOW ook hoger

Slide 4 - Quizvraag

Sociale zekerheid voor jongeren:
Het zusje van Rian is 14 jaar. Zij krijgt:
A
kinderbijslag.
B
Wajong-uitkering.
C
bijstand.
D
studiefinanciering.

Slide 5 - Quizvraag

Sociale zekerheid voor jongeren:
Rian kan niet werken door een lichamelijke handicap. Ze krijgt:
A
kinderbijslag
B
Wajong-uitkering
C
bijstand
D
studiefinanciering

Slide 6 - Quizvraag

Sociale zekerheid voor jongeren:
Sofie volgt op de universiteit een opleiding geschiedenis. Ze krijgt:
A
kinderbijslag
B
Wajong-uitkering
C
bijstand
D
studiefinanciering

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Bruto en netto
verschil??

Slide 13 - Tekstslide

Leerdoelen
Ik kan uitleggen wat de werkgever allemaal inhoudt op je brutoloon

Slide 14 - Tekstslide

Hoe was het ook alweer??
Bruto of netto??

Bruto is hoger dan netto


Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

 
Brutoloon
- Loonheffing (= loonbelasting + premies volksverzekeringen)
- Premies werknemersverzekeringen
----------------------------------------------------------------------------------
Nettoloon



De loonheffing is een 
voorheffing van de belastingsdienst! 

Slide 17 - Tekstslide

Voorbeeld loonstrook
  • Wat is het brutoloon?
  • Wat is het nettoloon?


Slide 18 - Tekstslide

Loonheffing
* Op het brutoloon worden loonbelasting en premies voor volksverzekeringen ingehouden: de loonheffing
* De werkgever draagt de loonheffing af aan de belastingdienst (fiscus). 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Progressief belastingtarief
Het belastingpercentage wordt hoger naarmate het belastbaar inkomen toeneemt.

Slide 21 - Tekstslide

jaaropgave
Overzicht met daarop het loon en de ingehouden loonheffing in een jaar.

Na het einde van elk kalenderjaar krijgen werknemers en mensen met een uitkering een jaaropgave.

Teveel betaalde loonheffing kunnen ze terug krijgen van de belastingdienst

Slide 22 - Tekstslide

 Extra beloningen
Elske heeft een aantal weken per jaar vakantie. Ze krijgt haar loon gewoon doorbetaald en ze krijgt vakantiegeld. Iedere werknemer heeft recht op loon en vakantiegeld. 
Het vakantiegeld is 8% van het jaarloon. 
Naast het vakantiegeld krijgen veel werknemers extra toeslagen voor bijvoorbeeld nachtdiensten, overwerk of extra prestaties. 

Slide 23 - Tekstslide

Proefwerkvraag
Meneer Ruigrok verdient een brutoloon van € 4.250. Ook krijgt hij 8% vakantiegeld over zijn jaarsalaris.
  • Bereken het maandsalaris inclusief vakantiegeld

Slide 24 - Tekstslide

Proefwerk Antwoord
Meneer Ruigrok verdient een brutoloon van € 4.250. Ook krijgt hij 8% vakantiegeld in de maand mei over zijn salaris.
  • Bereken het maandsalaris inclusief vakantiegeld
  1. Vakantiegeld = € 4.250 x 12 =  € 51000 : 100 x 8 = € 4080,-
  2. Maandsalaris in mei + vakantiegeld = € 4.250 + 4080 = € 8330,-

Slide 25 - Tekstslide

Ondernemers
  • inkomstenbelasting (belasting die ze betalen over hun inkomen)
  • premie volksverzekeringen ( sociale verzekering die geldt voor gehele bevolking)

betalen ze over de nettowinst van hun bedrijf.

Slide 26 - Tekstslide

Huiswerk
Maken paragraaf 5.6 vraag 6 niet

Slide 27 - Tekstslide