chapitre 5, jaar 2, 2 hv, cours 1 et 2

             Jaar 2,  Chapitre 5, cour 1,
Objectif santé
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 47 min

Onderdelen in deze les

             Jaar 2,  Chapitre 5, cour 1,
Objectif santé

Slide 1 - Tekstslide

Au programme:

0. Parler
1. Faire : Introduction, A écouter 
2. Lesson Up Voca A et B
3. Blooket (A, B )
     Apprendre: Parler C et grammaire D

Slide 2 - Tekstslide

Les buts: Aan het eind van deze les:

1. Kun je gesprek over gezondheid begrijpen.
2. Ken je woorden die te maken hebben met gezondheid.
3. Kun je een artikel over mobieltjes op school begrijpen.

Slide 3 - Tekstslide

Parler:
1. Bonjour, ça va?
2. Tu habites où?
3. Comment tu t'appelles?
4. Tu as un frère?
5. Tu as quel âge?
6. C'est quoi?
7. Tu aimes les maths?
8. Quelle est ta matière préférée?
9. Qui est ton prof de biologie? Il est sympa?

Slide 4 - Tekstslide


Elise (vouloir) acheter un cadeau.
A
veux
B
veut
C
veulent
D
voulez

Slide 5 - Quizvraag

Je trouve que.............exercice est facile.
A
cet
B
cette
C
ces
D
ce

Slide 6 - Quizvraag

Voca A
  • Zeg mij na ! (Répétez après moi!)
  • Schrijf de woorden en zinnen uit voca A over in je schrift. p. 40 (10 min en silence)
  • Als je eerder klaar bent: 'SlimStampen'
  • Welke woorden heb je geleerd? (Quels mots as-tu appris)

Slide 7 - Tekstslide

Faire: 
Quoi:            Faire: Introduction,  A- écouter.
Comment: en ligne avec les écouteurs
Temps:       20 minutes
Déjà fini:    Faire les devoirs: B-lire: ex , 10, 11 (page 18 -19)
Apprendre: Phrases clés C et Grammaire D



Slide 8 - Tekstslide

Jaar 2,  Chapitre 5, cour 2,
Objectif santé 
(Vertellen over je gezondheid)

Slide 9 - Tekstslide


Le but: Aan het eind van deze les:


1. Ken je woorden die te maken hebben met gezondheid en het lichaam.

Slide 10 - Tekstslide


Au programme:
0.Voca B
1. Faire : B-Lire 
2. Lesson Up Voca A et B
3. Blooket (A, B )
     Apprendre: Parler C et grammaire D

Slide 11 - Tekstslide


Elise et Lisa (vouloir) acheter un cadeau.
A
veux
B
veut
C
veulent
D
voulez

Slide 12 - Quizvraag

Je trouve que.............travail est facile.
A
cet
B
cette
C
ces
D
ce

Slide 13 - Quizvraag

Voca B
  • Zeg mij na ! (Répétez après moi!)
  • Schrijf de woorden en zinnen uit voca B over in je schrift. p. 40-41 (10 min en silence)
  • Als je eerder klaar bent: 'SlimStampen'
  • Welke woorden heb je geleerd? (Quels mots as-tu appris)

Slide 14 - Tekstslide

Faire: 
Quoi:            Faire: B-Lire
Comment:   en ligne 
Temps:        20 minutes
Déjà fini:     Faire les devoirs: phrases-clés C
Apprendre: Phrases clés C et Grammaire D



Slide 15 - Tekstslide

vraiment
le dos
le pied
la main 
fatigué
je crois 
je moet
vergeten
ressemler à 
dormir
très
mettre
de hand
echt
slapen
lijken op
leggen, zetten
erg
de rug
de voet
moe
il faut
ik geloof       
oublier

Slide 16 - Sleepvraag

la nuit
ce matin
de koorts
het vertrouwen
malade
de gezondheid
vooral
quelqu'un
de maaltijd
boire
par exemple
arriver
la confiance
de nacht
drinken
le repas
aankomen
bijvoorbeeld
vanochtend
la fièvre
ziek
surtout
la santé
iemand

Slide 17 - Sleepvraag

l'endroit
le meilleur ami
à cause de
gagner
rentrer
gelijk hebben
comme ça
faire du vélo
faire de la natation
faire du cheval
faire du hockey
dansen
winnen
de plek
paardrijden
zwemmen
faire de la danse
hockeyen
de beste vriend
vanwege
naar huis gaan
op die manier
avoir raison
fietsen

Slide 18 - Sleepvraag

malade
les légumes
le passetemps
accro
eindelijk
les céréales
je m'entraine
le temps
vite
le yaourt
la fois
le pain
verslaafd
ziek
de yoghurt
snel
het brood
de keer
de groenten
de hobby
enfin
ik train
de ontbijtgranen
de tijd

Slide 19 - Sleepvraag

interdit
mauvaise
accro
la chose
het ongeluk
zonder
want
waarschijnlijk
être en train de 
verbeteren
kletsen
de keel
het ding
verboden
améliorer
bezig zijn met
la gorge
discuter
slecht
verslaafd
l'accident
car
sans
sans doute

Slide 20 - Sleepvraag

le lit
de kus
de koorts
fatigué
malade
mieux
entrer
rester
penser
avoir besoin de
vertrekken
en fait
moe
het bed
nodig hebben
denken
eigenlijk
partir
bisou
la fièvre
ziek
binnenkomen
beter
blijven

Slide 21 - Sleepvraag

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 22 - Tekstslide