1.4 zakelijke e-mail 2C 2023 les 2

Welkom klas 2C
spullen klaarleggen: leesboek


1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom klas 2C
spullen klaarleggen: leesboek


Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk
Uiterlijk vrijdag 17-11 Inleveren:

PPP en formulier boekopdracht

E-mail aan gemeente en formulier.

Slide 2 - Tekstslide

Planning deze week
Wo 15-11 les 1
e-mails lezen en verbeteren 
2 Presentaties boekopdracht: Anne, May
stillezen (Nieuw boek!)
Wo 15-11 les 2
Raadgedicht
2 Presentaties boekopdracht: Iris
Herhaling zakelijke e-mail

Slide 3 - Tekstslide

Schrijftoets
Dinsdag 21-11
Zakelijke e-mail
Leren: eigen aantekeningen en
H1.4: leertekst opbouw van een alinea

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoel
Hoe schrijf je een zakelijke mail?

Wat is informeel en formeel taalgebruik?

Slide 5 - Tekstslide

Leren van elkaar
Lees de e-mails van jouw klasgenoten.

Slide 6 - Tekstslide

Oefenen en huiswerk 15-11
Verbeter jouw zakelijke e-mail aan de gemeente over een onveilige verkeerssituatie.
Zie opdracht.
Je verstuurt de e-mail opnieuw aan ... en aan mij.




Slide 7 - Tekstslide

Voor een zakelijke e-mail gebruik ik...
A
informeel taalgebruik
B
formeel taalgebruik

Slide 8 - Quizvraag

Gaat het in de onderstaande zin om formeel of informeel taalgebruik?

Laat je snel iets van je horen?
A
formeel
B
informeel

Slide 9 - Quizvraag

Gaat het in de onderstaande zin om formeel of informeel taalgebruik?

Bij voorbaat dank voor uw reactie.
A
formeel
B
informeel

Slide 10 - Quizvraag

Waaronder valt straattaal?
A
Formeel taalgebruik
B
Informeel taalgebruik

Slide 11 - Quizvraag

Formeel of informeel?
Een docent
A
Formeel
B
Informeel
C
Geen van beide
D
Allebei

Slide 12 - Quizvraag

De e-mail die jij aan een leerling gaat schrijven die even oud is als jij is:
A
formeel
B
informeel

Slide 13 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk je doelgroep te weten?
A
Dan pas je je schrijfstijl aan
B
Dan weet je of je formeel moet schrijven
C
Dat is helemaal niet belangrijk
D
A en B zijn goed

Slide 14 - Quizvraag

m.v.g.
A
formeel
B
informeel

Slide 15 - Quizvraag

Hopelijk heb ik u voldoende geïnformeerd.
Formeel of informeel?
A
informeel
B
formeel

Slide 16 - Quizvraag

De opbouw van een zakelijke e-mail is...
A
begin, midden, einde
B
inleiding, kern, slot
C
inleiding, midden, slot
D
inleiding, kern, einde

Slide 17 - Quizvraag

Boven de inleiding zet ik 'inleiding'.
A
Ja
B
Nee

Slide 18 - Quizvraag

Wat staat er in de inleiding van een zakelijke mail?
A
Je stelt jezelf voor.
B
Waarom je de mail schrijft (aanleiding) en wat je wil (het doel).
C
Je vertelt iets leuks, om de aandacht van de lezer te trekken.
D
Het doel van de mail.

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een kernzin?
A
De eerste zin van de inleiding
B
De laatste zin van het slot
C
De belangrijkste zin van een tekst
D
De eerste en belangrijkste zin van een alinea.

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een deelonderwerp?
A
de helft van het hele onderwerp
B
het onderwerp van een tekstgedeelte (alinea)
C
de hoofdgedachte van de tekst
D
een alinea

Slide 21 - Quizvraag

Ik weet nu hoe ik een zakelijke e-mail moet schrijven.
A
Ja zeker, ik haal een 10!
B
Bijna, ik lees de aantekeningen nog eens goed door.
C
Ik moet nog veel oefenen.
D
Ik wil graag vakhulp.

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide