Enkelvoudige en samengestelde zinnen; hoofd- en bijzinnen

Startopdracht
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Hij gaat morgen erg lang met zijn zus dansen. 
Morgen danst hij en gaat zijn zus werken. 
Waarom is hij volgende week een week lang op vakantie?
Kan hij wel op vakantie, terwijl er oorlog is?
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Startopdracht
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Hij gaat morgen erg lang met zijn zus dansen. 
Morgen danst hij en gaat zijn zus werken. 
Waarom is hij volgende week een week lang op vakantie?
Kan hij wel op vakantie, terwijl er oorlog is?

Slide 1 - Tekstslide

GRAMMATICA (H4)

Slide 2 - Tekstslide

Doel
Je kunt hoofd- en bijzinnen herkennen
Je kunt aangeven of een samengestelde zin een nevenschikking of onderschikking bevat. 

Maak aantekeningen!

Slide 3 - Tekstslide

Aantekening (redekundig ontleden): enkelvoudige en samengestelde zinnen; hoofd- en bijzinnen
  • Tot nu toe: enkelvoudige zinnen ontleed (= zin met één PV).
  • Op een gegeven moment: ook samengestelde zinnen (= zin met twee of meer PV’s).


  • Onthoud: alléén het aantal PV’s bepaalt of een zin enkelvoudig of samengesteld is; dus niet het aantal onderwerpen en vooral niet het aantal komma’s.

  • Vb. Piet houdt van brommers en Ria vindt fietsen leuk (twee PV's->samengestelde zin)

Slide 4 - Tekstslide

Aantekening (redekundig ontleden): enkelvoudige en samengestelde zinnen; hoofd- en bijzinnen
Staan PV en O naast elkaar en kan er geen ander woord tussen gezet worden, dan heb je te maken met een hoofdzin. Staan PV en O niet naast elkaar of kan er gemakkelijk een woord tussen gezet worden, dan heb je te maken met een bijzin.

Vb. Piet houdt van brommers en Ria vindt fietsen leuk (twee hoofdzinnen)

Vb. Piet fietst, terwijl Ria in het gras zit (één hoofdzin, één bijzin)


Slide 5 - Tekstslide

Aantekening (redekundig ontleden): enkelvoudige en samengestelde zinnen; hoofd- en bijzinnen
Vb. Henk ging weg.

Frank bleef nog even.
Henk ging weg, maar Frank bleef nog even.

De verbonden zinnen zijn volkomen gelijkwaardig; wanneer je het woord ‘maar’ weglaat, heb je twee aparte, zelfstandige zinnen(hoofdzin). Dit noem je nevenschikking.

Nevenschikkende voegwoorden: en, maar, of, dus, want. (wodem)


Slide 6 - Tekstslide

Aantekening (redekundig ontleden): enkelvoudige en samengestelde zinnen; hoofd- en bijzinnen
Vb. Mijn moeder las de krant.



Mijn vader deed de afwas.
Mijn moeder las de krant, terwijl mijn vader de afwas deed.

De verbonden zinnen zijn nu niet gelijkwaardig; wanneer je het woord ‘terwijl’ weglaat, heb je GEEN twee aparte, zelfstandige zinnen (hoofdzin en bijzin). Dit noem je onderschikking.

Onderschikkende voegwoorden: doordat, dat, hoewel, mits, terwijl, toen ………

Pas op! Of kan zowel nevenschikking als onderschikking zijn. Let dus goed op plek van pv. 




Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Maak nu opdracht 1 (p. 119)
Bepaal steeds bij elke zin wat de hoofd- en wat de bijzin is. 
Maak de zin vragend. De hoofdzin komt dan vooraan te staan. 


Slide 9 - Tekstslide

Antwoorden opdracht 1 (p. 119)
  • 1 bijzin vooraan (Als hun diensttijd erop zit)
  • 2 bijzin achteraan (dat fijnstof in de longen en in de hersenen terechtkomt)
  • 3 bijzin achteraan (omdat ze aardig willen doen tegen anderen)
  • 4 bijzin vooraan (Dat hij de journalistiek in wilde) 
  • 5 bijzin vooraan (Hoewel hij wel ontworpen is)
  • 6 bijzin achteraan (dat ze niet opvallen)




Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag
Maak opdracht:
2 (let goed op het voegwoord voor nevenschikking of onderschikking)
3
timer
15:00

Slide 11 - Tekstslide

Antwoorden opdr. 2 (p.119)

  • 1 A {hoofdzin} + {hoofdzin}, ns (maar)
  • 2 A {hoofdzin} + {hoofdzin}, ns (en)
  • 3 B {(bijzin) + hoofdzin}, os (omdat)
  • 4 A {hoofdzin} + {hoofdzin} ns (en)
  • 5 B {(bijzin) + hoofdzin}, os (hoewel)
  • 6 C {hoofdzin + (bijzin)}, os (doordat)












Slide 12 - Tekstslide

Antwoorden opdr. 3 (p.119)
  • 1 {hz} + {hz + (bz)}
  • Rioolbuizen liggen vrij diep onder de grond, / want / ze moeten een beetje aflopen, / zodat het vieze rioolwater goed blijft stromen.


  • 2 {(bz) + hz} + {hz}
  • Terwijl een muis maar een jaar of vier wordt, / kan een kip wel vijftien jaar leven, / maar sommige andere vogels bereiken nog veel hogere leeftijden.







Slide 13 - Tekstslide

Antwoorden opdr. 3 (p.119)
  • 3 {(bz) + hz + (bz)}
  • Omdat ons stroomnetwerk met dat van andere landen verbonden is, / hebben we in Nederland ook elektriciteit / als onze centrales zouden uitvallen.

  • 4 {hz + (bz) + (bz)}
  • Wetenschappers denken / dat helium en waterstof uit de atmosfeer zijn verdwenen, / doordat deze gassen erg licht zijn






Slide 14 - Tekstslide