Voeren

Voeren
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierhouderijMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1,2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Voeren

Slide 1 - Tekstslide

Verbinding dagelijks leven

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen algemeen 
  • Je weet het verschil tussen ruwvoer en krachtvoer;
  • Je weet wat voor soort eter verschillende dieren zijn;
  • Je kunt voer herkennen en in de juiste groep plaatsen.

Slide 3 - Tekstslide

1.1 Soorten eters 
Wij leren vandaag...
  • Welke soorten eters er zijn;
  • Welke tanden en kiezen deze eters hebben;
  • Wat een herkauwer is.

Slide 4 - Tekstslide

Soorten eters
Carnivoor
Omnivoor
Herbivoor

Slide 5 - Tekstslide

Geef een andere naam voor vleeseter
A
omnivoor
B
carnivoor
C
herbivoor
D
herkauwer

Slide 6 - Quizvraag

Wat voor kiezen heeft een carnivoor/vleeseter?
A
Knobbelkiezen
B
Knipkiezen
C
Plooikiezen

Slide 7 - Quizvraag

           Carnivoor
  • Knipkiezen / snij of scheur kiezen

  • Grote hoektanden

  • Scheuren het vlees van  hun prooi

Slide 8 - Tekstslide

Noem een carnivoor

Slide 9 - Woordweb

           Omnivoor
  • Knobbelkiezen

  • Scheuren en vermorzelen het voedsel

  • eten vlees en planten

Slide 10 - Tekstslide

Noem omnivoren

Slide 11 - Woordweb

           Herbivoor
  • Plooikiezen

  • De plooikiezen vermalen het voedsel

  • Graseters, zaadeters, bladeters en fruiteters

Slide 12 - Tekstslide

Noem een herbivoor

Slide 13 - Woordweb

           Herkauwers
  • Plooikiezen

  • Koe, schaap en geit

  • 4 magen
  • Pens
    Netmaag
    Boekmaag
    Lebmaag
Paintbal

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Doe opdracht
  • Maak een overzicht van planten-, alles- en vleeseters
  • Je werkt in tweetallen;
  • Schematisch overzicht van 2 planteneters, 2 alleseters en 2 vleeseters;
  • Zorg er hierbij voor dat je zoveel mogelijk verschillende diersoorten kiest;
  • Zoek bij ieder diersoort op wat zij graag eten en goed kunnen verteren;
  • Je hebt 30 minuten de tijd om het overzicht te maken;
  • Lever de opdracht in via teams.
1.1
timer
30:00

Slide 16 - Tekstslide

Voeren en verzorgen van dieren
Let op de veiligheid van jezelf: werkkleding en schoenen
Let op veiligheid dier
Samenwerken: wees lief voor elkaar
Bakjes goed schoonmaken en droogmaken
Netjes voeren, niet morsen bij het wegen
Aanvegen
30 minuten de tijd
Vragen?

Slide 17 - Tekstslide

Herhaling - leerdoelen 
Wij leren vandaag...
  • Welke soorten eters er zijn;
  • Welke tanden en kiezen deze eters hebben;
  • Wat een herkauwer is.
1.1

Slide 18 - Tekstslide

1.2 Ruw- en krachtvoer 
Je leert vandaag...
  • Wat het verschil tussen ruwvoer en krachtvoer is;
  • Wat volledig en onvolledig voer is;
  • Wat voedseldieren zijn.

Slide 19 - Tekstslide

Ruw en krachtvoer 
Ruwvoer
Krachtvoer
Ruwvoer
Ruwvoer is voer dat direct van het land af komt. Denk bijvoorbeeld aan gras, kuilgras en hooi.
Krachtvoer
Krachtvoer is voor dat uit de fabriek komt. Het is gemaakt door de mens. Denk aan harde brokken, musli en zachte brokken.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Ruwvoer komt direct van het land af.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Noem 3 voorbeelden van ruwvoer

Slide 23 - Woordweb

Volledig en onvolledig voer 
Volledig voer
Onvolledig voer
Onvolledig voer
Onvolledig voer geef je extra. Het is een aanvulling op het voer dat het dier al krijgt. 
Volledig voer
Volledig voer is voer waar alle voedingsstoffen in zitten. Het dier heeft niets anders nodig.  

Slide 24 - Tekstslide

Voedseldieren 
Sommige dieren eten ook andere dieren, zoals slangen, ratten, gerbils etc. Deze dieren kan je gekweekte dieren voeren zoals bijvoorbeeld muizen.

Slide 25 - Tekstslide

Doe opdracht
  • Maak een poster over krachtvoer en ruwvoer
  • Je werkt in tweetallen;
  • Je maakt een poster met informatie over ruwvoer en krachtvoer (digitaal)
  • Zorg ervoor dat er voldoende plaatjes weergegeven zijn;
  • Plak op je poster levensecht voer;
  • Maak duidelijk verschil tussen krachtvoer en ruwvoer;
  • Je hebt 20 minuten de tijd om dit te maken;
  • Lever de opdracht in via teams, print ook uit om te leren!
1.2
timer
20:00

Slide 26 - Tekstslide

Herhaling leerdoelen 
Je leert vandaag...
  • Wat het verschil tussen ruwvoer en krachtvoer is;
  • Wat volledig en onvolledig voer is;
  • Wat voedseldieren zijn.

Slide 27 - Tekstslide

1.3 Gezelschapsdieren voeren
Je  leert vandaag....
  • Hoe we gezelschapsdieren voeren;
  • Hoe we productiedieren voeren;
  • Wat het verschil in behoefte is tussen jonge en volwassen dieren;
  • Wat onderhoudsvoer, productievoer en prestatie voer is. 

1.3

Slide 28 - Tekstslide

Gezelschapsdieren voeren
Recreatiedieren houd je voor gezelschap, hobby of sport. Bij het voeren van
gezelschapsdieren moet je letten op de leeftijd en op de activiteiten van het
dier.


1.3

Slide 29 - Tekstslide

Waarom moet je bij het voeren letten op de leeftijd en de activiteit van een dier?

Slide 30 - Woordweb

Jonge-  vs volwassen dieren
1.3
Jonge dieren
  • Eiwitten en calcium voor de groei;
  • Koolhydraten voor energie
Volwassen dieren
  • Onderhoudsvoer
  • Prestatievoer
  • Productievoer

Slide 31 - Tekstslide

Onderhoudsvoer
Onderhoudsvoer is het voer dat een dier nodig heeft om zijn lichaam te onderhouden. 
Dit voer levert voldoende energie om het lichaam warm te houden en de organen hun werk te laten doen.

1.3

Slide 32 - Tekstslide

Prestatievoer
Prestatie kost energie. 
Het gaat hierbij om het leveren van een prestatie. 
Denk bijvoorbeeld aan sportpaarden of aan showhonden. 
Voor deze extra energie die het lichaam verbruikt voer je prestatievoer bij

1.3

Slide 33 - Tekstslide

Productievoer
Productie kost energie. Of het nou gaat om arbeid of het produceren van melk of eieren. Voor deze extra energie die het lichaam verbruikt voer je productievoer bij

1.3

Slide 34 - Tekstslide

Koolhydraten zorgen voor energie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quizvraag

Doe opdracht
  • Maak een voerkaart voor één diersoort;
  • Zoek op wat voor voer je het dier allemaal geeft;
  • Beschrijf hoeveel voer je een dier moet voeren (zoek op!);
  • Beschrijf hoe je het dier moet voeren;
  • Beschrijf wanneer je het dier moet voeren;
  • Je werkt in tweetallen
  • Je hebt 30 minuten de tijd;
  • Lever de opdracht in via teams.
1.2
timer
30:00

Slide 36 - Tekstslide

Herhaling - leerdoelen 
We leren vandaag....
  • Hoe we gezelschapsdieren voeren;
  • Hoe we productiedieren voeren;
  • Wat het verschil in behoefte is tussen jonge en volwassen dieren;
  • Wat onderhoudsvoer en productievoer is. 

1.3

Slide 37 - Tekstslide