Bs 2 + 3

Hoe zitten we er allemaal bij?
Telefoon in de tas?

timer
3:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Hoe zitten we er allemaal bij?
Telefoon in de tas?

timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Opstart:
Zintuigen, 
Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.
Ik kan de werking van het pupilreflex uitleggen.
Ik kan een beschrijving geven van de bouw en werking van het netvlies.
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik naar de docent.
Opdracht  klassikaal 26
Hoe komt het dat we diepte kunnen zien?
Zien bijziende mensen dichtbij scherp of veraf?
Opdracht 17-31 van thema 6
Wat vonden jullie van mijn les?
Opdracht 17-31 van thema 6

Slide 2 - Tekstslide

Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.

Dit beeld is verkleind en omgekeerd, net als in een camera. 
De impulsen die in je netvlies ontstaan, worden naar de gezichtscentra in de hersenen geleid.

Slide 3 - Tekstslide

Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.

Slide 4 - Tekstslide

Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.

Slide 5 - Tekstslide

Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.

Slide 6 - Tekstslide

Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.

Slide 7 - Tekstslide

Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.

BiNaS tabel 87C4

Slide 8 - Tekstslide

Ik kan de werking van het pupilreflex uitleggen.

Slide 9 - Tekstslide

Ik kan een beschrijving geven van de 
bouw en werking van het netvlies.
Staafjes zien zwart-wit
Kegeltjes zien kleur

Slide 10 - Tekstslide

Opstart:
Zintuigen, 
Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.
Ik kan de werking van het pupilreflex uitleggen.
Ik kan een beschrijving geven van de bouw en werking van het netvlies.
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik naar de docent.
Opdracht  klassikaal 26
Hoe komt het dat we diepte kunnen zien?
Zien bijziende mensen dichtbij scherp of veraf?
Opdracht 17-31 van thema 6
Wat vonden jullie van mijn les?
Opdracht 17-31 van thema 6

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 26
Albinisme is het gedeeltelijk of geheel ontbreken van een pigment bij dieren of planten. Door albinisme zijn de huid, veren, schubben of plantendelen van organismen wit.



Waarom beschadigen de lichtreceptoren bij mensen met albinisme eerder dan bij mensen die deze aandoening niet hebben?

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 26
Albinokonijnen hebben rode ogen.


Leg uit hoe dat komt.

Slide 13 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
Opdracht 17-31 van thema 6

                                   Werk rustig voor jezelf, stoor geen anderen
                                   Rustig overleggen mag
                                   Wat je niet af krijgt is huiswerk!


                                

Slide 14 - Tekstslide

Opstart:
Zintuigen, 
Ik kan beschrijven hoe beeldvorming door ooglenzen komt en hoe ik diepte kan zien.
Ik kan de werking van het pupilreflex uitleggen.
Ik kan een beschrijving geven van de bouw en werking van het netvlies.
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik naar de docent.
Opdracht  klassikaal 26
Hoe komt het dat we diepte kunnen zien?
Zien bijziende mensen dichtbij scherp of veraf?
Opdracht 17-31 van thema 6
Wat vonden jullie van mijn les?
Opdracht 17-31 van thema 6

Slide 15 - Tekstslide

5 minuten pauze
Je mag op je mobiel of laptop spelletjes doen. Je mag naar het toilet. Maar je mobiel zit in de telefoontas of laptop is dicht na de 5 minuten pauze en je bent weer in het lokaal!

Het volume blijft laag, andere klassen 
hebben nog les. Je blijft op je plek.
Bij het niet opvolgen is het paars, geen discussie!

timer
5:00

Slide 16 - Tekstslide

Opstart:
Zintuigen, het oog
Ik kan toelichten wat gedrag is en beschrijven hoe gedrag tot stand komt.
Ik kan beredeneren dat gedrag het gevolg is van een organisme met zijn omgeving.
Ik kan een eenvoudig gedragsonderzoek beschrijven.

Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik naar de docent.
Opdracht  klassikaal 39
Welke prikkels spelen er een grotere rol in gedrag, interne of externe?
Wat zijn voorbeelden van gedag?
Opdracht 32-42 van thema 6
Wat vonden jullie van mijn les?
Opdracht 32-42 van thema 6

Slide 17 - Tekstslide

Ik kan toelichten wat gedrag is en beschrijven hoe gedrag tot stand komt.

Onder gedrag verstaan biologen alle waarneembare activiteiten van dieren en mensen.

Geluiden maken, slapen, van kleur veranderen, geurstoffen uitscheiden en een lichaamshouding aannemen zijn voorbeelden van gedrag.

Als gedrag goed is aangepast aan de omstandigheden. Dit noem je 
adequaat gedrag.

Slide 18 - Tekstslide

Ik kan toelichten wat gedrag is en beschrijven hoe gedrag tot stand komt.

De reactie van een dier of mens op prikkels noem je de respons.

De wetenschap van gedrag noemen we ethologie.

Slide 19 - Tekstslide

Ik kan een eenvoudig gedragsonderzoek beschrijven.
In ethologie wordt gebruik gemaakt van een ethogram om waarnemingen te documenteren

Slide 20 - Tekstslide

Ik kan beredeneren dat gedrag het gevolg is van een organisme met zijn omgeving.

Gedrag komt voort uit prikkels
Prikkels vanuit het lichaam: honger, dorst, moe
Prikkels vanuit de omgeving: Gevaar, andere individuen

Slide 21 - Tekstslide

Opstart:
Zintuigen, het oog
Ik kan toelichten wat gedrag is en beschrijven hoe gedrag tot stand komt.
Ik kan beredeneren dat gedrag het gevolg is van een organisme met zijn omgeving.
Ik kan een eenvoudig gedragsonderzoek beschrijven.

Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik naar de docent.
Opdracht  klassikaal 39
Welke prikkels spelen er een grotere rol in gedrag, interne of externe?
Wat zijn voorbeelden van gedag?
Opdracht 32-42 van thema 6
Wat vonden jullie van mijn les?
Opdracht 32-42 van thema 6

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht 39
Als onderzoekers dieren door een doolhof willen laten lopen, dan gebruiken ze vaak voedsel als beloning. De ochtend voor het onderzoek geven ze de dieren niets te eten.


Waarom geven de onderzoekers de dieren ’s ochtends geen voedsel? Leg je antwoord uit.

Slide 23 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
Opdracht 32-42 van thema 6

                                   Werk rustig voor jezelf, stoor geen anderen
                                   Rustig overleggen mag
                                   Wat je niet af krijgt is huiswerk!


                                

Slide 24 - Tekstslide

Opstart:
Zintuigen, het oog
Ik kan toelichten wat gedrag is en beschrijven hoe gedrag tot stand komt.
Ik kan beredeneren dat gedrag het gevolg is van een organisme met zijn omgeving.
Ik kan een eenvoudig gedragsonderzoek beschrijven.

Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik naar de docent.
Opdracht klassikaal 39
Welke prikkels spelen er een grotere rol in gedrag, interne of externe?
Wat zijn voorbeelden van gedag?
Opdracht 32-42 van thema 6
Wat vonden jullie van mijn les?
Opdracht 32-42 van thema 6

Slide 25 - Tekstslide