Spelling

Spelling 3.8 en 4 .8
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Spelling 3.8 en 4 .8

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het eind van deze les weet je hoe je de persoonsvorm in de verleden tijd moet spellen.

Slide 2 - Tekstslide

Spelling persoonsvorm TT en VT

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

filmpje nieuw Nederlands en DT met JP
https://player.vimeo.com/video/277238916?h=7b907cacf7

https://www.youtube.com/watch?v=Dg6dHVVMP38

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Regels werkwoordspelling:
Persoonsvorm: tegenwoordige tijd enkelvoud (lopen/loopt)
Regel: Schrijf eerst de ik-vorm op. Bij de jij-vorm en de hij-vorm komt er een –t achter.
ik loop jij loopt hij loopt
Persoonsvorm: tegenwoordige tijd met enkelvoud (vinden/ vindt)
Regel: Schrijf eerst de ik-vorm op. Bij de jij-vorm en de hij-vorm komt er een –t achter.
ik vind jij vindt hij vindt

Slide 7 - Tekstslide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Zin: Hou... jij je meestal aan die regels?
A
dt
B
d
C
t

Slide 8 - Quizvraag

Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
A
gebeurd
B
gebeurt
C
gebeurdt

Slide 9 - Quizvraag

Persoonsvorm t.t.
(Worden) jij ook weleens moe van al die regen?

Slide 10 - Open vraag

Persoonsvorm t.t.
(Branden) jouw vinger als je hem tegen die hete plaat aan (houden)?

Slide 11 - Open vraag

persoonsvorm t.t.
Hij (verbranden) de houtblokken.
A
verbrand
B
verbrandt

Slide 12 - Quizvraag

persoonsvorm t.t.
Het weer (veranderen) elke dag.
A
veranderd
B
verandert

Slide 13 - Quizvraag

Persoonsvorm t.t.:
(Vinden) ... jij het leuk om deze quiz te doen?
A
vindt
B
vind
C
vond
D
vondt

Slide 14 - Quizvraag

persoonsvorm t.t.
Deze week (worden) het lekker weer.
A
wordt
B
word

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

persoonsvorm in de verleden tijd

Slide 18 - Tekstslide

persoonsvorm in de verleden tijd

Slide 19 - Tekstslide

Sterk(klankveranderend) of zwak (klankvast)?

BIJTEN
A
sterk
B
zwak

Slide 20 - Quizvraag

Sterk of zwak?
verhuizen
A
sterk
B
zwak

Slide 21 - Quizvraag

kleven (vt)
Nog altijd […] de kauwgom aan mijn schoen.

Slide 22 - Open vraag

Faxen (vt)
De meeste bedrijven [...] niet meer met hun klanten.

Slide 23 - Open vraag

Wij verhui....... (vt) vroeger met regelmaat.

Slide 24 - Open vraag

Vul de persoonsvorm verleden tijd in: Wanneer (zenden) je me het boek terug?

Slide 25 - Open vraag

Vul de persoonsvorm verleden tijd in: De hond van de buren (blaffen) erg hard

Slide 26 - Open vraag

Snapte je de leer- en oefenstof goed?
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

En dan nu aan de slag!
Maken opdracht 1 t/m 5

Slide 28 - Tekstslide