Arbeidsmarkt 22-23, week 3

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
JuridischMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Even herhalen....

Slide 3 - Tekstslide

Op de arbeidsmarkt treffen werknemers en werkgevers elkaar. Welke partij vormt de vraag naar arbeid?
A
De werkgevers
B
De werknemers

Slide 4 - Quizvraag

Wat wordt bedoeld met het begrip 'beroepsbevolking'?
A
Alle personen van 15 tot 75 jaar in Nederland die minimaal 12 uur per week werken
B
Alle personen van 18 tot 75 jaar in Nederland die minimaal 12 uur per week betaald werk hebben of willen hebben.
C
Alle personen van 15 tot 75 jaar in Nederland die minimaal 12 uur per week betaald werk hebben of willen hebben.
D
Alle personen van 18 tot 75 jaar in Nederland die minimaal 12 uur per week werken

Slide 5 - Quizvraag

Op de arbeidsmarkt treffen werknemers en werkgevers elkaar. Welke partij vormt het aanbod van arbeid?
A
De werkgevers
B
De werknemers

Slide 6 - Quizvraag

Als er sprake is van een kwalitatieve discrepantie op de arbeidsmarkt...
A
sluit het aantal werkzoekenden niet aan op het aantal vacatures
B
sluit de opleiding van de werkzoekenden niet aan op de aangeboden vacatures

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Slide 12 - Tekstslide

Annette werkt als caissière bij de dierentuin. Dat doet ze elk jaar van 1 maart tot 1 november. In de maanden daartussen is het minder druk en zijn er minder caissières nodig. In die maanden heeft ze andere jaren bij een restaurant gewerkt, maar dat is het afgelopen jaar van eigenaar gewisseld en daar kan ze nu niet meer aan de slag. Ze is driftig op zoek naar werk.
Hoe heet deze situatie?
A
conjuncturele werkloosheid
B
structurele werkloosheid
C
seizoenswerkloosheid
D
frictiewerkloosheid

Slide 13 - Quizvraag

Op dit moment zie je dat er veel lege winkelpanden in Heerlen zijn. Veel winkels hebben concurrentie van internetshops en moeten hun deuren sluiten. Hierdoor zijn veel werknemers in de detailhandel werkloos geworden. Hoe noem je deze vorm van werkloosheid?
A
Conjuncturele werkloosheid
B
Structurele werkloosheid
C
seizoenswerkloosheid
D
frictiewerkloosheid

Slide 14 - Quizvraag

Een grote led-lampenfabriek heeft de hele productie verhuisd naar een Oostblokland. De lonen zijn daar lager, waardoor de productiekosten lager zijn en de verkoopprijs naar beneden kan, maar de winst groter wordt. De werknemers zijn zo veel mogelijk via natuurlijk verloop afgevloeid. Een klein deel van de werknemers is gedwongen ontslagen.
Is hier nu sprake van werkloosheid?
A
Nee, er is geen sprake van ernstige werkloosheid want de meeste werknemers hebben weer werk.
B
Ja, er is sprake van structurele, kwalitatieve werkloosheid, want de opleiding en ervaring van de ontslagen werknemers sluit niet aan op de vacante vacatures.
C
Ja, er is sprake van structurele, kwantitatieve werkloosheid, want er is blijvend werkgelegenheid verdwenen doordat de fabriek naar het buitenland is verplaatst.
D
Ja, er is sprake van conjuncturele werkloosheid voor de werknemers die ontslagen zijn, want doordat ze nu een uitkering krijgen, hebben ze minder te besteden.

Slide 15 - Quizvraag

Wie heeft een rol bij het bestrijden van structurele werkloosheid?

Slide 16 - Open vraag

Hoe kan functionele mobiliteit bijdragen aan het bestrijden van seizoenswerkloosheid?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Welke 21e eeuwse vaardigheden wil je nog ontwikkelen?

Slide 27 - Woordweb

Verwerkingsopdrachten
Boek: hoofdstuk 2: opdracht 8, 9 10, 11, 12, 14 en 15
SPL: opdracht 360, 308, 3024 en 218

Slide 28 - Tekstslide