Introductieles NT2 - 2026-2027

Introductieles NT2 - 2026-2027
dinsdag 15 september, S. van den Tillaar
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Introductieles NT2 - 2026-2027
dinsdag 15 september, S. van den Tillaar

Slide 1 - Tekstslide

Welkom bij NT2!
Vandaag ga je ontdekken wie jij bent in talen en wat jouw doelen zijn voor dit schooljaar.

Slide 2 - Tekstslide

WTN - Woordenschattoets
In je mail zit een link. Open de link en vul je emailadres in
Vul mijn emailadres ook in: TILS@hethwc.nl
Maak de toets
Let op! Als je klaar bent laat mij het resultaat zien, het lukt niet altijd om mij de resultaten te sturen. Dus ik wil het even zien. 



Slide 3 - Tekstslide

Over de toets:
Over de toets: De Woordenschattoets Nederlands is een online toets. Met deze toets kun je zien hoeveel Nederlandse woorden je begrijpt. 
De toets heeft 70 vragen. Zo wordt gekeken hoeveel woordfamilies jij kent — dat zijn woorden die bij elkaar horen, zoals lopen, gelopen en loper. De toets laat zien welk taalniveau je ongeveer hebt: van A1 (beginner) tot B2 (gevorderd).

Slide 4 - Tekstslide

De resultatentabel

Slide 5 - Tekstslide

Woordenschat en ERK-niveaus
  • A1: 1.000 (receptief)
  • A2: 2.000 (receptief)
  • B1: 5.000 receptief / 4.000 productief (de gemiddelde NT2-leerling op het HWC)
  • B2: 12.000 receptief / 7.000 productief

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel woorden kennen leerlingen
  1. 12-jarig Nederlands kind → 15.000 woorden
  2. ISK-leerling naar vmbo-basis → 3.000 woorden
  3. Nederlandstalige middelbare scholier (12-18 jaar) → 10.000 tot 15.000 woorden
  4. Student Rechtsgeleerdheid (laatste jaar) → 60.000 woorden
  5. Jijzelf → ???
  6. Dikke Van Dale → 300.000 woorden

Slide 7 - Tekstslide

Hoeveel talen spreek jij?
1
2
3
4
5 of meer

Slide 8 - Poll

Slide 9 - Link

Met wie spreek jij meestal Nederlands?

Slide 10 - Open vraag

Deel 1: Taalbiografie
Je krijgt een werkblad
Maak deel 1:  Vul je taalbiografie in.
In welke talen praat jij thuis, met vrienden of familie?
In welke taal droom je of app je het meest?

Wanneer voel jij je zeker in Nederlands, en wanneer niet?

Slide 11 - Tekstslide

Deel 2: Hoe gaat het met jouw Nederlands?

Maak deel 2:
Beoordeel jezelf op een schaal van 1 (helemaal niet waar) tot 5 (helemaal waar):

Slide 12 - Tekstslide

Jouw leerdoelen formuleren
We gebruiken daarvoor de SMART-methode:
S: Specifiek → duidelijk en concreet.
M: Meetbaar → je kunt zien of je het gehaald hebt.
A: Acceptabel → het is belangrijk voor jou.
R: Realistisch → haalbaar in dit schooljaar.
T: Tijdgebonden → er staat een deadline bij.


Slide 13 - Tekstslide

Voorbeelden van SMART-doelen
Niet SMART: 
“Ik wil beter worden in Nederlands.”
“Ik wil sneller lezen.”
Wel SMART:
“Ik wil elke week 5 nieuwe woorden leren en die in een gesprek gebruiken. Aan het einde van dit schooljaar ken ik 100 nieuwe woorden.”
“Ik wil in december een verslag van 200 woorden kunnen schrijven met hoogstens 5 fouten.”

“Ik wil aan het eind van dit schooljaar een Nederlandse film zonder ondertiteling begrijpen en daarover 5 zinnen kunnen vertellen.”

Slide 14 - Tekstslide

Van vaag naar SMART-doel
Vage doelstelling: "Ik wil beter worden in voetbal."
Specifiek → Ik wil beter leren passen
Meetbaar → 8 van de 10 passes goed
Acceptabel → Ik train 2x per week
Realistisch → De trainer helpt me en ik oefen met teamgenoten
Tijdgebonden → Binnen 4 weken

Slide 15 - Tekstslide

SMART doel (ik wil beter worden in voetbal):

"Ik wil binnen 4 weken tijdens de training 8 van de 10 passes goed kunnen geven."

Slide 16 - Tekstslide

Welk doel is SMART
A
Ik wil beter praten.
B
Ik wil elke week 5 nieuwe woorden leren en gebruiken in gesprekken.
C
Ik wil voor de kerstvakantie hogere cijfers voor Nederlands
D
Ik wil betere korte teksten schrijven

Slide 17 - Quizvraag

Bespreek met elkaar 
  • Bedenk minimaal drie stappen die je gaat zetten om je doel te halen.
  • Bedenk in tweetallen drie lastige momenten die je onderweg naar je doel  kunt tegenkomen. Geef elkaar tips hoe je dan toch kunt volhouden.
  • Bedenk hoe je elkaar kunt helpen bij het halen van je doel.
  • Bespreek welke beloning je jezelf geeft als je jouw doel haalt.

Slide 18 - Tekstslide

Deel 3: Jouw doelen dit jaar
Opdracht: Schrijf drie SMART-doelen voor jouw Nederlands dit schooljaar.
Tip: Kies doelen die echt bij jou passen (spreken, lezen, schrijven of woordenschat).
Maak het echt SMART!
Gebruik eerst een kladblad voor je het op het werkblad schrijft

Slide 19 - Tekstslide

Eindopdracht: maak een poster
Maak een poster van jouw taalbiografie + leerdoelen.
Gebruik Canva of PowerPoint.

Zet er in ieder geval in:
1. Jouw talenprofiel (welke talen je spreekt en met wie).
2. Hoe het nu gaat met Nederlands.
3. Jouw 3 SMART-doelen.
Maak het aantrekkelijk met kleuren, plaatjes en symbolen die bij jou passen!


Slide 20 - Tekstslide

Tips voor de poster


  • Houd het overzichtelijk: gebruik kopjes of vakken.
  • Gebruik kleuren of plaatjes om het aantrekkelijk te maken.
  • Je poster moet in één oogopslag laten zien wie jij bent in talen en wat jouw doelen zijn.

Slide 21 - Tekstslide

Hoeveel zin heb jij in dit schooljaar NT2?

😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll