In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Oefenvragen! Wie doet het het best?
Slide 1 - Tekstslide
Hoe te leren?
Lees de theorie nog eens door (p.10 & 18 boek)
Bekijk de Lessonups/ppts
Maak online oefeningen! (par. 1)
Maak extra oefeningen in het boek (opdr. 3, 4 en 5, par. 2)
Zijn er nog vragen?
Slide 2 - Tekstslide
Over een feitelijk argument kun je niet van mening verschillen
A
Eens
B
Oneens
Slide 3 - Quizvraag
Als een auteur een argument met een subargument onderbouwt, noemen we dat een onderschikkende argumentatie
A
Eens
B
Oneens
Slide 4 - Quizvraag
Een nevenschikkende argumentatie bestaat uit maximaal 2 naast elkaar bestaande argumenten die hetzelfde standpunt onderbouwen
A
Eens
B
Oneens
Slide 5 - Quizvraag
Welke van de volgende kenmerken wordt niet gebruikt als aandachtstrekker in een inleiding
A
Iets van persoonlijk belang voor de lezer
B
Een aanleiding waarom de tekst is geschreven
C
Cijfers rondom een probleem
D
Een samenvatting van de hele tekst
Slide 6 - Quizvraag
De hoofdgedachte van een tekst kan zijn:
A
De hoofdvraag en deelvragen samen
B
Een antwoord op de hoofdvraag
C
Een herhaling van het standpunt
D
De oplossing voor een probleem
Slide 7 - Quizvraag
Ik ga een goed resultaat halen voor de toets, want het wordt koud en zonnig weer komend weekend. De vorige keer dat het koud was, had ik een 9. Dit is een:
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Nevenschikkende argumentatie
C
Onderschikkende argumentatie
D
Nevenschikkende en onderschikkende argumentatie
Slide 8 - Quizvraag
Ik ga een goed resultaat halen voor de toets, want ik heb veel tijd om te leren. Ook ben ik goed in leesvaardigheid. Ik lees namelijk veel boeken. Dit is een:
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Nevenschikkende argumentatie
C
Onderschikkende argumentatie
D
Nevenschikkende en onderschikkende argumentatie
Slide 9 - Quizvraag
Ik ga een goed resultaat halen voor de toets, want ik heb veel tijd om te leren. Ik zit ook. lekker in m'n vel. Dit is een:
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Nevenschikkende argumentatie
C
Onderschikkende argumentatie
D
Nevenschikkende en onderschikkende argumentatie
Slide 10 - Quizvraag
De docent was afgelopen weekend jarig, hoe oud werd hij?
Slide 11 - Open vraag
Wat heeft de docent voor z'n verjaardag gekregen denk je?