Eerste les

Bienvenue au cours de français

1 / 44
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Bienvenue au cours de français

Bienvenue

Au programme:


  • kennismaken

  • plattegrond

  • Hoe ziet een les eruit?

  • Wat heb je nodig?

  • Boek doornemen

  • inloggen LessonUp

Qui est votre prof?

KLD

d.kloos@rsg-sneek.nl

ma, di, do

De les Frans

Wat verwacht ik:


  • wacht bij de deur tot ik zeg dat je naar binnen mag

  • groet als je binnenkomt (Bonjour!)

  • blijf zitten tot de bel gaat

  • Ga op je vaste plek zitten, pak je spullen en kijk op het bord wat de startopdracht is en ga daarmee aan de slag

  • wees voorbereid --> leer je woordjes, maak je opdrachten

  • respect

Wat heb je nodig tijdens de les Frans?

  • een goed humeur

  • je boek

  • een schrift

  • markeerstiften

  • opgeladen laptop

  • agenda

Het boek


  • Livre d'activités A

    • chapitre 1,2,3

    • herhalingchapitre 4

  • Livre d'activités B

    • chapitre 5,6,7

    • herhaling chapitre 8


Welke Franse woorden ken je al?

Wie is er afgelopen zomer naar Frankrijk op vakantie geweest?

1

Oui

2

Non

Hoe zeg je in het Frans 'hallo'?

A

Bonjour

B

Bonsoir

C

Coucou

D

Salut

Waarom zou je Frans moeten (willen) leren?

Wat hoort bij elkaar?

ik heet

het boek

de pen

tot ziens

Au revoir

Je m'appelle

Le stylo

Le livre

Les devoirs



Neem de volgende keer je boek A + schrift mee.

maken

blz 6 opdracht 1C

blz 9 opdracht 4b

Wat is de juiste uitgang? Il (aimer) le chocolat

A

aimes

B

aiment

C

aimez

D

aime

En hier? Nous (adorer) Harry Styles

A

adores

B

adorent

C

adorons

D

adorez

Les devoirs

Huiswerk volgende les

Maken vanaf blz 10

opdracht 1a,2,3a,4,9,12b


Les verbes en -er --> blz 186




Bienvenue au cours de français

Bienvenue H3C / G3A

Au programme:


  • kennismaken

  • plattegrond

  • Hoe ziet een les eruit?

  • Wat heb je nodig?

  • quiz .....

Qui est votre prof?

KLD

d.kloos@rsg-sneek.nl

ma, di, vrij

De les Frans

Wat verwacht ik:


  • wacht bij de deur tot ik zeg dat je naar binnen mag

  • groet als je binnenkomt (Bonjour!)

  • blijf zitten tot de bel gaat

  • Ga op je vaste plek zitten, pak je spullen en kijk op het bord wat de startopdracht is en ga daarmee aan de slag

  • wees voorbereid --> leer je woordjes, maak je opdrachten

  • respect

Wat heb je nodig tijdens de les Frans?

  • een goed humeur

  • je boek

  • een schrift

  • markeerstiften

  • opgeladen laptop

  • agenda

  • je mapje met inhoud

Waarom leer je Frans volgens jou?

Pourquoi on apprend le français à l'école?

  • Je kan het gebruiken als je op vakantie gaat.

  • Het is een wereldtaal (francophonie).

  • Een taal hoort bij een cultuur. Leer je daar iets van.

  • Meertalig zijn is een goed brein gymnastiek.

  • Je kan het later in je werk gebruiken.

  • Het is een prachtige taal.


  • Het maakt vooral je wereld groter!!

Ik vind het vak Frans...

A

Leuk

B

Leuk maar wel moeilijk

C

Horrible!!!

D

Geen mening.

Mijn niveau voor Frans is...

A

Goed

B

Gemiddeld

C

Slecht

D

Ik vind lees en luistervaardigheid best moeilijk

Ik denk dat ik Frans ga kiezen volgend jaar.

A

Oh Hell no!!!!!!

B

Ik twijfel nog....

C

OUI!!!!

D

Ik weet het niet.

Lesdoelen/buts

Aan het eind van de les:


- Weet ik wat ik ga dit jaar leren en waarom.

- heb ik een snelle opfriscursus gehad





Je bent zelfstandig aan het werk en je weet niet wat je moet doen bij exercice 3, bv. Je vraagt om hulp.

A

Je ne comprends pas.

B

J'ai une question.

C

Voulez-vous répéter s'il vous plait?

D

Je peux aller aux toilettes s'il vous plait?

Je bent vergeten tijdens de pauze naar de wc te gaan, maar je moet echt heel nodig. Wat vraag/zeg je?

A

Je ne comprends pas.

B

Tu peux répéter s'il vous plait?

C

J'ai une question.

D

Je peux aller aux toilettes s'il vous plait?

Aan het einde van het jaar, heb je

  • Alle basis grammatica geleerd. In jaar vier is alleen herhaling of verdieping.

  • Veel woordenschat en standaard zinnen geleerd en kan praten over:

    • jezelf en social media

    • je vrije tijd

    • jezelf redden op reis

    • jezelf reden in een restaurant

  • Strategieën geleerd met leesvaardigheid:

    • Titel en plaatjes, markeren, vragen lezen, eerste en laatste zin, niet alles vertalen...

    • Herken je veel vraag/signaal woorden en hun belang met leesvaardigheid.

Wij hebben

A

nous sommes

B

nous avons

C

nous allons

D

nous avez

Maak de volgende zin ontkennend:

'Vous mangez au restaurant ce soir?"

A

'Vous mangez pas au restaurant ce soir?"

B

'Vous mangez ne pas au restaurant ce soir?"

C

'Vous n'mangez pas au restaurant ce soir?"

D

'Vous ne mangez pas au restaurant ce soir?"

Maak de volgende zin ontkennend:

"C'est mon film préféré. "

A

C'est ne pas mon film préféré

B

Ne c'est pas mon film préféré.

C

Ce n'est mon film préféré.

D

Ce n'est pas mon film préféré

93

A

Soixante-trois

B

Soixante-treize

C

Quatre-vingt-trois

D

Quatre-vingt-treize

Gebruik het juist bezittelijk voornaamwoord:

" {Zijn} soeur a 3 enfants"

A

son

B

sa

C

ses

D

ma

zij zijn...

A

ils/elles ont

B

ils/ elles avons

C

ils/ elles sont

D

ils/elles sommes

Zet het werkwoord in présent :

"Tu {adorer} le foot"

A

adores

B

adorer

C

adore

D

adorez

Zet het werkwoord in de présent:

"Vous {jouer} au poker"

A

jouez

B

joue

C

joué

D

jouer

Wat zijn de uitgang van de présent van werkwoorden op -er

A

-e / -es / -e / -ons / -ez / -ent

B

-es / -es / -e / -ons / -ez / -ont

C

es / -e / -e / -ons / -ez / -ent

D

Answer D

Kies de juiste vorm:

"Sophie a un pantalon ... "

A

noire

B

noir

C

noires

D

noirs

Kies de juiste vorm:

"Il a deux {...} soeurs"

A

grande

B

grand

C

grandes

D

grands

nu

A

jamais

B

parfois

C

toujours

D

maintenant

Grâce à

A

Dankzij

B

toch

C

nog

D

misschien

Voilà la leçon est finie

Pour la prochaine leçon, tu as besoin de:


  • ta bonne humeur

  • ton livre

  • ton cahier

  • ta trousse

  • ton ordinateur chargé

Les devoirs pour G3A:

leren apprendre A blz 48 + herhalen werkwoorden op - er