Spelling: schrijven

Schrijven
recept maken
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBeeldende vorming+4Middelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Introductie

Na een korte introductie over de briefwisseling tussen Vincent en zijn broer Theo schrijven de leerlingen een brief over een eigengemaakt kunstwerk.

Instructies

Algemene leerdoelen
- De leerlingen maken kennis met de brieven van Vincent van Gogh.
- De leerlingen schrijven een eigen brief waarin ze een eigen tekening of schilderij beschrijven.

Aansluiting op het curriculum
- Domein Nederlands: kerndoel 2, 4, 9 en 10
- Domein Mens en maatschappij: kerndoel 40
- Domein Kunst en cultuur: kerndoel 48, 50 en 52

Benodigde materialen
- Van elke leerling een eigen kunstwerk (of foto daarvan)
- Schrijfpapier
- Pennen
Uiteraard kan de schrijfopdracht ook worden uitgevoerd op de computer.

Geef aan het eind van de les aan waar de leerlingen de opdracht kunnen terugvinden, of deel een uitdraai van de opdracht uit (zie bijlage 'Instructie').

Differentiatie
1. De opdracht kan ook onder lestijd worden uitgevoerd. Houd dan rekening met een lesduur van minstens 50 minuten.
2. Geef het schrijfpapier een ‘oud’ uiterlijk door het te kleuren met koffie of sterke thee. Als de leerlingen hun brief eerst in klad schrijven, kunnen ze deze daarna met kroontjespen en Oost-Indische inkt op het ‘oude’ papier overschrijven.
3. Hang alle beschreven tekeningen / schilderijen op. Lees anoniem een aantal beschrijvingen voor. Herkennen de leerlingen het werk van hun klasgenoten aan de hand van de beschrijving?

Achtergrondinformatie
Vincent van Gogh was een actieve briefschrijver. In een tijdperk zonder telefoon en internet was schrijven dé manier om te communiceren met familie en vrienden die niet in de buurt woonden. Veel van de kennis over Van Gogh en zijn werk komt dan ook uit de brieven die van hem bewaard zijn gebleven. Zijn jongere broer Theo speelde daarin een belangrijke rol: vanaf 1872 bewaarde hij alle brieven die Vincent hem schreef, meer dan 800 in 18 jaar.

Onderdelen in deze les

Schrijven
recept maken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Aan het eind van de les weet ik hoe een recept eruit ziet en kan ik er zelf een maken. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Receptenboek

Slide 3 - Tekstslide

Bron: https://nl.pinterest.com/pin/293015519488084922/
Receptenboek
Je hebt vast allemaal wel een lievelingsgerecht. 

Voordat het op je bord ligt, moet dat eerst gemaakt worden. Daarvoor heb je ingrediënten nodig en moet je weten hoe je het maakt.

Je gaat samen met je klas (of in een groepje) een receptenboek maken met zelfgeschreven recepten.

Slide 4 - Tekstslide

Bron: www.flicker.com ; Frans Schouwenburg

Om er een echt boek van te maken, is het niet alleen belangrijk dat je recepten duidelijk zijn maar moet je ook goed overleggen met je klasgenoten.

Bekijk voordat je begint eerst het 'Stappenplan instructie schrijven' uit de vorige les nog eens. Op de volgende slide staat deze nog een keer. 
Stappenplan

  1. Leg het recept stapsgewijs uit. Kies een logische volgorde.
  2. Maak je stappen herkenbaar door gebruik te maken van cijfers, bolletjes of streepjes.
  3. Voeg een ingrediëntenlijst of benodigdhedenlijst toe als dat nodig is.
  4. Maak gebruik van woorden als: eerst, daarna, vervolgens, ten slotte.
  5. Begin de verschillende stappen met werkwoorden (doe-woorden), zoals: pak, neem, maak, leg, bak, enz.
  6. Maak gebruik van foto's of andere plaatjes. Eén beeld zegt vaak meer dan duizend woorden!
  7. Bedenk een titel die goed past bij je instructie.
  8. Gebruik korte zinnen.

Slide 5 - Tekstslide

Bron: www.flicker.com ; KatjaLinders
Hoe pak je dit aan?
  1. Maak groepjes van minimaal 3 en maximaal 4 personen. 
  2. Ieder lid van jullie groep gaat twee recepten schrijven. 
  3. Verdeel onderling de receptgroepen die hieronder staan. Ieder groepslid kiest twee receptgroepen waarvoor je een recept schrijft. Zorg ervoor dat jullie straks samen voor alle receptgroepen minimaal één recept hebben. 

  • Voorgerechten 
  • Hoofdgerechten
  • Nagerechten
  • Bakken 
  • Een voorgerecht is een klein gerechtje dat je voor het hoofdgerecht eet. Je kunt denken aan soep, een salade, lekkere broodjes met smeersels
  • Een hoofdgerecht is het grootste gerecht bij een maaltijd. Je kunt dan denken aan vlees met aardappeltjes en een groente, een hartige taart, vis met groenten, enz.
  • Een nagerecht is een toetje. Een toetje is meestal zoet.
  • Bij de groep bakken moet je denken aan taarten en koekjes.

Slide 6 - Tekstslide

(Plusgroep: dit is een Plus-opdracht voor leerlingen die meer aankunnen.)

Je moet overleggen wie uit welke receptgroep(en) een recept gaat schrijven. 
Iedere receptgroep moet in ieder geval een keer gebruikt zijn. 

Het kan niet zo zijn dat in jouw groepje iedereen een recept schrijft voor een hoofdgerecht en een toetje.

Je hebt voor het schrijven van je recepten ongeveer anderhalve les de tijd. Wat je in de les niet afkrijgt, moet je thuis afmaken. 
Gebruik het stappenplan
Je gaat nu je recepten schrijven. Hiervoor krijg je per recept 10 min. Pak voor de zekerheid het stappenplan er nog eens bij.

Denk aan de volgende zaken bij het schrijven van je recept:
  • een lijst met ingrediënten;
  • een passende titel;
  • minimaal een tekening of een plaatje 
 

Slide 7 - Tekstslide

 Je mag gebruik maken van bronnen, zoals het internet of een kookboek. Je mag niet letterlijk het recept kopiëren uit je bron. Gebruik je eigen woorden. Je schrijft je recept voor je klasgenoten en hun families.
Gluren bij de buren
Wissel je recepten uit met een klasgenoot. Kijk de recepten van je klasgenoot na met behulp van het nakijkblad. Vul voor elk recept een nakijkblad in. 

Verbeter je eigen recepten met behulp van het ingevulde nakijkblad.

Slide 8 - Tekstslide

Bron:www.123rf.com via Google

Vraag twee nakijkbladen bij je docent.
Opdracht 2: Opmaak
Ga aan de slag met de opmaak van de tekst. Denk aan de volgende zaken:
  • Lettertype en lettergrootte moet in elk recept hetzelfde zijn.
  • De voorkant moet passen bij het onderwerp en de lezers nieuwsgierig maken.
  • Er moet een voorwoord in je boekje.
  • Je maakt een inhoudsopgave.
  • Zorg voor paginanummering.
  • Zet alles in een logische volgorde.               Let op hiervoor krijg je een cijfer



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heel veel succes 

Slide 10 - Tekstslide

Bespreek met de klas op het afgesproken moment hoe de opdracht is verlopen. Vraag een aantal leerlingen hun brieven voor te lezen.
Toon indien mogelijk de bijbehorende kunstwerken, of laat daar op het digibord een afbeelding van zien.