H1 mijn budget onder de loep

H1 O4 een gezinsbudget
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
MAVOSecundair onderwijs

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

H1 O4 een gezinsbudget

Slide 1 - Tekstslide

Welke inkomsten kan je krijgen als gezin?

Slide 2 - Open vraag

Waaraan geven gezinnen geld uit?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wat zijn de 3 grootste inkomstbronnen van een gezin volgens de grafiek?

Slide 6 - Woordweb

Slide 7 - Tekstslide

Alimentatie
Uitkering voor tijdskrediet
Leefloon
Schooltoelage
Wedden en lonen
Kindergeld of groeipakket
Geld dat je kunt krijgen van de overheid om je
te helpen je studiekosten te betalen.
Het geld dat je verdient door te werken.
Je krijgt van het OCMW een leefloon wanneer
je inkomen te laag is om van te leven en je die
situatie niet kunt veranderen.
Het geld dat je krijgt van de overheid, per
kind, om je te helpen met de kosten die bij de
opvoeding van een kind horen.
Een financiële bijdrage aan de kosten,
om te voorzien in het levensonderhoud
van de kinderen, en/of de partner na een
echtscheiding.
Een uitkering van de overheid bij een
loopbaanonderbreking om het loonverlies te
compenseren.

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Link

Terugkerende inkomst
Toevallige inkomst
huur-opbrengst
Erfenis
Kinder-
bijslag
Winst bij een kansspel
Loon
Terugbetaling gezondheids-zorgen

Slide 10 - Sleepvraag

Vaste uitgave
Variabele uitgave
Uitzonderlijke uitgave
Abonnement internet
Kledij
Vakantie
Aankoop wagen
Huur van een woning
Bood-schappen
School-rekening
Bus-abonnement
Filmticket

Slide 11 - Sleepvraag

werkschrift p 19 - 21 
timer
6:00

Slide 12 - Tekstslide

voor en nadelen van lenen

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 5

Slide 15 - Tekstslide

voor en nadelen van lenen

Slide 16 - Tekstslide


Sparen duurt te lang. Je kunt beter lenen en afbetalen. Dan kun je meteen kopen wat je wilt hebben.
Eens
Oneens

Slide 17 - Poll


Geld lenen is gevaarlijk, omdat je niet weet 
of je de schuld wel kan terugbetalen.
Ja
Nee

Slide 18 - Poll

Spaartips
Open een spaarrekening.
Zet iedere week of maand geld op de spaarrekening.
Veel kleine beetjes maken groot.
Maak een overzicht van inkomsten en uitgaven.
Kun je ergens op besparen?
Praat er thuis over dat je spaart, 
en waarvoor je spaart.

Slide 19 - Tekstslide


Leen je wel eens geld van iemand?
Ik heb nog nooit geld geleend.
Ik leen wel eens geld van mijn ouders.
Ik leen wel eens geld van een vriend of vriendin.

Slide 20 - Poll


Leen je wel eens geld uit aan iemand?
Nee, nooit
Soms wel, aan een vriend of vriendin
Soms wel, aan (één van) mijn ouders

Slide 21 - Poll


Stel: je smartphone die je op afbetaling hebt 
gekocht, laat je na 2 maanden op de grond vallen. 
De telefoon is helemaal stuk. Moet je dan de 
resterende termijnen van je lening doorbetalen?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quizvraag

Wat bedoelen ze met de uitspraak: 'Geld lenen kost ook geld.'

Slide 23 - Open vraag

Verbind elk woord met de correcte omschrijving. 

Slide 24 - Tekstslide

Een lening
Rente of intrest
Schuld
de vergoeding die je moet betalen als je geld hebt geleend. Als je zelf geld aan iemand hebt geleend, is dat het extra bedrag dat je van de lener krijgt. Leen je iemand 1000 euro en vraag je daar 100 euro vergoeding voor, dan is die 100 euro de rente. Die persoon moet jou dan niet 1000 euro terugbetalen, maar 1000 euro + rente = 1100 euro in totaal. (Vaak wordt rente uitgedrukt in een % (percentage). Je betaalt bijvoorbeeld 5 % rente op het totale bedrag dat je leent.)
een geldbedrag dat door iemand wordt verstrekt aan iemand anders op
voorwaarde dat het later terug wordt betaald. Vaak wordt daar een vergoeding in de vorm
van rente voor betaald.
het bedrag van je lening dat je nog moet terugbetalen. Als je 1000 euro geleend
hebt en daarvan al 100 euro hebt terugbetaald, dan is je schuld 900 euro.

Slide 25 - Sleepvraag

Wat zijn de redenen waarom mensen hun lening niet meer kunnen afbetalen?

Slide 26 - Woordweb

Slide 27 - Link

Welke belangrijke tip geeft de dame
op het einde mee, zodat je niet in moeilijkheden komt?

Slide 28 - Open vraag

Geld lenen kost geld (en geluk)
Je betaalt rente over de schuld.
Je moet de schuld altijd terugbetalen.
Mensen lenen steeds opnieuw om nog meer spullen te kopen.
Een schuld maakt ongelukkig.
Soms moeten mensen geholpen worden om uit de schulden te komen.

Slide 29 - Tekstslide

O5 Persoonlijke administratie 

Slide 30 - Tekstslide

Wat betekent 'administratie' voor jou?

Slide 31 - Open vraag

Als je sommige documenten verliest, heb je een groot probleem. Waarom is het belangrijk om documenten goed bij te houden?

Slide 32 - Open vraag

kasticket
identiteitskaart
schoolrapport
Product ruilen of terugbrengen
vooruitgang bekijken/ tonen aan je ouders
Te bewijzen wie je bent bij concert, apotheek...

Slide 33 - Sleepvraag

Werkboek p 26 - 27  per 2

Slide 34 - Tekstslide

O6 Hoe heeft de overheid invloed op ons budget?

Slide 35 - Tekstslide

Welke inkomsten heeft de overheid?

Slide 36 - Woordweb

Slide 37 - Tekstslide

Sociale zekerheid is gebaseerd op solidariteit. Wat betekent dit?
A
Werkgevers betalen
B
Iedereen draagt zijn steentje bij
C
De overheid betaalt
D
Werknemers betalen

Slide 38 - Quizvraag

Welke uitgaven heeft de overheid?

Slide 39 - Woordweb

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Inkomsten
Uitgaven
BTW
Groeipakket
Personenbelasting
Accijnzen
Terugbetaling medicijnen
Lonen politieagenten
Verkeersbelasting
Wegenwerken

Slide 44 - Sleepvraag

Werkboek p 28 - 30 

Slide 45 - Tekstslide