Eindopdracht: Een eigen politieke partij

Een eigen politieke partij
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Een eigen politieke partij

Slide 1 - Tekstslide

Deze opdracht is geïnspireerd vanuit ProDemos: Een politieke partij oprichten.
Leerdoelen:

  • We leren wat standpunten zijn.
  • We leren wat vrijheid, gelijkwaardigheid en kameraadschap betekenen. 
  • We ontwikkelen met een groep een poster met de naam van onze politieke partij en de vijf belangrijkste standpunten. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Theorie
Opdrachten
Verwerking
Afsluiting
Waar 
ben ik?
In de inleiding introduceren we het onderwerp en bekijken we wat jij hier al over weet.
Bij theorie slides krijg je informatie over het onderwerp door tekst, plaatjes, audio en video.
Bij opdrachten testen we je kennis.
We sluiten de les af en blikken terug.
Tijdens de verwerking maak je een opdracht om te controleren of je de les goed hebt begrepen.
Waar
ben ik?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theorie 1
Stap 1: Maak groepjes van vier of vijf leerlingen.

Stap 2: Op slide 7 zie je vijftien standpunten staan. Kies er met jouw groepje vijf uit die jullie belangrijk vinden. 

Stap 3: Verzin met het groepje nog drie standpunten.

Stap 4: Bedenk een naam voor jullie politieke partij. 

Stap 5: Maak met het groepje een poster waarop de vijf belangrijkste standpunten te vinden zijn. 


Instructie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Stap 1:
Groepje
Met wie zit je samen in het groepje? 

Schrijf de namen op.

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorie 1
Elke politieke partij heeft standpunten. Een standpunt is een mening over een bepaald onderwerp.

Veel onderwerpen in de politiek gaan over:




Standpunten
Vrijheid
Alle mensen in Nederland zijn vrij om te denken, zeggen en doen
wat ze willen, maar alleen als ze daarmee de vrijheid en veiligheid van
anderen niet in gevaar brengen of de gelijkwaardigheid van anderen
ontkennen.
Gelijkwaardigheid
Gelijkwaardigheid: alle mensen in Nederland zijn gelijkwaardig. Dit
betekent niet dat alle mensen gelijk zijn, want ieder mens is anders. Het
betekent wel dat alle mensen op een gelijkwaardige manier behandeld
moeten worden. De ene mens is niet meer waard dan de andere.
Kameraadschap
Kameraadschap (solidariteit): alle mensen in Nederland moet het iets kunnen schelen wanneer anderen niet vrij leven of niet gelijkwaardig worden behandeld. Door elkaar te helpen ontstaat er een betere samenleving. Kameraadschap betekent ook opkomen voor zwakkeren in de samenleving.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Standpunten
Kies met je groepje vijf standpunten uit deze lijst.

Slide 7 - Tekstslide

Bespreek met leerlingen waar de categorieën op slaan:

Vrijheid: Alle mensen in Nederland zijn
vrij om te denken, zeggen en doen
wat ze willen, maar alleen als ze
daarmee de vrijheid en veiligheid van
anderen niet in gevaar brengen of de
gelijkwaardigheid van anderen
ontkennen.
• Gelijkwaardigheid: Alle mensen in
Nederland zijn gelijkwaardig. Dit
betekent niet dat alle mensen gelijk
zijn, want ieder mens is anders. Het
betekent wel dat alle mensen op een
gelijkwaardige manier behandeld
moeten worden. De ene mens is niet
meer waard dan de andere.
• Kameraadschap (solidariteit): Alle mensen in Nederland
moeten het zich aantrekken als
anderen in onvrijheid leven of niet
gelijkwaardig worden behandeld.
Door elkaar te helpen ontstaat er een
betere samenleving. Solidariteit
betekent ook het opkomen voor de
zwakkeren in de samenleving.

Stap 2:
Standpunten
Welke vijf standpunten hebben jullie gekozen?

Schrijf ze hieronder op.

Slide 8 - Open vraag

Nabespreken welke standpunten de groepjes hebben gekozen.

Op elke kaart staat onder de uitspraak een categorie. Vraag leerlingen of ze weten wat de categorieën beteken. 
- Kameraadschap (solidariteit)
- Gelijkwaardigheid
- Vrijheid

Kiezen groepjes veel voor een bepaalde categorie?



Welke categorie vinden zij het belangrijkst? 

Stap 3: Eigen
Standpunten
Welke drie standpunten hebben jullie verzonnen die jullie belangrijk vinden?

Schrijf ze hieronder op.

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Naam politieke
partij
SP
SP staat voor Socialistische Partij.
VVD
VVD staat voor Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. 
GroenLinks-PvdA
GroenLinks en PvdA zijn samen gegaan. PvdA staat voor Partij van de Arbeid.
PVV
PVV betekent Partij voor de Vrijheid.
BBB
BBB staat voor BoerBurgerBeweging. De partij is opgericht in 2019.
Een politieke partij heeft altijd een naam. Hieronder zie je een paar namen staan. De naam is vaak een afkorting.

Op de volgende slide moeten jullie zelf een naam verzinnen. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Stap 4: Naam
Schrijf de naam van jullie politieke partij op.

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Stap 5:
Poster
Maak een poster van jullie politieke partij. 
- Naam politieke partij.
- De vijf belangrijkste standpunten.
Lever hier je poster van jullie politieke partij in.

Slide 12 - Open vraag

Leerlingen kunnen een poster maken op een A4/A3 vel of online een poster maken.

Als leerlingen online een poster gaan maken raden we het programma Canva aan. 
In deze eindopdracht heb je een eigen politieke partij opgericht.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies