Link Thema 5 les 3

LINK Thema 5
Les 3
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

LINK Thema 5
Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Waar ben je graag in je huis?
Ik ..........

Slide 2 - Open vraag

Waarom ben je daar graag?
Het is ..........

Slide 3 - Open vraag

Wat doe je daar?
Ik ..........

Slide 4 - Open vraag

Waar ben je graag in huis?
Waarom ben je daar graag?
Wat doe je daar?


Slide 5 - Tekstslide

Wallat heeft een fiets.
........... fiets is kapot.
A
Hij
B
Hem
C
Zijn
D
Haar

Slide 6 - Quizvraag

Ik ben mijn bril kwijt.
Wie heeft ........ bril gezien?
A
mijn
B
je
C
mij
D
uw

Slide 7 - Quizvraag

Mevrouw, mag ik ........ pen lenen?
A
mijn
B
je
C
haar
D
uw

Slide 8 - Quizvraag

Heb jij een auto?
Waar is ....... auto?
A
mijn
B
je
C
zijn
D
uw

Slide 9 - Quizvraag

Zahra heeft ......... laptop vergeten.
A
zij
B
haar
C
zijn
D
uw

Slide 10 - Quizvraag



Woorden

Slide 11 - Tekstslide

Darren vindt alles lekker op de menukaart. Hij kan niet ..............
A
samen
B
kiezen
C
wij
D
kosten

Slide 12 - Quizvraag

Wij vinden ................. kinderen het leukst.
A
alleen
B
dit
C
onze
D
het idee

Slide 13 - Quizvraag

Ik zie ................. in de spiegel.
A
net
B
mezelf
C
mijn
D
gek op

Slide 14 - Quizvraag

Johanna is boos. ..................... wil niet naar school.
A
Hij
B
We
C
Je
D
Ze

Slide 15 - Quizvraag

Joris ...................... een huis van Lego.
A
maakt
B
rustig
C
want
D
loopt

Slide 16 - Quizvraag

Ik wil een broodje met kaas. ....................... broodje wil jij?
A
Wat voor
B
Hoeveel
C
Waarom
D
De prijs

Slide 17 - Quizvraag

Loretta gaat niet naat school, .............. ze is ziek.
A
ervaring
B
deze
C
want
D
oppassen

Slide 18 - Quizvraag

Woon jij in de Rembrandtstraat? Op welk .....................?
A
stoep
B
nummer
C
briefje
D
hangen

Slide 19 - Quizvraag

Het is winter. Het wordt weer vroeg ...................
A
donker
B
de zon
C
de plek
D
blauw

Slide 20 - Quizvraag



Hebben en zijn

Slide 21 - Tekstslide

De fiets is van Bernard.
Hij ......... een fiets.
A
is
B
heb
C
heeft
D
zijn

Slide 22 - Quizvraag

Ik heb een dochter.
Zij ....... 10 jaar.
A
heb
B
zijn
C
hebben
D
is

Slide 23 - Quizvraag

Mijn buren wonen beneden.
Ze ........... een tuin.

A
hebben
B
heeft
C
zijn
D
is

Slide 24 - Quizvraag

........... jullie woensdag op school?
A
Hebben
B
Zijn
C
Bent
D
Is

Slide 25 - Quizvraag

De mooie kleren zijn van jou.
Je ......... mooie kleren.
A
heeft
B
heb
C
zijn
D
hebt

Slide 26 - Quizvraag