Hielprik neonaten

Hielprik
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hielprik

Slide 1 - Tekstslide

Hoe wordt de hielprik ook wel genoemd?
A
Neonatale screening
B
PKU
C
CHT-prik
D
gehoortest

Slide 2 - Quizvraag

Inhoud
  1. Wat is de hielprik? 
  2. Waarom een hielprik?
  3. Om welke ziekten gaat het?
  4. Werkwijze hielprik
  5. Specifieke aandachtspunten

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Wat is de hielprik?
  • Het afnemen van enkele druppels bloed uit de hiel van een zuigeling.
  • Na 72 uur, uiterlijk na 168 uur (7 dagen) na de geboorte                             (ideaal is na 72 uur volgens het RIVM).
  • De hielprik is vrijwillig.
    Vooraf moet er om toestemming gevraagd aan ouder(s) / verzorgers.

Slide 5 - Tekstslide

Waarom een hielprik? 
  • Het vroegtijdig opsporen van ernstige, zeldzame, vaak niet te genezen maar wel behandelbare  aandoeningen.
  • Bij deze ziektes hebben interventies en behandelingen direct na de geboorte grote voordelen. 
  • Het bloed wordt onderzocht op  27 verschillende ziektes.
  • Dit zijn behandelingen zoals het geven van een geneesmiddel of een dieet.


Slide 6 - Tekstslide

Om welke ziekten gaat het?
Het bloed wordt onderzocht om 27 ziektes:

  • 19 stofwisselingsziekten (metabole ziekten)
  • 2 hormoonstoornissen: adrenogenitaal syndroom  en congenitale hypothyreoïdie 
  • 3 vormen van erfelijke bloedarmoede: alfa-thalassemie, bèta-thalassemie en sikkelcelziekte 
  • Spinale musculaire atrofie (spierziekte)
  • Taaislijmziekte, een andere naam hiervoor is cystic fibrosis 
  • Severe combined immunodeficiency dit is een ziekte van het afweersysteem

Slide 7 - Tekstslide

Uitslag van de hielprik

Uitslag goed;  geen bericht (na 5 weken)
Uitslag niet goed;  huisarts zoekt contact op met de ouders

Slide 8 - Tekstslide

Waarom wordt er in de hiel geprikt?

Slide 9 - Open vraag

Waarom de hiel?
  1. De vinger van een baby is nog te klein voor een vingerprik.
  2. Er zitten haarvaatjes in de hiel. Gemakkelijk en veilig om op deze wijze voldoende bloed te halen voor de hielprikkaart
  3. Er hoeft geen bloedvat aangeprikt te worden.

Slide 10 - Tekstslide

Werkwijze hielprik

Slide 11 - Tekstslide

Nodig voor afname

  1. Hielprikset (geleverd door het RIVM) die bestaat uit: buitenenvelop, hielprikkaart, antwoordenvelop met adres voor verzending van de hielprikkaart en pleister.
  2. Lancet: Hiel wordt aangeprikt met een lancet
  3. Handschoenen
  4. Zo nodig warm washandje

Slide 12 - Tekstslide

Hielprikkaart

Slide 13 - Tekstslide

Invullen hielprikkaart
  1. De hielprikkaart dient volledig en leesbaar ingevuld te worden met een zwarte balpen.
  2. De hielprikkaart moet volledig ingevuld worden in aanwezigheid van de ouder(s) en /of verzorgers.
  3. Indien ouder(s) en /of verzorgers geen toestemming geven voor ontvangen van dragerschapsinformatie sikkelcelziekte, of geen toestemming geven voor het gebruik van restantbloed voor anoniem wetenschappelijk onderzoek dan moeten ouders een paraaf zetten.

Slide 14 - Tekstslide

Houding Baby
Leg de baby met de buikzijde
tegen de schouder van
de ouder of verzorger aan. 

Slide 15 - Tekstslide

Prik aan de voetzoolzijde, langs de binnen- of buitenzijde

Werkwijze
hielprik

Slide 16 - Tekstslide

Plaats de lancet op de hiel
Houd rekening met de richting van de massage (stuwing)

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Aandachtspunten 
  • Warme hiel om gemakkelijker bloed te verkrijgen
    (warm washandje om de hiel te verwarmen, max. 38 graden)
  • Zelf warme handen
  • Draag handschoenen
  • Geen bloeddoorstroming bevorderende of pijnstillende pasta’s of zalf gebruiken

Slide 19 - Tekstslide

Bloedafname

Zorg dat alle rondjes goed zijn gevuld

Slide 20 - Tekstslide

Hielprikkaart goed gevuld

Slide 21 - Tekstslide

Hielprikkaart niet goed gevuld

Slide 22 - Tekstslide

Hielprikkaart niet goed gevuld

Slide 23 - Tekstslide

Hielprikkaart niet goed gevuld

Slide 24 - Tekstslide

Nazorg
  1. Pleister dwars op wond, wondranden naar elkaar toe
  2. Hielprikkaart goed laten drogen
  3. De screener doet zelf de hielprikkaart op de post, op de dag dat de hielprik is uitgevoerd (brievenbus PostNL)
  4. Vraag aan ouders of ze de hielprikenvelop 3 maanden willen bewaren. Mocht getwijfeld worden of de hielprik is verricht, dan toont de envelop dat deze is uitgevoerd.

Slide 25 - Tekstslide

Eerste en tweede herhaalde hielprik
  • Eerste herhaalde hielprik:  
Testvlakken op hielprikkaart onvoldoende gevuld zijn;
Te vroege afname.
  • Tweede hielprik:
Indien uitslag dubieus is.

Slide 26 - Tekstslide

Vragen?

Slide 27 - Tekstslide