7.3: Moleculaire stoffen

7.3: Indeling van stoffen
Moleculaire stoffen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

7.3: Indeling van stoffen
Moleculaire stoffen

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
Huiswerk bespreken
Terugblik
Vanderwaalsbindingen en kookpunt
Atoombinding
Covalentie
Hydrofiel en hydrofoob
Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk
Opgave 8 a tm d, 10, 11, 12, 15 en 16

Zijn hier nog vragen over?

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik
We hebben in paragraaf 1 besproken dat moleculaire stoffen geen elektrische stroom kunnen geleiden.
Moleculaire stoffen zijn alle stoffen die zijn opgebouwd uit niet-metalen.
Als een molecuulformule bestaat uit niet-metalen, dan is het een moleculaire stof

Slide 4 - Tekstslide

Moleculaire stoffen
Metalen (en ook zouten) zijn opgebouwd uit metaalroosters. Alle andere stoffen zijn opgebouwd uit moleculen. Deze stoffen noemen wij moleculaire stoffen.
Moleculaire stoffen zijn opgebouwd uit de niet metalen in het periodiek systeem.
Moleculaire stoffen kunnen door hun opbouw geen stroom geleiden: De elektronen zitten vast op hun plaats.

Slide 5 - Tekstslide

Vanderwaalsbinding
De smelt en kookpunt van een stof hangt samen met de sterkte van de aantrekkingskrachten tussen de moleculen.
Elke molecuul heeft een aantrekkingskracht op andere moleculen. Deze aantrekkingskracht heet de vanderwaalskrachten.

De vanderwaalskrachten vormen samen een verbinding. Die wordt de vanderwaalsbinding genoemd.

Slide 6 - Tekstslide

Vanderwaalsbinding en kookpunt
Wanneer een molecuul meer atomen bevat, neemt de massa toe. Hierdoor wordt het kookpunt hoger.

Behalve de molecuulmassa, heeft ook de vorm van een molecuul invloed op de vanderwaalsbindingen. Lange, lineaire moleculen kunnen makkelijker vanderwaalsbindingen vormen dan korte, vertakte moleculen.

Slide 7 - Tekstslide

Vanderwaalsbindingen

Slide 8 - Tekstslide

Atoombindingen
Bij metalen bewegen de elektronen vrij om de atoomkern heen. Hierdoor worden metaal bindingen gevormd.

Bij moleculaire stoffen zijn de buitenste elektronen niet vrij om te bewegen. De elektronen van atomen in een molecuul kunnen elektronen delen, en zo moleculen vormen. Dit worden ook wel atoombindingen genoemd.

Slide 9 - Tekstslide

Covalentie
Niet elke atoomsoort kan even veel covalente bindingen vormen. Zie het boek voor de covalentie van veel voorkomende atomen. Deze moet je kennen, maar kan je ook afleiden uit het periodiek systeem,

Slide 10 - Tekstslide

Covalentie periodiek systeem

Slide 11 - Tekstslide

Covalentie en periodiek systeem
Alle atomen in groep 1 hebben een covalentie van 1, alle atomen in groep 2 hebben een covalentie van 2.
Alle atomen in groep 18 hebben een covalentie van 0: Dit zijn edelgassen en reageren niet. Alle atomen in groep 17 hebben een covalentie van 1, alles in groep 16 een covalentie van 2, alles in groep 15 een covalentie van 3, en groep 14 heeft een covalentie van 4.

Slide 12 - Tekstslide

Hydrofiel en hydrofoob
Sommige stoffen lossen goed op in water, (zoals alcohol, of suiker), andere stoffen lossen niet goed op in water (bijvoorbeeld slaolie of benzine).
Stoffen die goed oplossen in water zijn hydrofiele stoffen.
Stoffen die slecht oplossen in water zijn hydrofobe stoffen

Slide 13 - Tekstslide

Kenmerkende groepen
Moleculen met een NH of een OH groep zijn hydrofiele stoffen.

Moleculen zonder deze groepen zijn hydrofobe stoffen.

De NH en OH groepen kunnen extra verbindingen maken met water, en zijn daarom goed oplosbaar in water.

Slide 14 - Tekstslide

Zeep en emulgatoren
Mayonaise bestaat uit olie en water, maar normaal mengen deze stoffen niet. Door het toevoegen van een emulgator (zoals bijvoorbeeld zeep of eigeel), kunnen deze stoffen wel mengen.
Een emulgator kan je herkennen door een hydrofiele kop (met NH of OH, en een hydrofiele staart,

Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk
Lezen: Paragraaf 7.3
Maken: 19, 22, 23, 24, 25, 26, 28 en 31

Slide 16 - Tekstslide