cross

Passé composé avoir

  • Voca
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

  • Voca

Slide 1 - Tekstslide

Dans ce cours...
  • Passé composé avoir

Slide 2 - Tekstslide

La roue
Vervoeg de werkwoorden in de passé composé.
Roue 1: pronoms personnels
Roue 2: avoir, être, faire, -er, -ir

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Passé composé
De passé composé is de verleden tijd met 2 werkwoorden.

Bijvoorbeeld: Ik heb gegeten = J'ai mangé.

Heb is het hulpwerkwoord en gegeten is het voltooid deelwoord.

Slide 5 - Tekstslide

Hulpwerkwoord
Je gebruikt het rijtje van avoir (hebben) als hulpwerkwoord in de passé composé.

Slide 6 - Tekstslide

Kies de juiste vorm van het hulpwerkwoord.

Tu ... habité à Lage Zwaluwe.
A
ai
B
as
C
a
D
ont

Slide 7 - Quizvraag

Vous ... été en France?
A
ont
B
a
C
avons
D
avez

Slide 8 - Quizvraag

Dani et Jesper ... fait du foot.
A
ont
B
a
C
avez
D
ai

Slide 9 - Quizvraag

Elle ... fini ses devoirs.
A
as
B
avons
C
ai
D
a

Slide 10 - Quizvraag

J'... eu de bonnes vacances.
A
ont
B
avons
C
ai
D
avez

Slide 11 - Quizvraag

Voltooid deelwoord
Je maakt het voltooid deelwoord op verschillende manieren:
1. Werkwoorden op -er: - r + é
  • Voyager = voyagé (gereisd)
2. Werkwoorden op -ir: - r
  • Choisir = choisi (gekozen)
3. Onregelmatige werkwoorden: uit je hoofd leren!
  • Avoir = eu (gehad)
  • Être = été (geweest)
  • Faire = fait (gemaakt/gedaan)

Slide 12 - Tekstslide

Koppel de voltooid deelwoorden aan het juiste werkwoord.
avoir
acheter
réfléchir
faire
être
parler
été
réfléchi
fait
parlé
eu
acheté

Slide 13 - Sleepvraag

Vul het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes in.
Nous avons ... un film. (regarder)

Slide 14 - Open vraag

Emma a ... un cadeau. (avoir)

Slide 15 - Open vraag

Ils ont ... leurs devoirs. (faire)

Slide 16 - Open vraag

J'ai ... le document. (remplir)

Slide 17 - Open vraag

Vous avez ... à Paris. (être)

Slide 18 - Open vraag

Passé composé
Het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord vormen samen de passé composé.

Bijvoorbeeld: Wij hebben gedaan = Nous avons fait.

Schrijf dus altijd 2 werkwoorden op!

Slide 19 - Tekstslide

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in
de passé composé.
Vous ... une carte postale. (avoir)

Slide 20 - Open vraag

Tu ... à quelle heure? (finir)

Slide 21 - Open vraag

Les amis ... en vacances. (être)

Slide 22 - Open vraag

J' ... de la musique. (écouter)

Slide 23 - Open vraag

Nous ... du tennis. (faire)

Slide 24 - Open vraag

Elle ... un film. (regarder)

Slide 25 - Open vraag

Ils ... le français. (choisir)

Slide 26 - Open vraag

Marc ... au Maroc. (être)

Slide 27 - Open vraag

Zet de zin in de passé composé.

Je finis à 11 heures.

Slide 28 - Open vraag

Nous faisons nos devoirs.

Slide 29 - Open vraag

Elle a des vacances.

Slide 30 - Open vraag

Ils regardent un film.

Slide 31 - Open vraag

Tu es en France.

Slide 32 - Open vraag

Vertaal de zin.

Wij hebben Frans gepraat.

Slide 33 - Open vraag

Ik heb vakantie gehad.

Slide 34 - Open vraag

Zij zijn in Frankrijk geweest.

Slide 35 - Open vraag

Jij hebt de camping gekozen.

Slide 36 - Open vraag

Hij heeft zijn huiswerk gemaakt.

Slide 37 - Open vraag

Verbuga
Op de volgende dia staat een link naar de website www.verbuga.eu. Oefen daar met de werkwoorden in de passé composé.
  1. In de kolom links vink je présent uit en de passé composé aan.
  2. In de kolom in het midden vink je aan: avoir, être en faire.
  3. In de kolom rechts vink je aan: aimer en choisir.
  4. Klik op confirmer.
  5. Je krijgt dan te zien welk werkwoord je moet vervoegen bij welke persoon. Vul het hulpwerkwoord en voltooid deelwoord in.
  6. Klik op suivant om naar de volgende vraag te gaan.

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Link