cross

Leren over vaccineren, les 2

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leren over vaccineren
Les 2: Antigenen en antistoffen

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van deze les weet je:
- Wat antigenen zijn
- Wat antistoffen zijn
- Wat 'immuun zijn' inhoudt
- Het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige immuniteit

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Op de volgende slide zie je een woordweb. Geef hierin aan welke woorden/onderwerpen je hebt onthouden uit het filmpje over afweer.

Slide 5 - Tekstslide

Afweer

Slide 6 - Woordweb

Hoe herkent je lichaam je eigen cellen?
Antistoffen en antigenen
Bacteriën en andere cellen worden vaak getekend als rondjes met gladde randen, mar dat zijn schematische tekeningen. Cellen hebben aan de buitenkant namelijk allerlei uitsteeksels. Die uitsteeksels heten antigenen. 

Slide 7 - Tekstslide

Soms komen er vreemde antigenen in je lichaam, bijvoorbeeld aan de buitenkant van een bacterie. Witte bloedcellen maken stoffen om je te verdedigen tegen deze vreemde antigenen,
Verdedigingsstoffen die witte bloedcellen maken, heten antistoffen.

Antistoffen moeten precies passen op de antigenen. Het aanmaken van antistoffen kost de eerste keer daarom de meeste tijd en in die tijd kun je ziek worden.
Soms komen er vreemde antigenen in je lichaam, bijvoorbeeld aan de buitenkant van een bacterie. Witte bloedcellen maken stoffen om je te verdedigen tegen deze vreemde antigenen.

Verdedigingsstoffen die witte bloedcellen maken, heten antistoffen

Antistoffen moeten precies passen op de antigenen. Het aanmaken van de antistoffen kost de eerste keer daarom het meeste tijd. In die tijd kun je ziek worden.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Leg uit wat volgens jou het verschil is tussen natuurlijke en kunstmatige immuniteit.

Slide 10 - Open vraag

Natuurlijke en kunstmatige immuniteit
Als je ziek bent geweest, kennen je witte bloedcellen de volgende keer de antigenen van de ziekteverwekker die de ziekte veroorzaakt heeft. Als je nog een keer besmet wordt met dezelfde ziekteverwekker, kunnen je witte bloedcellen meteen antistoffen maken en word je niet meer ziek.

Als je niet meer ziek wordt van een ziekteverwekker, ben je immuun voor de ziekte. Wanneer je immuun bent geworden doordat je al een keer ziek bent geworden van een ziekteverwekker heet natuurlijke immuniteit.


Slide 11 - Tekstslide

Sommige ziekteverwekkers zijn zo gevaarlijk, dat je er nooit ziek van wilt worden. Dan is het fijn dat je op een andere manier immuun kunt worden.

Voor deze gevaarlijke ziekteverwekkers krijg je een inenting. Bij een inenting wordt een verzwakte ziekteverwekker in je lichaam gespoten. Hier wordt je niet ziek van, maar de witte bloedcellen leren wel welke antistoffen ze tegen de antigenen van die ziekteverwekker moeten maken.

Als je later besmet wordt met deze gevaarlijke ziekteverwekker, weet je lichaam hoe het moet reageren en wordt je niet meer ziek.

Immuun worden door een inenting heet: kunstmatige immuniteit.

Slide 12 - Tekstslide

Samenvatting
Witte bloedcellen maken elk hun eigen antistof aan. Ziekteverwekkers hebben een bepaalde vorm van een antigeen. Hier past één type antistof op. In je lichaam heb je dus veel verschillende soorten antistoffen. Elke antistof helpt je om één type ziekteverwekker te bestrijden.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Zet de plaatjes over natuurlijke immuniteit in de juiste volgorde.
1
2
3
4
5
6
7
8

Slide 18 - Sleepvraag

Zet de plaatjes over kunstmatige immuniteit in de juiste volgorde.
1
2
3
4
5
6
7
8

Slide 19 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen actieve en passieve immunisatie?

Slide 20 - Open vraag

Ik wil graag gevaccineerd worden tegen meningokokken wanneer ik de oproep krijg.
Ja
Nee

Slide 21 - Poll

Ik wil graag gevaccineerd worden tegen corona wanneer ik de oproep krijg.
Ja
Nee

Slide 22 - Poll