AVR P2 L2 Communiceren, Informeren & Vragen stellen

Assistent 
Verkoop & Logistiek
Periode 2
Onderhouden artikelpresentaties + 
Assisteren bij Verkoop

Les 2
Communiceren
Informeren
Vragen stellen

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
WerknemersvaardighedenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Assistent 
Verkoop & Logistiek
Periode 2
Onderhouden artikelpresentaties + 
Assisteren bij Verkoop

Les 2
Communiceren
Informeren
Vragen stellen

Slide 1 - Tekstslide


1: Respect
2: Kom op tijd
3: Laptop, boeken en pen mee
Afspraken/regels in de klas

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet jij nog van de vorige les?

Slide 3 - Woordweb

Terugblik

Lesdoel: 
Student kan vertellen wat een doelgroep is en welke klanttypen er zijn.





Een doelgroep bestaat uit een groep mensen met dezelfde kenmerken.

Brede of smalle doelgroep?


Funshopper



Runshopper


Dominante klant
Sociale klant
Afstandelijke klant



Slide 4 - Tekstslide

Opdracht
Afspraken om het leuk te houden van docent
1: Respect voor jezelf, respect voor elkaar en respect voor docent
2: Op tijd (te laat is afwezig/na 45 min welkom)

Wat is gewenst en wat is ongewenst gedrag in de klas? 













Gewenst gedrag
Ongewenst gedrag
timer
10:00
Consequenties/gevolgen gewenst gedag
Consequenties/gevolgen ongewenst gedag

Slide 5 - Tekstslide

Lesdoel
Student kan de juiste vragen stellen en informatie over artikelen geven aan de klant

Slide 6 - Tekstslide

Goede of slechte verkoper?

Denk eens terug aan een moment dat je in een winkel was en met een verkoper hebt gepraat.








Slide 7 - Tekstslide

Omschrijf een situatie waarin je vond dat de verkoper het goed deed

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

Communicatie

Communicatie is het contact hebben met iemand anders en informatie uitwisselen.

Er is een zender en een of meerdere ontvangers

De boodschap is de informatie die de zender wil overbrengen.

Slide 10 - Tekstslide

Communicatie
Als assistent verkoop zijn er in de winkel veel momenten waarop je met de klant communiceert.

Bij binnenkomst begroet je de klant.
Tijdens het verkoopgesprek stel je vragen.
Bij het afrekenen heb je het laatste contactmoment met de klant.

 Daarnaast wil je ervoor zorgen dat de klant zicht op zijn gemak voelt.

Slide 11 - Tekstslide

Wat is een medium?

Slide 12 - Woordweb

Medium
Visuele media (kranten, tijdschriften, direct mail, buitenreclame, etc.);

Auditieve media (radio, geluidsinstallaties, telefoon, sms);

Audiovisuele media  (tv, bioscoop en video)

Interactieve media  (internet, sociale media, mobiele telefoon, tablet).

Slide 13 - Tekstslide

Medium
In een winkel communiceer je door met elkaar te praten.

Het communicatiemiddel, ook wel medium genoemd is dan: een gesprek.

Slide 14 - Tekstslide

Miscommunicatie
Je ziet wel eens dat de zender iets anders bedoelt dan dat de ontvanger denkt.
De communicatie verloopt dan niet goed.

Dit wordt miscommunicatie genoemd.

De boodschap die de zender probeert over te brengen komt dan niet goed aan bij de ontvanger.
Miscommunicatie wordt veroorzaakt door ruis.

Slide 15 - Tekstslide

Interne Ruis

Slide 16 - Tekstslide

Externe Ruis

Slide 17 - Tekstslide

Omschrijf 2x interne ruis bij jezelf
Omschrijf 2x externe ruis in je omgeving
timer
5:00

Slide 18 - Open vraag

Verbaal en non-verbaal communiceren

Slide 19 - Tekstslide

Open- en gesloten vragen stellen

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Bij actief luisteren let je verder op:

Slide 22 - Tekstslide

Behoefte
Een behoefte is iets wat de klant nodig heeft of naar op zoek is.

Als verkoper ga je met de klant in gesprek om er achter te komen wat de behoefte van de klant is.

Slide 23 - Tekstslide

Behoefte in het woordenboek
Behoeft is dat wat je nodig hebt.

Behoefte hebben aan rust, pauze, water, eten enz.
Primaire levensbehoeften
Een behoefte bevredigen
Aan iemands behoefte voldoen
Je behoefte doen (poepen of plassen)

Slide 24 - Tekstslide

Klantbehoefte

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Opdrachten maken
Maak de opdrachten in je boek

5.4 Communicatie
5.5 Vragen stellen en luisteren



timer
30:00

Slide 27 - Tekstslide

Artikelkennis
Als verkoper is het belangrijk dat je kennis hebt over de artikelen die verkocht worden in de winkel. 
Dit heet artikelkennis.


Artikelkennis bestaat uit:
  • Weten welke artikelen verkocht worden.
  • Weten waar de artikelen liggen.
  • Weten hoe de artikelen werken of waar ze voor bedoeld zijn.

Slide 28 - Tekstslide

Welke artikelen verkoop jij?
Klanten zijn in een winkel op zoek naar een artikel.

Jij moet goed weten welke artikelen er in de winkel verkocht worden.

Jij moet goed weten welke artikelen er in het assortiment zitten.

Slide 29 - Tekstslide

Welke artikelen zitten in
het assortiment van je stagebedrijf?
timer
2:00

Slide 30 - Open vraag

Waar liggen de artikelen?
Klanten vragen in de winkel waar een artikel ligt.

Jij helpt de klant met zoeken.

De meeste klanten vinden het fijn als je meeloopt naar de locatie van het artikel.

Slide 31 - Tekstslide

Werking en gebruik van artikelen
Jij hebt kennis nodig om de klant te adviseren of te informeren over de producten die je verkoopt

De kennis die je nodig hebt verschilt per winkel

Slide 32 - Tekstslide

Voorbeeld

Slide 33 - Tekstslide

Competentiepaspoort (stage) 


Assistent Verkoop & Retail

Slide 34 - Tekstslide

Maak de opdrachten in je ebook
5.4 Communicatie




timer
20:00

Slide 35 - Tekstslide

Logistiek
Hoofdstuk 1 Assistent Logistiek
Hoofdstuk 4 Goederen ontvangen
Hoofdstuk 5 Goederen ontvangen en opslaan



Slide 36 - Tekstslide

Opdrachten nakijken
5.4 Communicatie
5.5 Vragen stellen en luisteren
5.6 Informatie geven over artikelen

Slide 37 - Tekstslide

Opdracht: Artikelinformatie
  1. Smartphone €200-€300
  2. Lekker luchtje voor je moeder €25-€40
  3. Boek over Bitcoin of crypto €15-€25
  4. Tijdschrift over tuinieren €5-€10
  5. Speelgoed kind van 8 jaar oud €15-€20
  6. Kattenvoeding voor kat met diabetes 
  7. LP of CD van Sam Cooke €10-€30
  8. Crème voor droge handen €4-€8
  9. Fietshelm volwassenen €25-€50
  10. Hardloopschoenen €75-€100
  11. Laptop voor studie €250-€350 




Slide 38 - Tekstslide

Wat ging er goed en wat kan er beter?

Slide 39 - Woordweb

Les is afgelopen

Slide 40 - Tekstslide