Link Thema 5 les 3

LINK Thema 5
Les 3
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

LINK Thema 5
Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Waar ben je graag in je huis?
Ik ..........

Slide 3 - Open vraag

Waarom ben je daar graag?
Het is ..........

Slide 4 - Open vraag

Wat doe je daar?
Ik ..........

Slide 5 - Open vraag

Waar ben je graag in huis?
Waarom ben je daar graag?
Wat doe je daar?


Slide 6 - Tekstslide

Waar ben je graag in je huis? Waarom ben je daar? Maak een zin met 'want'.

Slide 7 - Open vraag

Waar ben je graag in huis? Waarom ben je daar? maak een zin met 'omdat'

Slide 8 - Open vraag

Maak een zin met 'het liefst'

Slide 9 - Open vraag

Wallat heeft een fiets.
........... fiets is kapot.
A
Hij
B
Hem
C
Zijn
D
Haar

Slide 10 - Quizvraag

Ik ben mijn bril kwijt.
Wie heeft ........ bril gezien?
A
mijn
B
je
C
mij
D
uw

Slide 11 - Quizvraag

Mevrouw, mag ik ........ pen lenen?
A
mijn
B
je
C
haar
D
uw

Slide 12 - Quizvraag

Heb jij een auto?
Waar is ....... auto?
A
mijn
B
je
C
zijn
D
uw

Slide 13 - Quizvraag

Zahra heeft ......... laptop vergeten.
A
zij
B
haar
C
zijn
D
uw

Slide 14 - Quizvraag



Woorden

Slide 15 - Tekstslide

Darren vindt alles lekker op de menukaart. Hij kan niet ..............
A
samen
B
kiezen
C
wij
D
kosten

Slide 16 - Quizvraag

Wij vinden ................. kinderen het leukst.
A
alleen
B
dit
C
onze
D
het idee

Slide 17 - Quizvraag

Ik zie ................. in de spiegel.
A
net
B
mezelf
C
mijn
D
gek op

Slide 18 - Quizvraag

Johanna is boos. ..................... wil niet naar school.
A
Hij
B
We
C
Je
D
Ze

Slide 19 - Quizvraag

Joris ...................... een huis van Lego.
A
maakt
B
rustig
C
want
D
loopt

Slide 20 - Quizvraag

Ik wil een broodje met kaas. ....................... broodje wil jij?
A
Wat voor
B
Hoeveel
C
Waarom
D
De prijs

Slide 21 - Quizvraag

Loretta gaat niet naat school, .............. ze is ziek.
A
ervaring
B
deze
C
want
D
oppassen

Slide 22 - Quizvraag

Woon jij in de Rembrandtstraat? Op welk .....................?
A
stoep
B
nummer
C
briefje
D
hangen

Slide 23 - Quizvraag

Het is winter. Het wordt weer vroeg ...................
A
donker
B
de zon
C
de plek
D
blauw

Slide 24 - Quizvraag



Hebben en zijn

Slide 25 - Tekstslide

De fiets is van Bernard.
Hij ......... een fiets.
A
is
B
heb
C
heeft
D
zijn

Slide 26 - Quizvraag

Ik heb een dochter.
Zij ....... 10 jaar.
A
heb
B
zijn
C
hebben
D
is

Slide 27 - Quizvraag

Mijn buren wonen beneden.
Ze ........... een tuin.

A
hebben
B
heeft
C
zijn
D
is

Slide 28 - Quizvraag

........... jullie woensdag op school?
A
Hebben
B
Zijn
C
Bent
D
Is

Slide 29 - Quizvraag

De mooie kleren zijn van jou.
Je ......... mooie kleren.
A
heeft
B
heb
C
zijn
D
hebt

Slide 30 - Quizvraag

3.2 want, omdat, als
Omdat/want:
Na omdat en als komt een bijzin. Wie of wat komt op de eerste plaats.

Ik ga vandaag niet sporten, omdat ik moe ben.
Ik ga vandaag niet sporten, want ik ben moe.

Als: 
Met als vertel je wanneer iets gebeurt. 
Ik ga uit bed, als mijn wekker gaat.
Mijn vader wordt boos, als ik te laat kom.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Link

Ik koop een boek, ......... ik van lezen houd.
A
want
B
omdat
C
als

Slide 33 - Quizvraag

Mijn dochter is moe, .......... ze is ziek.
A
want
B
omdat
C
als

Slide 34 - Quizvraag

Ahmed is trots op zijn rapport, ............ hij goede cijfers heeft gehaald.
A
want
B
omdat
C
als

Slide 35 - Quizvraag

Ik ga slapen, .......... ik moe ben.
A
want
B
omdat
C
als

Slide 36 - Quizvraag

Mijn moeder belt mij, ............. ze mij wil spreken.
A
want
B
omdat
C
als

Slide 37 - Quizvraag

We halen de trein, ........... we snel fietsen.
A
want
B
omdat
C
als

Slide 38 - Quizvraag

Maak een zin met het woord 'binnenkort'

Slide 39 - Open vraag

Maak een zin met het woord 'niemand'

Slide 40 - Open vraag

Maak een zin met het woord 'proberen'

Slide 41 - Open vraag

Maak de zin af:
Ik leer Nederlands omdat....

Slide 42 - Open vraag

Maak zelf een zin met 'omdat'

Slide 43 - Open vraag

maak zelf een zin met 'want'

Slide 44 - Open vraag

Slide 45 - Tekstslide