OFL Wk3.2

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
taalkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vocabulaire

Slide 2 - Tekstslide

Samen lezen (1/2)
 Heb je wel eens goed naar woorden gekeken? Er zijn korte woorden (woorden met maar een paar letters en één lettergreep bijvoorbeeld) en lange woorden (woorden met veel lettergrepen). Dit geldt voor alle talen! In dit hoofdstuk gaan we ons bezighouden met woorden. 

Slide 3 - Tekstslide

Samen lezen (2/2)
Hoe zijn woorden opgebouwd? Op welke manier lijken woorden uit vreemde talen (en onze eigen taal) op elkaar? Als je meer weet over hoe woorden op elkaar lijken wordt het leren herkennen van woordjes een stuk gemakkelijker. Dit kan goed van pas komen bij het leren van vreemde talen :). We beginnen eerst met een oriënterende opdracht. Daarna gaan jullie ook zelf woorden maken!  

Slide 4 - Tekstslide

Jullie zien een aantal Franse, Spaanse en Duitse woorden
1. Onderstreep de lettergrepen die (bijna) hetzelfde zijn in de verschillende talen. Gebruik de kleur blauw aan het begin van het woord, en de kleur rood (of een andere kleur) aan het einde van het woord.
2. Bespreek met je docent welke woorden in welke talen overeenkomen.
3. Zou je kunnen raden wat de woorden in het Nederlands betekenen?

Slide 5 - Tekstslide

Spaans
Frans
Duits
internacional
international
international
impopular
impopulaire
unbeliebt
apartamento
appartement
Appartement
submarino
sous-marine
Unterseeboot
panadería
boulangerie
Bäckerei
no verbal
non verbal
nonverbal

Slide 6 - Tekstslide

De lettergrepen die je bij onderdeel A hebt onderstreept aan het begin van een woord noem je “prefixen” (voorvoegsels). De lettergrepen die je hebt onderstreept aan het einde van een woord noem je “suffixen” (achtervoegsels). 

Slide 7 - Tekstslide

Kijk naar de lijst met prefixen en suffixen
Beantwoord daarna de vragen op de volgende slides.

Slide 8 - Tekstslide

Kijk eerst naar de prefixen. Welke talen lijken volgens jou het meeste op elkaar? Waarom vind je dat?

Slide 9 - Open vraag

Kijk nu naar de suffixen. Lijken dan dezelfde talen het meest op elkaar?

Slide 10 - Open vraag

Hoe zou je de kennis van deze prefixen en suffixen in kunnen zetten bij het leren van verschillende vreemde talen?

Slide 11 - Open vraag

Huiswerk voor de volgende les:
Leer de woorden uit de tabellen (tot de suffixen). 

Maak gebruik van je leerstrategieën 

Slide 12 - Tekstslide