Elektrische fiets programmeren

De elektrische fiets
(deel 2) 
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuur Ruimte en TechniekSecundair onderwijs

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

De elektrische fiets
(deel 2) 

Slide 1 - Tekstslide

Herhalingsvragen
(goede voorbereiding voor de grote toets)

Slide 2 - Tekstslide

Welke componenten komen voor in een eenvoudige stroomkring?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen statische en dynamische elektriciteit?

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een serieschakeling?

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een parallelschakeling?

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen een elektromotor en een generator (dynamo)?

Slide 7 - Tekstslide

Welke onderdelen heeft een elektrische fiets meer dan een "gewone" fiets?

Slide 8 - Woordweb

ONDERDELEN ELEKTRISCHE FIETS
- De motor
- De accu of batterij

Slide 9 - Tekstslide

Welke componenten kan je bij de fiets toevoegen om het meer duurzaam te maken?

Slide 10 - Woordweb

Extra onderdelen
- Zonnepanelen 
- Batterij met led 
- Een schakelaar 

Slide 11 - Tekstslide

We weten intussen welke materialen er nodig zijn om de elektrische fiets op te laden. Nu moeten we ervoor zorgen dat al deze materialen met elkaar in contact staan. Dat gaan we doen met behulp van programmeren. 

Maar wat betekent programmeren? 

Slide 12 - Tekstslide

Programmeren is ....
A
Programma kijken op de computer
B
het geven van instructies aan een computer
C
Een circuit maken op de computer
D
De onderdelen op de juiste plaats zetten

Slide 13 - Quizvraag

Programmeren is het geven van instructies of opdrachten aan een computer. De computer kan deze instructies vervolgens zelf uitvoeren.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Programmeren met Arduino

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wat is arduino?
Een Arduino is eigenlijk een kleine computer waarmee je allerlei apparaten kan bouwen. 

Slide 18 - Tekstslide

Wat kan je maken met arduino? 
een robotje, een elektronische dobbelsteen, een looplicht (een elektronische schakeling waardoor een reeks lampen achtereenvolgens gaan branden), een alarmsysteem, enz.

Slide 19 - Tekstslide

Waarom is arduino gemaakt? 
ontworpen om elektronica te vereenvoudigen voor mensen die daar niet goed mee overweg kunnen.  Dankzij Arduino wordt dat veel eenvoudiger.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Om arduino te gebruiken hebben we het programma tinkercad nodig. Maar dat gaan we niet doen. Je moet wel codetaal begrijpen.

Slide 23 - Tekstslide

p. 160
Ledlampje 
(op pin 3)

Slide 24 - Tekstslide

Programeercode
Opdracht: p.160
Een led knippert door de led aan te zetten, even te wachten, de led uit te zetten, even te wachten en opnieuw voorgaande procedure te herhalen.

Slide 25 - Tekstslide

Programeercode
OPLOSSING
Opdracht: p.160
Een led knippert door de led aan te zetten, even te wachten, de led uit te zetten, even te wachten en opnieuw voorgaande procedure te herhalen.
= Lamp 
= Hoelang ?
= AAN 
= UIT

Slide 26 - Tekstslide

p. 160
Ledlampje 
(op pin 3)
Lichtsensor (LDR op pin A0)

Slide 27 - Tekstslide

Programeercode
Opdracht: p.161
We willen graag dat het ledlichtje pas begint te branden wanneer de lichtintensiteit boven de 400 is.
De voorwaarde is: ‘als er lichtintensiteit boven de 400 is, dan moet het ledlichtje branden, anders niet’.

Slide 28 - Tekstslide

Programeercode
OPLOSSING
Opdracht: p.161
De voorwaarde is: ‘als er lichtintensiteit boven de 400 is, dan moet het ledlichtje branden, anders niet’.
= Lichtsensor
= Lamp 
= AAN 
= UIT
= op pin A0 
= Licht is hoger dan 400

Slide 29 - Tekstslide

Maak p. 162

Slide 30 - Tekstslide

Als de zon schijnt, dan is de schakelaar gesloten

Als de zon niet schijnt, dan is de schakelaar open 

Als de schakelaar gesloten is, dan is het lampje aan

Als de schakelaar open is, dan is het lampje uit

Als de schakelaar gesloten is, dan wordt de batterij opgeladen
Als de schakelaar open is, dan wordt de batterij niet opgeladen. 

Slide 31 - Tekstslide

- Het ledlichtje moet branden en de batterij moet opladen wanneer de schakelaar aanstaat EN wanneer er voldoende zonlicht (boven 400) schijnt. 

- Dat wil zeggen dat de schakelaar zowel met een LED als een BATTERIJ als LDR verbonden moet worden maar dat is niet mogelijk met een schakelaar. 

- Daarom gebruiken we een relais in plaats van een schakelaar, daarmee is dat wel mogelijk.

Slide 32 - Tekstslide

p. 163
Ledlampje 
(op pin 3)
Lichtsensor (LDR op pin A0)
Relais (op pin 3)
Batterij

Slide 33 - Tekstslide

Programeercode
Opdracht: p.163
Het ledlichtje moet branden en de batterij moet opladen wanneer de schakelaar aanstaat EN wanneer er voldoende zonlicht schijnt. Daarom gebruiken we een relais in plaats van een schakelaar, daarmee is dat wel mogelijk.

Slide 34 - Tekstslide

Programeercode
OPLOSSING
Opdracht: p.163
Het ledlichtje moet branden en de batterij moet opladen wanneer de schakelaar aanstaat EN wanneer er voldoende zonlicht schijnt. Daarom gebruiken we een relais in plaats van een schakelaar, daarmee is dat wel mogelijk.
= Lichtsensor
= Lamp op pin 3
= AAN 
= UIT
= op pin A0 
= Licht is hoger dan 400
= op pin 3 
= Relais

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

begrijpen en aanvullen.

Slide 37 - Tekstslide

Voorbereiding GROTE TOETS:

- Cursus volledig aanvullen a.d.h.v. verbetersleutels op smartschool.
-  Module: "Fiets" volledig nalezen voor eventuele vragen.
- Vragen stellen aan de leerkracht.
- Samenvatting maken a.d.h.v. leerstofoverzichten.
- Extra oefeningen maken. 

Slide 38 - Tekstslide