Proefles V3

Welkom Kaj!
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom Kaj!

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
Kennismaken
Quizje
Taaloefeningen
Werkwoordspelling
Begrijpend lezen
Literaire termen

Slide 2 - Tekstslide

Zoek de taalfout
1. Welke taalfout zit erin?

2. Verbeter de zin.


Slide 3 - Tekstslide

Zoek de taalfout
1. Welke taalfout zit erin?

2. Verbeter de zin.


Slide 4 - Tekstslide

Het woord moet natuurlijk 'etui'
zijn, maar welk lidwoord hoort daarbij?
A
de
B
het
C
ze mogen allebei

Slide 5 - Quizvraag

Ik herken mezelf het meeste in...
A
Ik kan goed spellen, zowel werkwoorden als andere woorden.
B
Ik kan spellen, als ik er even goed over nadenk.
C
Ik maak veel spelfouten, maar dat maakt me niks uit.
D
Ik maak veel spelfouten, maar wil mezelf wel verbeteren.

Slide 6 - Quizvraag

Werkwoordspelling
https://docs.google.com/document/d/1-qEfZQl6LZAIeWm9yd1YLgxnuLK2vHnNWVhha5S_m3M/edit?usp=sharing

Slide 7 - Tekstslide

Stellingenspel
Ik geef je een stelling
Jij zegt: eens, oneens of twijfel
Ik mag doorvragen!

Slide 8 - Tekstslide

Het is beter om beroemd te zijn dan anoniem te leven.

Slide 9 - Tekstslide

. Smartphones moeten verboden blijven op school.

Slide 10 - Tekstslide

Schrijfopdrachtje
https://docs.google.com/document/d/1-qEfZQl6LZAIeWm9yd1YLgxnuLK2vHnNWVhha5S_m3M/edit?usp=sharing

Slide 11 - Tekstslide

Onderwerp van een boek


A
Het concrete waarover het verhaal gaat, in één zin samen te vatten.
B
De boodschap of diepere betekenis van het verhaal.
C
De titel en de naam van de schrijver.

Slide 12 - Quizvraag

Niet-chronologisch


A
Een verhaal waarbij de volgorde van gebeurtenissen expres doorbroken wordt (bijv. met flashbacks).
B
Een verhaal dat altijd van minuut tot minuut wordt verteld.
C
Een verhaal dat alleen maar in de toekomst kan spelen.

Slide 13 - Quizvraag

Voorgeschiedenis


A
Alles wat er met de hoofdpersonen gebeurt na het verhaal.
B
De gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden vóór het begin van het verhaal.
C
Het middenstuk van een verhaal waarin de spanning wordt opgebouwd.

Slide 14 - Quizvraag

Een verhaal waarin gebeurtenissen in de volgorde verteld worden zoals ze echt gebeurden.

Slide 15 - Open vraag

Open einde


A
Een einde waarbij niet alles wordt opgelost en de lezer zelf verder mag nadenken.
B
Een einde waarin de schrijver alles duidelijk uitlegt.
C
Een einde dat altijd een vervolgboek belooft.

Slide 16 - Quizvraag

Het moment of de invalshoek van waaruit de gebeurtenissen in de tijd worden verteld.

Slide 17 - Open vraag

Gesloten einde


A
Een einde waarin de schrijver bewust geen antwoord geeft op belangrijke vragen.
B
Een einde dat altijd met een cliffhanger stopt.
C
Een einde waarbij alle belangrijke verhaallijnen netjes zijn afgerond.

Slide 18 - Quizvraag

De diepere betekenis of de centrale boodschap van het verhaal.

Slide 19 - Open vraag

Lezen

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Proefles V3

Slide 22 - Tekstslide