Presens

das Präsens Gegenwart (was in dem Moment passiert)




Ich denke, ik denk
infinitief (Grundform): denken
stam (en weg): denk
Endung

ik denk            
jij denkt
hij/zij/het denkt
wij denken
jullie denken
zij denken
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecondary EducationAge 12

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 1 video.

Onderdelen in deze les

das Präsens Gegenwart (was in dem Moment passiert)




Ich denke, ik denk
infinitief (Grundform): denken
stam (en weg): denk
Endung

ik denk            
jij denkt
hij/zij/het denkt
wij denken
jullie denken
zij denken

Slide 1 - Tekstslide

Ik ... morgen mijn huiswerk.
A
maken
B
mak
C
maakt
D
maak

Slide 2 - Quizvraag

Zij (Pl) .... ons voorstellen.
A
kunnen
B
kun
C
kan
D
kunt

Slide 3 - Quizvraag

Zij (Sg) ... me op.
A
bellen
B
bel
C
belt
D
bellt

Slide 4 - Quizvraag

Jij ... morgen met de fiets naar school.
A
moeten
B
moet
C
moett
D
moe

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Video


Ik _____ (wonen) in Utrecht.

Slide 7 - Open vraag

Je _____ (zitten) naast je vriendin.

Slide 8 - Open vraag

Antoon ______ (zingen) een leuk liedje.

Slide 9 - Open vraag

Marijke _____ (liggen) op de bank.

Slide 10 - Open vraag

Wij ______ (vinden) Nederlands leuk!

Slide 11 - Open vraag

Jullie _____ (kijken) naar buiten.

Slide 12 - Open vraag

Robin en Sanne _____ (eten) een lekkere patat.

Slide 13 - Open vraag