Taal en tellen 0-20 met Vlammetje Vuur

Taal en Tellen 0-20 met Vlammetje Vuur
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
Brandweer, Veiligheid, BurgerschapskundeNederlands+1BasisschoolGroep 1-3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Instructie Voorlezen en tellen 0-20 met… Samen met de karakters Vlammetje Vuur, Smokey de Rookmelder en Billy Brandkraan leren de kinderen over rookmelders, blussen en gevaren in huis. Vlammetje laat zien hoe vuur soms goed is en soms fout. Vuur in de houtkachel, bij kaarsjes, voor het koken. Maar ook vuur dat ontstaat door hete lampen of allemaal stekkers aan elkaar. Herkennen de leerlingen het gevaar? Weten ze wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat het niet fout gaat? In deze lesjes wordt een koppeling gemaakt met de volgende leerdoelen uit het Primair Onderwijs: Leergebied Nederlands, mondelinge taalvaardigheid: Kinderen luisteren en begrijpen de teksten in dichtvorm. Ze begrijpen en interpreteren het thema. Leergebied Rekenen-Wiskunde, domein getallen. Kinderen tellen en rekenen van 0-20.

Instructies

Instructie
Stap 1: Laat de kinderen de kaartjes uitknippen en voor zich op tafel neerleggen.
Stap 2: Deel de verzamelkaart uit.
Stap 3: Lees de verhaaltjes voor. Geef bij (aantal…) aan hoeveel plaatjes de kinderen erbij moeten zoeken. Het aantal is naar keuze van de leerkracht.
Stap 4: Bespreek wat je leert bij het plaatje. Is dit goed of fout? Laat de kinderen de gevonden plaatjes in de juiste rij leggen: goed of fout op de verzamelkaart.
Stap 5: Tel samen hoe vaak goed of fout.







Instructies

Werkbladen

Onderdelen in deze les

Taal en Tellen 0-20 met Vlammetje Vuur

Slide 1 - Tekstslide

Op deze plaatjes zien jullie Vlammetje Vuur. Het lijkt erop dat Vlammetje Vuur altijd blij is. 
Vuur is meestal goed. Maar vuur kan ook fout zijn. Dan is het vuur op een plek waar het niet hoort te zijn. Dit vuur noemen we brand.

We gaan samen op zoek naar Vlammetje Vuur. Wanneer is hij goed en wanneer fout?

Luister maar.

Voorlezen:
Vuur in een kachel geeft warmte en dat is fijn.
Maar je weet vast ook dat vuur heel gevaarlijk kan zijn.
In dit verhaaltje zien we Vlammetje Vuur in de huizen van
Nouri, Melle, Nella, Yaro en Jan.
Luister goed en zoek het juiste plaatje met Vlammetje erbij.
Is Vlammetje Vuur fout of is hij goed? Leg het plaatje in de goede rij.

Aantal:
1

Slide 2 - Tekstslide

Voorlezen:
Nouri leest een boekje bij de haard en gaapt.
Het boekje valt op de grond. Nouri slaapt.
Vlammetje vuur kijkt lachend toe.
Van mijn warmte wordt Nouri vast een beetje moe.

Doen:
  • Laat de kinderen het plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is goed. Het vuur in de kachel is afgeschermd met een glazen deur. Vonkjes kunnen er niet uit komen.

Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen.
Laat de plaatjes liggen.

Ga naar de volgende dia.

Aantal:
1

Slide 3 - Tekstslide

Voorlezen:
Opeens schrikt Nouri wakker van een geluid
De rookmelder klinkt heel luid.
Nouri ziet rook bij zijn knuffelbeer
En een klein vlammetje springt op en neer.
OH nee. Wat is er aan de hand?
De lamp is heet en de knuffel staat in brand!
Nouri roept mama. De brand is nog klein.
Met een beetje water blust ze de vlammen. Dat is fijn.

Doen:
  • Laat de kinderen het plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is fout. De lamp is heet. Door de warmte gaat de knuffelbeer branden. Let er altijd op dat hete lampen niet te dicht bij je knuffels, gordijnen, kussens of dekens komen.

Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij goed liggen.
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 

Ga naar de volgende dia.


Aantal:
1

Slide 4 - Tekstslide

Voorlezen:
Melle maakt een tekening van de kaars.
Opeens gebeurt er iets raars.
Hij ziet de gordijnen achter de kaars heen en weer gaan.
Snel heeft hij het raam dicht gedaan.
Melle kijkt nog eens naar de brandende kaars en het gordijn.
Zou het zo wel veilig genoeg zijn?

Doen:
  • Laat de kinderen het juiste plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is fout. De kaars staat heel dicht bij de gordijnen. Die kunnen daardoor in brand gaan.

Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen. 
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 


Ga naar de volgende dia.

Aantal:
1

Slide 5 - Tekstslide

Voorlezen:
Dan heeft Melle een goed idee.
Hij blaast de kaars bij het gordijn uit. Weg ermee!
Hij pakt een andere kaars in een glazen pot. Die werkt op een batterij.
Dit nep-vuur is wél veilig. Ik ga deze kaars tekenen, denkt Melle blij.

Doen:
  • Laat de kinderen het juiste plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is goed. Dit kaarsje heeft een batterij. Daardoor wordt die niet warm. Maar het ziet er wel net zo gezellig uit als een echt kaarsje.

Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen. 
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 

Ga naar de volgende dia.

Aantal:
1

Slide 6 - Tekstslide

Voorlezen:
Als uit de keuken een lekkere geur komt,
Hoort Melle opeens hoe zijn maag bromt.
“Mmm, wat zouden we vanavond eten?”
Melle wil dat wel heel graag weten.
Hij komt in de keuken en ziet de pannen op het vuur staan.
Papa staat erbij en zegt dat ze over 5 minuten aan het eten gaan.

Doen:
  • Laat de kinderen het juiste plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is goed. Papa blijft bij de pannen tijdens het eten koken. Als het te heet wordt, kan papa het vuur snel laag zetten en krijg je geen brand.

Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen. 
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? 

Ga naar de volgende dia.


Aantal:
...

Slide 7 - Tekstslide

Voorlezen:
Melle laat trots zijn tekening aan papa zien.
“Wat mooi” zegt papa. “Je krijgt van mij het cijfer 10.
Hij ziet op de tekening (aantal…) kaarsen in een pot op tafel staan.
“Melle dat heb je heel mooi gedaan!”

Doen:
  • Schrijf het aantal ook op het scherm.
  • Laat de kinderen het juiste aantal van deze plaatjes erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is goed. Dit kaarsje heeft een batterij. Daardoor wordt die niet warm. Maar het ziet er wel net zo gezellig uit als een echt kaarsje.  
 
Tellen:
Leg de plaatjes in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen. 
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 

Ga naar de volgende dia.



Aantal:
1

Slide 8 - Tekstslide

Voorlezen:
Buiten is het koud en guur,
Jan zit binnen bij het haardvuur.
Hij kijkt naar de vlammetjes die achter het glas zijn.
Het is lekker warm. Dit vuur is wel fijn.

Doen:
  • Laat de kinderen het juiste plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is goed.  Het vuur in de kachel is afgeschermd met een glazen deur. Vonkjes kunnen er niet uit komen.
 
Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen. 
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 

Ga naar de volgende dia.


Aantal:
1

Slide 9 - Tekstslide

Voorlezen:
Dan hoort Jan boven een hoop kabaal.
Jan rent de trap op. Wat is dat allemaal?
In de slaapkamer zijn Yaro en Nella aan het gamen op TV.
“Ha Jan, doe je met ons mee?”
Maar Jan luistert niet
omdat hij Vlammetje Vuur ziet.
Snel trekt hij de stekker uit het stopcontact in de wand.
Alle apparaten gaan uit en weg is de brand.

“Nee”, roepen Yaro en Nella dan.
“Waarom doe je dat, Jan?”
“Zien jullie al die stekkers en snoeren aan elkaar?
Dat wordt érg warm en daarom is er brandgevaar.
Gelukkig kwam ik net op tijd boven
en kon ik Vlammetje vuur doven”.

Doen:
  • Laat de kinderen het juiste plaatje erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is fout.  Zie je al die stekkers aan elkaar? En zie je de kabelhaspel? Het snoer is helemaal opgerold. Daardoor wordt die heel warm. Zo warm dat je brand kan krijgen.
Stekkers eruit en helemaal afrollen maar! 
 
Tellen:
Leg het plaatje in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen.
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 

Ga naar de volgende dia.


Aantal:
...

Slide 10 - Tekstslide

Voorlezen:
Laten we ook in de andere kamers op onderzoek gaan.
Zijn daar ook stekkers en snoeren aan elkaar vast én in het stopcontact gedaan?
Op (aantal…) plekken zijn Jan, Yaro en Nella op dit gevaar gestuit.
En overal halen ze de stekkers eruit.
Jan slaakt een diepe zucht.
“Dat is beter”, zegt hij opgelucht.

Doen:
  • Schrijf het aantal ook op het scherm.
  • Laat de kinderen het juiste aantal van deze plaatjes erbij zoeken.
Bespreek:
Is dit goed of is dit fout?
Antwoord: Dit is fout. Zie je al die stekkers aan elkaar? En zie je de kabelhaspel? Het snoer is helemaal opgerold. Daardoor wordt die heel warm. Zo warm dat je brand kan krijgen.
Stekkers eruit en helemaal afrollen maar! 

Tellen:
Leg de plaatjes in de juiste rij op het antwoordblad.
Tel hoeveel plaatjes er in de rij fout liggen. 
Laat de plaatjes liggen.

Rekenen:
Hoeveel plaatjes zijn er goed?
Hoeveel plaatjes zijn er fout?

Hoeveel goede en hoeveel foute plaatjes zijn erbij gekomen?

Waarvan zijn de meeste plaatjes? Of zijn er evenveel plaatjes goed en fout?

Zijn er méér plaatjes fout dan plaatjes goed? Hoeveel? 

Ga naar de volgende dia.


Slide 11 - Tekstslide

Voorlezen:
Je hebt nu alle kaartjes gevonden en in de goede rij gelegd.
Nu kunnen we gaan tellen. Hoe vaak is Vlammetje Vuur goed en hoe vaak slecht?
Als je ziet dat iets fout gaat roep dan snel papa en mama erbij.
Vertel wat je kunt doen, dan is het gevaar vast snel voorbij.



Hoe vond je de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

Vraag de leerlingen welke smiley ze geven voor de les.

Tips voor het aanpassen of verbeteren van de les kunnen worden gemaild naar:
brandweeropschool@brandweer.nl