Schrijven

Schrijven


1 / 10
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsNT2PraktijkonderwijsISKLeerjaar 1-5

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Schrijven


Welkom!

Hoe was jullie week?
Hebben jullie nieuwe woorden in jullie schriftjes?


Leerdoelen:

  • Werken aan je zinsopbouw

  • creativiteit gebruiken

  • en samenwerken.

Herhaling: Zinsopbouw

Een goede hoofdzin schrijf je zo:


1. Onderwerp (wie of wat)
2. Persoonsvorm (werkwoord)
3. Wanneer
4. Wat
5. Waar


Bijvoorbeeld: De kok (wie) bakt (werkwoord) vanavond (wanneer) een pannenkoek (wat) in de keuken (waar).

Herhaling: Zinsopbouw

De rollende zin

In groepjes. Ieder van jullie krijgt een nummer.

  1. Wie?: Schrijf het onderwerp op (bijvoorbeeld: De docent, Mijn vinger, De vliegende kat).

  2. Wat doen ze?: Voeg het werkwoord toe (bijvoorbeeld: eet, zoekt, verliest).

  3. Wanneer?: Voeg de tijd toe (bijvoorbeeld: om drie uur, elke dag, tijdens de pauze).

  4. Wat / Waar?: Voeg een ding of plaats toe (bijvoorbeeld: een pizza, op school, zijn telefoon).

Was de zin perfect?

Samen schrijven

Schrijf deze zin op je blad:
"Mevrouw Nicolette kwam de klas binnen op een fatbike en zei..."

Schrijf een nieuwe zin om het verhaal verder te laten gaan.
Daarna geef je je blaadje door en gaat je klasgenoot verder met jouw verhaal.

Je schrijft elke keer 1 nieuwe zin.

Woorden tornado

Thema:
Snacks

Voetbal

Dingen in de supermarkt

Afsluiting

Hoe was de les?



Leerdoelen:

  • Werken aan je zinsopbouw

  • creativiteit gebruiken

  • en samenwerken.