Schrijven
Schrijven
Welkom!
Hoe was jullie week?
Hebben jullie nieuwe woorden in jullie schriftjes?
Leerdoelen:
Werken aan je zinsopbouw
creativiteit gebruiken
en samenwerken.
Herhaling: Zinsopbouw
Een goede hoofdzin schrijf je zo:
1. Onderwerp (wie of wat)
2. Persoonsvorm (werkwoord)
3. Wanneer
4. Wat
5. Waar
Bijvoorbeeld: De kok (wie) bakt (werkwoord) vanavond (wanneer) een pannenkoek (wat) in de keuken (waar).
De rollende zin
In groepjes. Ieder van jullie krijgt een nummer.
Wie?: Schrijf het onderwerp op (bijvoorbeeld: De docent, Mijn vinger, De vliegende kat).
Wat doen ze?: Voeg het werkwoord toe (bijvoorbeeld: eet, zoekt, verliest).
Wanneer?: Voeg de tijd toe (bijvoorbeeld: om drie uur, elke dag, tijdens de pauze).
Wat / Waar?: Voeg een ding of plaats toe (bijvoorbeeld: een pizza, op school, zijn telefoon).
Was de zin perfect?
Samen schrijven
Schrijf deze zin op je blad:
"Mevrouw Nicolette kwam de klas binnen op een fatbike en zei..."
Schrijf een nieuwe zin om het verhaal verder te laten gaan.
Daarna geef je je blaadje door en gaat je klasgenoot verder met jouw verhaal.
Je schrijft elke keer 1 nieuwe zin.
Woorden tornado
Thema:
Snacks
Voetbal
Dingen in de supermarkt
Afsluiting
Hoe was de les?
Leerdoelen:
Werken aan je zinsopbouw
creativiteit gebruiken
en samenwerken.