Donderdag 4 juni

Donderdag 4 juni 2026
09.15 uur 10.00 uur Inloop + boek lezen; 

12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur NT2  Herhalen grammatica Voltooide tijd
13.05-13.50 uur  alle laptopopdrachten t/m 2.15 afmaken
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50-14.35 uur  Kahoot !!!!
11.05 - 11.50  uur NT2  TC 2.15 :

11.50- 12.35  uur NT2   TC 2.15 opdrachten proberen af te maken
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Donderdag 4 juni 2026
09.15 uur 10.00 uur Inloop + boek lezen; 

12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur NT2  Herhalen grammatica Voltooide tijd
13.05-13.50 uur  alle laptopopdrachten t/m 2.15 afmaken
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50-14.35 uur  Kahoot !!!!
11.05 - 11.50  uur NT2  TC 2.15 :

11.50- 12.35  uur NT2   TC 2.15 opdrachten proberen af te maken

Slide 1 - Tekstslide

BOEK LEZEN
Lezen in tweetallen.
Elkaar voorlezen
Ramadan gaat lezen met mevrouw Desiree

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling voltooide tijd

Slide 3 - Tekstslide

Grammatica Les 32
Vandaag gaan we Voltooide tijd behandelen
Aan het eind van de les weet  je hoe je de voltooide tijd moet gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Voltooide tijd
VOLTOOID betekent: het is klaar, afgelopen, gebeurd.

De voltooide tijd gebruik je als je informatie geeft over vroeger.

Met de voltooide tijd stel je een feit vast. ( = iets wat is gebeurd) 

Slide 5 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd:

  1.  Ik woon nu in Nederland

Deze zin staat in de tegenwoordige tijd = NU.
Voltooide tijd:

2. Vroeger heb ik in Syrië gewoond.

Deze zin staat in de voltooide tijd = vroeger.

Slide 6 - Tekstslide

Meer voorbeelden:
Nu leer ik Nederlands. Vroeger heb ik Engels geleerd.

In 2010 ben ik naar Nederland gekomen. Eerst heb ik in een opvangcentrum gewoond.

Voltooide tijd: Ik heb in deze cursus veel geleerd.
Mijn fiets is gestolen

Slide 7 - Tekstslide

Hebben of zijn
De regelmatige werkwoorden worden met hebben vervoegd.
De meeste voltooide tijdsvormen worden met het werkwoord hebben gemaakt.
Ik heb veel geleerd.                                Zij heeft haar best gedaan.
Je hebt een leuke foto gemaakt.     Wij hebben hard gelachen.

Slide 8 - Tekstslide

Onregelmatige werkwoorden
De volgende (onregelmatige) werkwoorden worden met zijn vervoegd:
beginnen, blijven, komen, gaan, worden en zijn.
Zijn jullie al begonnen?
Ik ben een weekje binnen gebleven.
Je bent toch gekomen!        Hij is laat naar huis gegaan.   
Zij is vroeg grijs geworden.    Zij zijn gisteren hier geweest.   

Slide 9 - Tekstslide

Oefeningen
Jullie gaan nu de oefeningen van het werkblad maken. Kijk goed naar de voorbeelden op het werkblad.
SUCCES!

Slide 10 - Tekstslide

Antwoorden Oefening 1
  1. hebben ingepakt
  2. zijn gegaan
  3. zijn gegaan
  4. zijn aangekomen
  5. hebben gelogeerd
  6. hebben gezien 

Slide 11 - Tekstslide

Antwoorden oefening 2
  1. Ik ben bezig.
  2. Ik spreek Nederlands.
  3. Ik heb veel te doen.
  4. Ik heb het nu niet druk meer.
  5. Ik ben nu niet thuis.
  6. Ik ben nu thuis.
  7. Hij moet Nederlands leren.
  8. Hij spreekt Engels.
  9. Zij is niet thuis.
  10. Zij is thuis.

Slide 12 - Tekstslide

Antwoorden oefening 3
  1. zijn
  2. is
  3. heb 
  4. ben
  5. zijn
  6. zijn
  7. is
  8. heeft
  9. heb
  10. heb 

Slide 13 - Tekstslide

Antwoorden oefening 4
  1. is 
  2. heeft
  3. heeft
  4. hebben
  5. ben
  6. heb
  7. ben
  8. heb
  9. ben
  10. is 

Slide 14 - Tekstslide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 15 - Tekstslide

TAAL COMPLEET 2.15
Werkblad met tekst 2.14 maken. 
Zet een streep onder de 10 voltooid deelwoorden. 
Zet ook een streep onder de vorm van hebben en zijn.

Slide 16 - Tekstslide

TAAL COMPLEET 2.15
LAPTOPOPDRACHTEN tot en met 2.15 afmaken.

Slide 17 - Tekstslide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 18 - Tekstslide

DICTEE 2.14/ 2.15
Wat een prachtige dag is het vandaag!
De kinderen hebben een huisje gebouwd in de tuin.
Mijn zwager is echt een knappe man.
Ze heeft heerlijk gewandeld over de dijk.
Het heeft de hele vakantie geregend.
Mijn auto is kapot, dat is echt vervelend.
De vrouw is heel bekend, ze komt vaak op tv.
Kom snel, de film is al begonnen!

Slide 19 - Tekstslide